Verblijf op Aarde
ABVAKABO als je felste tegenstander is het laatste wat je verwacht





Aanpassing contributie
Hoezo per 1 novem-ber 2004?

Beter opletten
Wakker worden mijnheer Visser
Einde lidmaatschap
Bureaucratie als uitgangspunt
Imagobeschadiging
Afwikkeling
Contractuele verjaringstermijn




















 




























 




























 






























 



































 


















 




































 



































 










 


























































































































































































































































































































































































 

Voorgeschiedenis

In augustus 2003 ben ik bij de Universiteit Utrecht vervroegd uitgetreden door gebruik te maken van een gunstige regeling, waardoor ik toch nog tot mijn 65e 100% van mijn salaris behoud. Meer dan een jaar later kreeg ik uit onverwachte hoek een op het eerste gezicht een aantal aardige brieven van de Vakbond ABVAKABO waar ik al meer dan vijfentwintig jaar lid van ben. Ik verdiepte mij in de stukken en kwam tot een geheel andere conclusie.


                                                                                        9 november 2003



Geachte heer Janssen,

Uit onze ledenadministratie is gebleken dat u reeds, of binnenkort, met (flexibel) pensioen bent gegaan of gaat. Wij heten u dan ook van harte welkom in de groep Gepensioneerden en Vutters van ABVAKABO FNV.
Bij deze doen wij u als nieuwkomer in de groep Gepensioneerden en Vutters de introductiebrochure "Met (flexibel) pensioen ... Met ingang van ...?" toekomen. Wij hebben deze brochure samengesteld om u enigszins wegwijs te maken. De brochure bevat informatie over tal van zaken die met uw nieuwe situatie te maken hebben. Daarbij gaat het om uw ziektekostenverzekering en belangrijke adressen.
Bovendien leest u in de brochure wat ABVAKABO FNV voor u als vutter of gepensioneerde kan betekenen.
Mocht u naar aanleiding van de brochure nog vragen of opmerkingen hebben, dan kunt u tijdens kantooruren contact opnemen met Bureau Ledenservice van ABVAKABO FNV telefoonnummer: 0900 228 25 226 (keuze 1 en nogmaals 1, € 0,10 per minuut).

Met vriendelijke groet,
Sonja Flinsenberg
Bestuurder




Contributie aanpassing
Van de Bondssecretaris kreeg ik op dezelfde dag ook een brief maar dan meer van huishoudelijke strekking. Zo werd ik overgeheveld naar de afdeling Gooi en Vechtstreek, omdat nu ik niet meer aan het arbeidsproces deelneem de woonplaats van mij bepalend is voor het lidmaatschap van de afdeling. Maar er is een derde brief, ook van 9 november 2003, die eveneens bij mij bezorgd wordt.

 


                                                                                        9 november 2004

Geachte heer Janssen,

Onlangs ontvingen wij het verzoek de door u verschuldigde contributie aan te passen in verband met de voor u gewijzigde omstandigheden.
Naar aanleiding van deze mededeling berichten wij u dat u per 01/11/2004 ingedeeld zal worden in de contributiegroep van EUR 6,15 per maand.
Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet,
R. Visser
Hoofd Administratie



Hoezo per 1 november 2004?
Opvallend bij dit soort brieven is dat de schrijver graag grijpt naar de meervoudsvorm. "Wij zijn van mening ..." of "Wij vertrouwen er op dat ...". Het is formeler en wat stijver, wat een vakbond niet zou moeten willen. Bovendien, het schept afstand, en dat schijnt men nu nodig te hebben. Dit korte briefje zet mij even aan het denken. Het is de opmaat voor een felle woordenwisseling, aan de zijde van ABVAKABO zich kenmerkend in een bureaucratische afstandelijkheid en aan mijn zijde door kwaadheid en emoties doordrenkt. Ik besluit het hoofd van de Administratie, mijnheer Visser op 18 november 2004 een briefje te sturen, waarin echter nog niets van emoties en kwaadheid is te bespeuren.


ABVAKABO FNV
Hoofd Administratie
De weledele heer R. Visser
Postbus 3010
2700 KT Zoetermeer

Geachte heer Visser,

Ik ontving uw bovenaangehaalde brief.
U meldt mij daarin dat u onlangs het verzoek heeft gekregen de door mij verschuldigde contributie aan te passen in verband met mijn gewijzigde omstandigheden. U zult daarbij hoogstwaarschijnlijk doelen op mijn vervroegd uittreden.
Graag zou ik willen weten van wie u dat verzoek heeft ontvangen. Daarnaast meld ik u dat, indien mijn inschatting juist is, het hier gaat om mijn vervroegde uittreden niet per 1 november 2004 zoals u meedeelt, maar per 1 augustus 2003. Dat scheelt ruim een jaar. Indien een en ander juist is merk ik secundo op dat ik derhalve over deze periode onverschuldigd contributie heb betaald in het hoogste tarief.
Ik verzoek u dan ook het door mij teveel betaalde ad € 102,40 mij op mijn girorekeningnummer te doen toekomen. Alvast dankend voor de moeite (en toch nieuwsgierig wie u dat verzoek gedaan heeft), verblijf ik met vriendelijke groeten,
Jacques Janssen




Beter opletten en AANEEN lezen
Het antwoord laat even op zich wachten en bereikt me enige weken later. Ook weer in de wijvorm en voor de rest uiterst formeel. En ze hopen dat ze me hiermee voldoende geïnformeerd hebben.

