Geachte heer den Uyl,
Ik ga van de
vooronderstelling uit dat u het als bondssecretaris niet prettig vindt
als de ABVAKABO leden verliest, terwijl dat eigenlijk helemaal niet
nodig is. Ik ga er eveneens van uit dat u wel wilt weten waarom zich
onze wegen nu gaan scheiden.
Mijn leven lang ben ik lid
van de vakbond geweest, vanaf mijn vijftiende toen ik bij de toenmalige
Staatsmijnen ging werken. Met name toen ik lid van de ABVAKABO werd bij
mijn indiensttreding bij de Universiteit Utrecht in 1981, heb ik mij
vanaf het begin ingezet voor mijn maatjes op de werkplek en voor de
vakbond. Al die jaren was ik een verdienstelijk kaderlid van uw
organisatie, al zeg ik het zelf. Ik hoopte vanuit mijn solidariteit met
de vakbond, ook na mijn pensionering lid te blijven. Maar daar steekt
mijnheer R. Visser, Hoofd Administratie, een stokje voor.
Op 9 november 2004 laat het
Hoofd Administratie, mijnheer Visser, mij schriftelijk weten dat hij mij
per 1 november 2004 heeft ingedeeld in de contributiegroep van € 6,15
per maand, een en ander omdat hij onlangs het verzoek had gekregen de
door mij verschuldigde contributie aan te passen wegens 'gewijzigde
omstandigheden'. Waarom de man niet gewoon zegt wat er aan de hand
is, maar zelfs in twee regels erg gewichtig kan doen, is mij een
raadsel.
Bij brief van 18 november
2004 vraag ik hem van wie hij dat verzoek heeft ontvangen. Want als mijn
inschatting juist is, gaat het hier om mijn vervroegde uittreden per 1
augustus 2003 en niet per 1 november 2004 zoals de heer Visser beweert.
Dat maakt een verschil van veertien maanden. Ik heb derhalve over
veertien maanden onverschuldigd contributie betaald in het hoogste
tarief. Ik vraag hem, alvast dankend voor de te nemen moeite, mij het
teveel betaalde te doen toekomen.
Hoofd Administratie, de heer
Visser, meld mij bij brief van 9 december 2004 dat hij op 8 november
2004 van het regiokantoor Midden Nederland bericht ontving dat ik in
aanmerking kwam voor vermindering van contributie. Daarnaast laat hij
mij weten niet te kunnen overgaan tot algehele restitutie vanaf augustus
2003.
"Wij kunnen maximaal zes
maanden restitueren. Dit omdat wij geregeld onze contributieregeling in
ons maandblad AANEEN publiceren, teneinde leden de mogelijkheid te geven
de juiste gegevens aan de bond door te geven", aldus mijnheer
Visser namens de ABVAKABO.
Dit is het moment dat er
iets bij mij knapt. Ik wordt gestraft voor het feit dat het regiokantoor
Midden Nederland verzuimd heeft bedoelde mutatie tijdig aan de heer
Visser door te geven. Ik kan van iedereen zo'n stompzinnige brief
verwachten, maar niet van mijn eigen vakorganisatie, waar ik mij al die
jaren zo verbonden mee gevoeld heb en waar ik zonder enig gevoel voor
wederkerigheid zoveel energie en vrije tijd in gestopt heb. Ik heb nooit
op mijn centen gezeten, laat staan dat ik elke keer uitkeek naar de
publicatie van uw contributieregeling om daarvan bij een voor mij
gunstige wijziging zo snel mogelijk te kunnen profiteren. U mag van mij
aannemen dat ik gezien mijn veelheid aan sociale activiteiten buiten de
vakbond, wel wat anders te doen had.
Ik heb bureaucraat Visser
laten weten zijn weinig klantvriendelijke reactie en zijn hooghartige
houding niet te waarderen. Bij een functioneringsgesprek zou ik gauw met
hem klaar zijn. Ik heb tenslotte mijn onverkorte recht op restitutie van
het gehele onverschuldigd teveel betaalde bedrag onder zijn aandacht
gebracht. Tevens deelde ik hem mee geen vrijheid te vinden nog langer
mijn lidmaatschap te bestendigen. Ik heb het wel gehad met deze
mijnheer, waarvan ik mij niet kan voorstellen dat de ABVAKABO hem in het
profiel vindt te passen van medewerkers die flexibiliteit betrachten,
representatief zijn en daarnaast voorkomend en klantvriendelijk in hun
opvattingen zijn. Mijn lidmaatschap eindigt derhalve per 1 januari 2005.
Wat schetst mijn verbazing
als de heer Visser, nu zich als Manager Frontoffice profilerend, mij
laat weten dat ik niet meer dan over zes maanden het teveel betaalde
gerestitueerd krijg en dat mijn lidmaatschap beëindigd wordt per 1 maart
2005.
De rapen zijn gaar, dat mag u
wel weten. Ik heb hem dan ook van repliek gediend, welk schrijven u
bijgaand als bijlage aantreft. U begrijpt natuurlijk al lang dat het mij
niet om die vijftig euro gaat, maar het op deze wijze schofferen van een
vakbondslid moet aangepakt worden.
U zult mij niet euvel duiden
dat ik het vakbondsspeldje, dat ik bij mijn 25-jarig jubileum mocht
ontvangen, u een dezer dag zal retourneren. Door Vissers optreden en
naar het uitziet ook het sanctioneren van het gedrag en handelwijze van deze
bondsmedewerker, heeft het waarderingsteken voor mij alle waarde
verloren. Ik kan dat niet meer op mijn jas hebben.
Met pijn in het hart moet ik
afscheid nemen, want ik heb plezierige jaren met mijn vakbondsmaatjes
beleefd, maar het is helaas niet anders.
Hoogachtend,
Jacques Janssen