                                                                              
                                                                               9 december 2004



Geachte heer Janssen,

In antwoord op uw schrijven van 18 november jl. het volgende.
Wij hebben op 8 november 2004 via ons regiokantoor Midden Nederland bericht ontvangen dat u in aanmerking komt voor vermindering van contributie. Wij hebben aan dit verzoek voldaan en u per 1 november 2004 in onze tariefgroep 4 ingedeeld. Zoals wij u reeds per brief hebben medegedeeld.
Helaas kunnen wij niet overgaan tot algehele restitutie vanaf augustus 2003. Wij kunnen maximaal zes maanden restitueren. Dit omdat wij geregeld onze contributieregeling in ons maandblad AANEEN publiceren, teneinde leden de mogelijkheid te geven de juiste gegevens aan de bond door te geven.
Wij zullen de te veel betaalde contributie over mei 2004 tot en met oktober 2004 ad € 38,40 dan ook binnenkort terugstorten op uw rekening met nummer 6589689. U treft hieronder een specificatie aan van dit bedrag.
Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet,
R. Visser
Hoofd Administratie


Specificatie
Mei tot en met oktober                 6 x € 6,40   oftewel        €   38,40



Mijnheertje Visser wakker schudden
Dit briefje is toch niet echt wat ik van mijn vakbond verwachtte. Ik moet die mijnheer Visser eens wakker gaan schudden. Op 9 december 2004 gaat de volgende brief de deur uit.

ABVAKABO FNV
Hoofd Administratie
De weledele heer R. Visser
Postbus 3010
2700 KT Zoetermeer

Geachte heer Visser,

Ik ontving uw bovenaangehaalde brief. U meldt mij daarin dat u eerst op 8 november 2004 van uw regiokantoor Midden Nederland bericht heeft ontvangen dat ik in aanmerking kwam voor vermindering van contributie. Zoals ik u al meedeelde ben ik per 1 augustus 2003 volledig met FPU gegaan en kwam ik vanaf die datum voor een lager tarief in aanmerking. Uit de toonzetting van uw brief begrijp ik dat ik nu gestraft wordt voor het feit dat het regiokantoor Midden Nederland verzuimd heeft dit tijdig aan u door te geven. Bovendien ben ik, zeker als een meer dan 25 jaar verdienstelijk kaderlid van uw organisatie, ernstig in gebreke gebleven dit te melden aangezien u geregeld de contributieregeling in uw maandblad AANEEN publiceert.

Gaat zitten lieve bureaucraat; ik had van iedereen zo’n stompzinnige brief verwacht, maar niet van mijn eigen vakorganisatie, waar ik me al die jaren zo verbonden mee gevoeld heb en waar ik zonder enig gevoel voor wederkerigheid zoveel energie en vrije tijd in heb gestopt. Ik heb nooit op mijn centen gezeten, laat staan dat ik elke keer uitzag naar de publicatie van uw contributieregeling, om daarvan bij een voor mij elke gunstige wijziging zo snel mogelijk te kunnen profiteren. U mag van mij aannemen dat ik gezien mijn veelheid aan sociale activiteiten, wel wat anders te doen heb.
U kunt maximaal zes maanden restitueren meld u. Gezien uw weinig klantvriendelijke reactie en uw onbegrijpelijk hooghartige houding, zal ik u vertellen dat ik ten alle tijdig, uitgezonderd een van toepassing zijnde verjaringstermijn, onverkort recht heb op restitutie van het aan u onverschuldigd teveel betaalde en dat daaraan niets afdoet dat u hieromtrent een eigen interne restitutietermijn hanteert. Immers ik ben daaraan in geen enkel opzicht gebonden. Wij hebben daarover ook geen afspraken gemaakt, noch dat ik anderszins bij u kenbaar gemaakt heb dat ik (stilzwijgend) zou instemmen met een restitutietermijn van zes maanden. Ik weet wel dat de ABVAKABO niet de vakorganisatie is als waarvan u door uw houding en gedrag blijk geeft te zijn, maar ik heb niettemin niet de vrijheid mijn lidmaatschap nog langer te bestendigen. Met andere woorden, met ingang van 1 januari 2005 ben ik lidmaat af. Het doet mij pijn deze stap te nemen, maar u laat mij geen andere keus. ABVAKABO dient zich met medewerkers te omgeven die flexibiliteit betrachten, representatief zijn en daarnaast voorkomend en klantvriendelijk in hun opvattingen zijn. Bij een functioneringsgesprek was ik gauw met u klaar.

ABVAKABO heeft een probleem. Ik neem immers geen genoegen met restitutie van € 38,40 zijnde het teveel betaalde over zes maanden. Vanaf 1 augustus 2003 tot en met oktober 2004 heb ik over 14 maanden een bedrag van € 89,60 onverschuldigd teveel betaald aan contributie. ABVAKABO dient dit gehele bedrag aan mij te doen toekomen en voor zover u op voorhand niet bereid bent aan mijn verzoek te voldoen, sommeer ik u bij deze om binnen vier weken na dagtekening van dit schrijven bedoeld bedrag ad € 89,60 aan mij over te maken op rekeningnummer 6589689, en voor zover u reeds ten dele dit bedrag heeft overgemaakt, zijnde € 38,40 als restitutie voor zes maanden, sommeer ik u derhalve het restant, ad € 51,20 binnen vier weken na dagtekening van dit schrijven aan mij over te maken op rekeningnummer 6589689. Voor het geval ABVAKABO hieraan niet voldoet ben ik genoodzaakt gerechtelijke maatregelen tegen u te nemen en zullen de daaraan verbonden gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten, alsmede de wettelijke rente, bij u in rekening worden gebracht.
Daarnaast zal ik mij bezinnen op publicitaire acties met het oogmerk het sociale imago van de vakbond te corrigeren. Ik was namelijk voorlichter bij mijn laatste werkgever en weet dus hoe ik maximaal publieke aandacht kan genereren, maar waarschijnlijk zult u het niet zover laten komen.
Met belangstelling zie ik de eerstkomende weken mijn bankafschriften tegemoet.
Hoog
achtend,
Jacques Janssen



Discussie nu ook over einde lidmaatschap
Mijnheer Visser neemt iets meer tijd om te reageren. Maar op 4 januari 2005 is het dan zover dat hij meent iets fatsoenlijks op papier te krijgen.


                                                                        4 januari 2004



Geachte heer Janssen,

Naar aanleiding van uw reactie op onze brief van 9 december 2004, door ons ontvangen op 21 december jl. delen wij u het volgende mede.

Uit de gegevens van de door ons ontvangen stukken op 5 november 2004, bleek dat u per 1 augustus 2003 met FPU bent gegaan en dus hebben wij de contributie overeenkomstig aangepast. Aan uw verzoek om restitutie vanaf voornoemde datum kunnen wij om al eerder genoemde reden niet voldoen.
Tot en met 2003 was de regeling van maximaal zes (6) maanden terugbetaling een artikel (63) in onze statuten. Vanaf die datum is deze om een aantal praktische redenen, waaronder het publiceren in AANEEN, opgenomen in onze contributieregeling.
Overeenkomstig uw verzoek zullen wij uw lidmaatschap met inachtneming van de statutaire opzegtermijn (zie artikel 6 van de statuten) per 1 maart 2005 beëindigen.
Wij hebben wel degelijk afspraken met u gemaakt, het aangaan van een lidmaatschap is gebonden aan een aantal regels van zowel de vereniging als het lid. Dit wordt verwoord in statuten en huishoudelijk reglement, die door afgevaardigden van onze leden tijdens een bondscongres wordt vastgesteld.
Hierbij doen wij u zowel de contributieregeling als onze statuten toekomen. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben ingelicht.
Met vriendelijke groet,
R. Visser
Manager Frontoffice



Bureaucratie als uitgangspunt

Zo, dat was het dan. Ben je daarvoor al die jaren kaderlid geweest en heb ik in de bond allerlei activiteiten gedaan en namens die bond in een universitair medezeggenschapsorgaan gezeten om de belangen van het universitair personeel te behartigen. Ik had helemaal niet mijn lidmaatschap willen beëindigen. Ik zou nog tot in lengte van jaren lid willen blijven. Maar als je dit soort brieven van je eigen bond krijgt, waarin Stalinistische bureaucratie tot uitgangspunt is verheven en waarin geen enkele ruimte voor creativiteit en flexibiliteit is, dan heb je het helemaal gehad. Dit soort reacties drijven me tot het uiterste. Ze zijn nog niet van me af. Op 11 januari 2005 gaat weer een pennenvrucht richting mijnheer Visser.
 

ABVAKABO FNV
Manager Frontoffice
De weledele heer R. Visser
Postbus 3010
2700 KT  ZOETERMEER

Mijnheer Visser,

Ik meende u ergens van te kennen. Maar nu weet ik het zeker. Ik zie u bijna dagelijks op de televisie. In een reclamespot van zorgverzekeraar ohra. U zit achter een balie bij de receptie van een zwembad. Dan komt er een mevrouw naar u toe met een bedroefd dochtertje in haar kielzog. De vrouw fleurt op als ze achter u in de receptie de paarse krokodil ziet staan die haar dochter vanmiddag vergeten is. Zij verteld u van het gemis, en de automatische piloot in u zegt u dat u deze mevrouw een formulier moet overhandigen. “In blokletters invullen, mevrouw”, klonk het op gebiedende wijze. Zo geschiedde. De vrouw vult het formulier in en schuift dat naar u toe. Met een half oog ziet u dat de achterkant niet is ingevuld en zonder haar een blik waardig te achten, schuift u in één beweging het formulier weer retour mevrouw, met de norse aantekening dat ze ook de achterkant moet invullen. De vrouw die kennelijk voor hetere vuren heeft gestaan doet deemoedig wat u van haar verlangt en schuift het dan geheel ingevulde formulier weer naar u toe. Alsof u dat vaker heeft gezegd, deelt u haar mee, zonder het oog van de televisie af te wenden, dat ze zich morgen na negen uur bij de balie kan vervoegen. De vrouw begrijpt dat natuurlijk niet want de paarse krokodil staat binnen handbereik van u. Zij wijst u daar dan ook op. Maar u bent onverbiddelijk zoals het iemand van de gestaalde kaders betaamt. Zo’n mevrouwtje moet u toch niet even de les komen lezen. Wat krijgen we nou.

Dat is onmiskenbaar die mijnheer Visser die mij van die prachtige fossiele brieven stuurt, niet wetende dat de aarde al weer een halve eeuw verder is doorgedraaid en met die onzin van u al lang gebroken heeft. Echter, u gaat onverstoorbaar op de oude voet verder. Ten bewijze dat u het bij het rechte eind heeft stuurt u mij een publicatie met daarin opgenomen de statuten en het huishoudelijk reglement van
abvakabo. In de begeleidende brief verwijst u mij ten overvloede naar artikel 6 van de statuten waarmee het volgens u gerechtvaardigd is dat mijn lidmaatschap eerst per 1 maart a.s. kan worden beëindigd.
Ik was helemaal niet van plan dat meegestuurde boekwerk van u in te zien. Maar mijn nieuwsgierigheid omtrent wat de inhoud en betekenis van artikel 6 is, was aanmerkelijk groter dan mijn aanvankelijke voornemen dit te negeren. Met name lid b is van substantiële betekenis.

Artikel 6, lid b.
Het lidmaatschap van de bond eindigt door, schriftelijke opzegging door het lid, gericht tot het bondsbestuur. Bij opzegging door het lid eindigt het lidmaatschap uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand, volgende op die, waarin de opzegging is binnengekomen bij het bondsbestuur. Het vorenstaande is niet van toepassing indien opzegging is geschied ingevolge het bepaalde in artikel 36, leden 3 en 4 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, met dien verstande dat een zodanige opzegging niet kan geschieden op grond van wijziging van geldelijke rechten en verplichtingen van de leden;

Toen ik dat gelezen had werd ik nog nieuwsgieriger. Dus het per 11 januari 2005 van kracht zijnde artikel 36 erbij gehaald. Omdat de leden 3 en 4 niet op mijn situatie van toepassing zijn is het interessant te lezen wat lid 1 voor betekenis heeft. In lid 1 van artikel 36 boek 2 BW staat het navolgende:   

Tenzij de statuten anders bepalen, kan opzegging van het lidmaatschap slechts geschieden tegen het einde van een boekjaar en met inachtneming van een opzeggingstermijn van vier weken; op deze termijn is de Algemene termijnenwet niet van toepassing. In ieder geval kan het lidmaatschap worden beëindigd door opzegging tegen het eind van het boekjaar, volgend op dat waarin wordt opgezegd, of onmiddellijk, indien redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren.

U mag van mij aannemen dat van mij in redelijkheid niet gevergd kon worden het lidmaatschap nog langer te laten voortduren en dat derhalve de in mijn brief van 19 december 2004 beoogde opzegging betrekking heeft op de eerstvolgende maandtermijn, zijnde 1 januari 2005.

Conclusie ten aanzien van de betwiste opzeggingstermijn:

Ik sta geheel in mijn recht en eis dan ook terecht dat mijn lidmaatschap per 1 januari 2005 beëindigd wordt en niet per 1 maart 2005 zoals u dat beoogd.
Een en ander betekent dat u niet gerechtigd bent nog langer contributie van mijn bankrekening te doen afschrijven. Ik heb per 7 januari 2005 de machtiging ingetrokken om bedoelde contributie nog langer door u van mijn bankrekening te laten afschrijven en ik heb u dit met de daarvoor bestemde intrekking machtigingskaart doen weten. Inmiddels heb ik met de Postbank contact opgenomen voor het geval u daaraan geen gevolg wenst te geven, zodat ik mij dan genoodzaakt zal voelen de ten onrechte bij mijn bankrekening afgeschreven contributiegelden door de Postbank terug te laten boeken. Het is aan mijnheer Visser te bepalen hoever hij wil gaan. Ik ben er klaar voor.

Met betrekking tot de door mij terug te vorderen en teveel betaalde lidmaatschapscontributie geldt het volgende. In mijn brief van 19 december 2004 heb ik u doen weten dat ik over een periode van 14 maanden (augustus 2003 tot en met oktober 2004) een bedrag van € 89,60 teveel betaald heb aan contributie en dat dit dus onverschuldigd betaald is.

Uit uw reactiebrief van 4 januari 2005 het volgende: 

Uit de gegevens van de door ons ontvangen stukken op 5 november 2004, bleek dat u per 1 augustus 2003 met FPU bent gegaan en dus hebben wij de contributie overeenkomstig aangepast.

Dat is onjuist, althans onjuist geformuleerd. Immers overeenkomstige aanpassing betekent overeenkomstig de datum van met fpu gaan. Als u iets anders bedoeld moet u dat zeggen. En omdat mijnheer Visser dat niet gedaan heeft is de contributie ten onrechte niet tijdig aangepast. Bovendien ben ik slachtoffer van de omstandigheid dat intern u niet eerder op de hoogte bent gesteld van deze wijziging, maar meer dan acht maanden te laat. Als ik u was zou ik intern maar eens een potige brief gaan schrijven, want ik zal wel niet de enige zijn die dit overkomt.
Dat ik dit alles zo stellig poneer komt omdat de wetgever achter mij staat. Artikel  203 Boek 6 Burgerlijk Wetboek geeft mij de bevoegdheid het onverschuldigd betaalde terug te vorderen. Bedoeld artikel luidt als volgt:

1. Degene die een ander zonder rechtsgrond een goed heeft gegeven, is gerechtigd dit van de ontvanger als onverschuldigd betaald terug te vorderen.
2. Betreft de onverschuldigde betaling een geldsom, dan strekt de vordering tot teruggave van een gelijk bedrag.
3. Degene die zonder rechtsgrond een prestatie van andere aard heeft verricht, heeft eveneens jegens de ontvanger recht op ongedaanmaking daarvan.

Alleen al om die reden kan een Manager Frontoffice van de abvakabo de eigen regeling niet boven de wet stellen. In uw brief van 9 december  2004 stelt u dat algehele restitutie van het teveel betaalde niet kan omdat u maximaal slechts zes maanden mag restitueren. In mijn brief van 19 december 2004 heb ik u laten weten mij niet gebonden te achten aan publicaties hierover in uw blad aaneen. In uw laatste schrijven van 4 januari 2005 stelt uzelf, en ik citeer:

Tot en met 2003 was de regeling van maximaal zes (6) maanden terugbetaling een artikel (63) in onze statuten. Vanaf die datum is deze om een aantal praktische redenen, waaronder het publiceren in AANEEN, opgenomen in onze contributieregeling.

Uw aanvankelijke beroep op een statutaire bepaling snijdt dus geen hout. Blijft er niets meer over dan een A4-tje, behelzende de contributieregeling per 1 januari 2005 (hoe zag die er voor 2003 en 2004 uit?) en waarin een passage is opgenomen dat teveel betaalde contributie door onjuiste of onvolledige gegevens, slechts met terugwerkende kracht tot maximaal een half jaar kan worden terugbetaald. U kent hierover inmiddels mijn standpunt. Ik ben hieraan in geen enkel opzicht gebonden en bovendien kan dit ongedateerde en ongetekende A4-tje (immers uit niets blijkt wie de regeling heeft vastgesteld) niet boven de wet uitstijgen.

Conclusie ten aanzien van de betwiste vordering:

Uit het bovenstaande moge blijken dat ik onverkort persisteer bij mijn vordering te weten een teveel betaalde contributie over de maanden augustus 2003 tot en met oktober 2004. Aangezien u genegen bent en inmiddels ook gevolg heeft gegeven, om mij zes maandtermijnen (€ 38,40) aan teveel betaalde contributie te doen toekomen resteert er nog een bedrag van € 89,60 minus € 38,40 = € 51,20 aan onverschuldigde betaling.
Maar nu ik u van de televisie heb leren kennen, heb ik er weinig vertrouwen in dat u naar redelijkheid en billijkheid kunt handelen en dat u weinig begrepen heeft van de laatste alinea waarmee bondsvoorzitter A.J.M. van Huygevoort en bondssecretaris P.J. Gortzak het voorwoord  van de hier geciteerde publicatie afsluiten:

De statuten en het huishoudelijk reglement moeten dan ook niet gezien worden als een beperking van het handelen maar eerder als een handleiding die het handelen in goede banen leidt, rekening houdend met de democratische beginselen van de bond.

Mijnheer Visser, u krijgt van mij veertien dagen respijt en dan is het bedoelde bedrag ad € 51,20 op mijn bankrekening bijgeschreven en secundo, u onthoudt zich ervan om gelden nog langer van mijn bankrekening af te doen schrijven. De consequenties voor het geval u in gebreke blijft, zijn u eerder bekend gemaakt. Terwijl zorgverzekeraars als pay off voor hun publiciteit gebruiken: “Eerst mensen, dan regels”, blijft u de wetten van de harteloze bureaucratie hanteren. U komt er nog wel achter.
Hoogachtend,
Jacques Janssen



Imagobeschadiging
Zo, ik ben het kwijt. De bal ligt weer bij mijnheer Visser van de ABVAKABO. Maar daar hoef ik weinig meer van te verwachten. Ik moet mijn schreden verzetten. Onwillekeurig denk ik aan vroeger, toen we actie voerden en ik het goed kon vinden met mijn maten bij de bond. Dat later dan zo'n fossiel je tegenwerkt. Je moet uitkijken dat je niet de hele bond gaat uitvloeken. Men kan zich bewijze en ik besluit op 13 januari 2005 een aantal e-mails naar uiteenlopende functionarissen binnen de bond te sturen met een afschrift aan mijnheer Visser. Hij mag weten wat ik onderneem. De eerste die een e-mail van mij krijgt is de Bondssecretaris X. den Uyl. De anderen volgen vandaag en morgen. Het zijn:
Edith Snoey, sinds kort de kersverse nieuwe bondsvoorzitter
Guus van Huygevoort, oud-Bondsvoorzitter
P. Gortzak, oud-Bondssecretaris
Helderman, beleidsadviseur
Jerry Windhouwer, oud-vabondsmaatje en vakbondsconsulent
A. Jaspers, oud vakbondsmaatje en hoogleraar arbeidsrecht
Wil Remmers, bestuurder bedrijfsledengroep Universiteit Utrecht en oud vakbondsmaatje
Zij kregen allen eenzelfde e-mail als ik aan Den Uyl heb gestuurd. De bedoeling van deze actie is duidelijk imagobeschadiging van Manager Frontoffice, mijnheer Visser en van de vakbond als men niets onderneemt. Ik kan trouwens niet meer terug. Onze wegen scheiden zich, helaas.
 

Geachte heer den Uyl,
 
Ik ga van de vooronderstelling uit dat u het als bondssecretaris niet prettig vindt als de ABVAKABO leden verliest, terwijl dat eigenlijk helemaal niet nodig is. Ik ga er eveneens van uit dat u wel wilt weten waarom zich onze wegen nu gaan scheiden.
Mijn leven lang ben ik lid van de vakbond geweest, vanaf mijn vijftiende toen ik bij de toenmalige Staatsmijnen ging werken. Met name toen ik lid van de ABVAKABO werd bij mijn indiensttreding bij de Universiteit Utrecht in 1981, heb ik mij vanaf het begin ingezet voor mijn maatjes op de werkplek en voor de vakbond. Al die jaren was ik een verdienstelijk kaderlid van uw organisatie, al zeg ik het zelf. Ik hoopte vanuit mijn solidariteit met de vakbond, ook na mijn pensionering lid te blijven. Maar daar steekt mijnheer R. Visser, Hoofd Administratie, een stokje voor.
 
Op 9 november 2004 laat het Hoofd Administratie, mijnheer Visser, mij schriftelijk weten dat hij mij per 1 november 2004 heeft ingedeeld in de contributiegroep van € 6,15 per maand, een en ander omdat hij onlangs het verzoek had gekregen de door mij verschuldigde contributie aan te passen wegens 'gewijzigde omstandigheden'. Waarom de man niet gewoon zegt wat er aan de hand is, maar zelfs in twee regels erg gewichtig kan doen, is mij een raadsel.
Bij brief van 18 november 2004 vraag ik hem van wie hij dat verzoek heeft ontvangen. Want als mijn inschatting juist is, gaat het hier om mijn vervroegde uittreden per 1 augustus 2003 en niet per 1 november 2004 zoals de heer Visser beweert. Dat maakt een verschil van veertien maanden. Ik heb derhalve over veertien maanden onverschuldigd contributie betaald in het hoogste tarief. Ik vraag hem, alvast dankend voor de te nemen moeite, mij het teveel betaalde te doen toekomen.
Hoofd Administratie, de heer Visser, meld mij bij brief van 9 december 2004 dat hij op 8 november 2004 van het regiokantoor Midden Nederland bericht ontving dat ik in aanmerking kwam voor vermindering van contributie. Daarnaast laat hij mij weten niet te kunnen overgaan tot algehele restitutie vanaf augustus 2003.
"Wij kunnen maximaal zes maanden restitueren. Dit omdat wij geregeld onze contributieregeling in ons maandblad AANEEN publiceren, teneinde leden de mogelijkheid te geven de juiste gegevens aan de bond door te geven", aldus mijnheer Visser namens de ABVAKABO.
 Dit is het moment dat er iets bij mij knapt. Ik wordt gestraft voor het feit dat het regiokantoor Midden Nederland verzuimd heeft bedoelde mutatie tijdig aan de heer Visser door te geven. Ik kan van iedereen zo'n stompzinnige brief verwachten, maar niet van mijn eigen vakorganisatie, waar ik mij al die jaren zo verbonden mee gevoeld heb en waar ik zonder enig gevoel voor wederkerigheid zoveel energie en vrije tijd in gestopt heb. Ik heb nooit op mijn centen gezeten, laat staan dat ik elke keer uitkeek naar de publicatie van uw contributieregeling om daarvan bij een voor mij gunstige wijziging zo snel mogelijk te kunnen profiteren. U mag van mij aannemen dat ik gezien mijn veelheid aan sociale activiteiten buiten de vakbond, wel wat anders te doen had.
Ik heb bureaucraat Visser laten weten zijn weinig klantvriendelijke reactie en zijn hooghartige houding niet te waarderen. Bij een functioneringsgesprek zou ik gauw met hem klaar zijn. Ik heb tenslotte mijn onverkorte recht op restitutie van het gehele onverschuldigd teveel betaalde bedrag onder zijn aandacht gebracht. Tevens deelde ik hem mee geen vrijheid te vinden nog langer mijn lidmaatschap te bestendigen. Ik heb het wel gehad met deze mijnheer, waarvan ik mij niet kan voorstellen dat de ABVAKABO hem in het profiel vindt te passen van medewerkers die flexibiliteit betrachten, representatief zijn en daarnaast voorkomend en klantvriendelijk in hun opvattingen zijn. Mijn lidmaatschap eindigt derhalve per 1 januari 2005.
 
Wat schetst mijn verbazing als de heer Visser, nu zich als Manager Frontoffice profilerend, mij laat weten dat ik niet meer dan over zes maanden het teveel betaalde gerestitueerd krijg en dat mijn lidmaatschap beëindigd wordt per 1 maart 2005.
De rapen zijn gaar, dat mag u wel weten. Ik heb hem dan ook van repliek gediend, welk schrijven u bijgaand als bijlage aantreft. U begrijpt natuurlijk al lang dat het mij niet om die vijftig euro gaat, maar het op deze wijze schofferen van een vakbondslid moet aangepakt worden.
 
U zult mij niet euvel duiden dat ik het vakbondsspeldje, dat ik bij mijn 25-jarig jubileum mocht ontvangen, u een dezer dag zal retourneren. Door Vissers optreden en naar het uitziet ook het sanctioneren van het gedrag en handelwijze van deze bondsmedewerker, heeft het waarderingsteken voor mij alle waarde verloren. Ik kan dat niet meer op mijn jas hebben.
Met pijn in het hart moet ik afscheid nemen, want ik heb plezierige jaren met mijn vakbondsmaatjes beleefd, maar het is helaas niet anders.
Hoogachtend,
Jacques Janssen 



Afwikkeling
Zeer tot mijn verbazing reageerde binnen 24 uur de nieuwe voorzitter mevrouw Snoey. Heel curieus aan haar e-mailtje is de datering van 12 januari 2005, terwijl ik haar een dag later, op 13 januari 2005, gemaild heb. Mogelijk dat de systeemdatum op haar computer een dag achter loopt. Maar toch merkwaardig.


----- Original Message -----
From: "Edith Snoey" <ESnoey@Abvakabo.nl>
To: <jacques.janssen@verblijfopaarde.nl>
Cc: "Xander Uyl den" <XUyl den@Abvakabo.nl>
Sent: Wednesday, January 12, 2005 1:50 PM
Subject: Betr.: einde lidmaatschap

> geachte heer Janssen,
>
> Graag doe ik de moeite om dit voor u verder uit te zoeken en hoor graag
> van u of u dit op prijs stelt. Wij raken inderdaad niet graag leden
> kwijt en ik doe daarom graag een poging om u voor onze vereniging te
> behouden.
> Laat u even weten of u dit op prijs stelt?
>
> Met vriendelijke groeten,
>Edith Snoey


Uiteraard mevrouw Snoey even bericht dat ik haar reactie op prijs stel, een dag later, de 14e januari 2005

Mevrouw Snoey,

Ik ben zeer ingenomen met uw aanbod om te bezien of ik nog voor de vakbond
behouden kan blijven. Maar het is een gepasseerd station. Waar het mij om
gaat is dat mij het onverschuldigd betaalde bedrag wordt terugbetaald en dat
de beëindiging van het lidmaatschap op 1 januari 2005 plaats heeft en dat
niet daarna nog gelden van mijn rekeningnummer worden afgeboekt. U mag wel
weten dat slechts de vakbond de enige is aan wie ik ooit een machtiging voor
automatische giro-incasso heb verstrekt. Ik heb dat ten aanzien van elke
andere aanvrager systematisch afgewezen. Alleen mijn vakbond genoot mijn
vertrouwen.
Mocht u maatregelen nemen om soortgelijke situaties in de toekomst te
voorkomen, dan heeft mijn e-mail aan u toch nog zijn vruchten afgeworpen.
En toch bedankt voor het door u genomen initiatief. Mogelijk hoor ik nog wat
u mening hierover is. Mocht u nog de drie brieven van uw eigen organisatie
nodig hebben; ik heb ze gescand en kan ze a la minute mailen.
Met vriendelijke groeten,
Jacques Janssen




Contractuele verjaringstermijn
Op 11 februari 2005 komt dan van de Bondssecretaris den Uyl een brief die eigenlijk weinig meer doet dan de correspondentie van Backfront Manager, alias Hoofd Administratie R. Visser. Ook den Uyl blijkt door het systeem te zijn omklemd. Hij heeft het over o.a. de contractuele verjaringstermijn (je moet er maar op komen)en gaat geheel voorbij aan mijn gevoelens (de boosheid en emoties). Het doet er allemaal niet meer toe. Hier is zijn reactie.



 

Geachte heer Janssen,

Bij deze komen wij zoals afgesproken terug op uw e-mail aan mij persoonlijk gericht van 12 januari jl. Tevens beantwoorden wij hierbij de gelijkluidende e-mails die u toezond aan onze voorzitter, mevrouw E. Snoey, alsmede uw brief aan de heer R. Visser van 4 januari jl. Wij hopen dat we met deze brief kunnen komen tot een afsluiting van deze brief- c.q. e-mailwisseling.
Allereerst berichten wij u hierbij dat wij blijven bij het standpunt slechts gehouden te zijn u de contributie over een periode van zes maanden te restitueren.
Uw beroep op artikel 203 BW snijdt naar onze mening geen hout. Het artikel bepaalt slechts dat diegene die zonder rechtsgrond een betaling heeft gedaan, dit als onverschuldigd betaald van de ontvanger kan terugvorderen. Dit impliceert niet dat het recht op teruggave van hetgeen als onverschuldigd is betaald, voor onbeperkte tijd in stand blijft. Dit recht kan namelijk in ieder geval worden beperkt door een toepasselijke wettelijke -, dan wel contractuele verjaringstermijn.
In onze contributieregeling is een dergelijke contractuele verjaringstermijn opgenomen. Artikel 2 lid 3 van deze contributieregeling bepaalt dat, indien door onjuiste of onvolledige gegevens meer is betaald dan de volgens artikel 1 van deze regeling verschuldigde contributie, het teveel betaalde bedrag met terugwerkende kracht wordt terugbetaald tot maximaal zes maanden. Deze contributieregeling is aangenomen door de Bondsraad en gepubliceerd in Aaneen. Als lid bent u derhalve aan deze contributieregeling gebonden. Volledigheidshalve treft u ingesloten een afschrift van deze contributieregeling aan.

Voorts blijven wij van mening dat uw lidmaatschap eerst per 1 maart 2005 kan worden beëindigd. In de statuten is bepaald dat het lidmaatschap eindigt uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand volgend op die waarin de opzegging is binnengekomen. Deze regeling is een afwijking van de wettelijke regeling, waarin is bepaald dat opzegging van het lidmaatschap van een vereniging slechts kan geschieden tegen het einde van het boekjaar, behoudens de situatie dat redelijkerwijs niet gevergd kan worden het lidmaatschap te laten voortduren. Nu de wettelijke regeling op dit punt niet van toepassing is, kunt u zich ook niet beroepen op een eerdere beëindiging van het lidmaatschap vanwege het feit dat "redelijkerwijs van u niet kan worden gevergd de situatie te laten voortduren".
Wij begrijpen uit uw correspondentie dat u zeer teleurgesteld bent in het feit dat wij een zo strikte interpretatie hanteren van de regels van onze vereniging. Wij willen u er daarom op wijzen dat juist in het belang van alle leden een eensluidende interpretatie van de regeling noodzakelijk is om een gelijke behandeling van iedereen te waarborgen. Wij hopen dat u begrip kunt hebben voor ons standpunt.

Het een en ander betekent nadrukkelijk niet dat wij geen waardering hebben voor de verdiensten die u voor onze vereniging hebt gehad als kaderlid. Integendeel. Wij waarderen uw inzet en maken graag van de gelegenheid gebruik u daarvoor te danken.
met vriendelijke groeten,
X.J. den Uyl
Bondssecretaris

Vijfentachtig percent van deze brief is een herhaling van hetgeen de heer Visser heeft geschreven. Ook mijnheer de Bondssecretaris begrijpt niet waar het meningsverschil zit, gezien al zijn herhalingen en verwijzingen naar het Burgerlijk Wetboek en de statuten van de bond. Allemaal verspilde energie. Wat ik beweer, en dat heeft nog niemand van de ABVAKABO tegengesproken is dat de huidige regeling geen wettelijke status heeft en derhalve mij niet bindt. Toen de regeling nog onderdeel uitmaakte van de statuten zou ik daar wel aan gebonden zijn. Nu dus niet.
Voor zover dat bij de Postbank mogelijk was heb ik een aantal overboekingen laten terugboeken en omdat ABVAKABO door mij was gewaarschuwd in 2005 geen cent van mijn bankrekening te doen afschrijven (ik had reeds de machtiging ingetrokken) is er nog slechts een gering bedrag dat ik te vorderen heb. Gezien de houding van mijn voormalige vakbond en in het bijzonder van het Hoofd Administratie en de overijverige hoofdboekhouder, kan ik slechts met een beroep op de kantonrechter mijn gelijk halen. Voor die paar euro's ga ik het gerechtelijk apparaat niet belasten, al had ik graag gezien dat de bureaucraten eens een lesje werd geleerd.

Copyright 2005 - J.M.J.F. Janssen - Hilversum