Verblijf op Aarde
Begin niet aan een koopsom uitvaartpolis bij REAAL en SNS bank

























 
























 


























 





































 



































 























 














































 



































 























 






























































 






















































 




















































 



















































 





















































 




























































 



























































 




























































 



























































































































 






















































 






























































































 






















































 



























































































































 
Voorgeschiedenis

Ik wilde bij de Gooise Uitvaart Verzekering, gevestigd te Hilversum (GUV) een uitvaartverzekering afsluiten voor  € 5.000. Toen mijn Financieel Adviseur bij de SNS bank, de heer J.I. Contant te Hilversum, hiervan hoorde liet hij mij weten een beter aanbod te hebben, te weten een concurrerende koopsom-uitvaartpolis, want daar gaat het hier in concreto over. Lees hierbeneden hoe dat voorstel er uit zag en hoe klantvriendelijk en flexibel De SNS bank en de eigenlijke verzekeraar Reaal levensverzekeringen N.V. het vervolgtraject voor mij vorm gaven. Als klant moet je goed wakker blijven en adequaat reageren.

 

Aanbod SNS

 

                                                                                  9 maart 2005                  

Naar aanleiding van ons telefoongesprek van 9 maart jl. doe ik u een nieuw voorstel toekomen.

De heer J.M.J.F. Janssen. Verzekerde som € 5.000 (levenslang). U betaald (eenmalig) een koopsom van € 3.709.
Belangrijk voordeel voor u is dat er geen € 5.000 uit uw vermogen wordt onttrokken maar totaal € 3.709. Een verschil dus van € 1.291. Daar u een overschrijding heeft van het heffingsvrij vermogen in Box 3 levert deze storting een besparing op in de vermogensrendementsheffing van 1,2%. Tevens is van belang te weten dat het verzekerd bedrag van € 5.000 jaarlijks omhoog gaat door winstbijschrijving. Dus geen winstbijschrijving over de storting maar over het verzekerd bedrag.
Bijgesloten doe ik u de aanvraagformulieren ter invulling en ondertekening toekomen.
Hoogachtend SNS Bank
J.I. Contant, Financieel Adviseur
 

Medische gegevens van de Cardioloog
In de weken die hierop volgden gebeurde er van alles. Zo moest ik een machtiging invullen waarmee de SNS bank bij mijn huisarts of cardioloog de nodige informatie konden opvragen. Tevens heb ik een vragenformulier ingevuld. Mijn cardioloog liet de medische adviseurs van de SNS bank, de heren A. van der Hurk en G. van Homburg art, het nodige weten. Kennelijk is dat zoek geraakt waarop ik nogmaals opnieuw vragenformulieren moest invullen en de cardioloog eveneens andermaal op 26 mei 2005 de medisch adviseurs berichtte:


Geachte collega,
Ik heb u recentelijk al bericht over de heer J.M.J.F. Janssen, geboren 07-07-1940, wonende Kloosterlaan 238, 1216 NW Hilversum, naar aanleiding van uw verzoek.
Ik heb erbij gemeld dat er mogelijk sprake is van een zich ontwikkelende diabetes mellitus type II.
Ik heb alle gegevens nog eens teruggezocht, mede naar aanleiding van het feit dat u nadere inlichtingen aan patiënt heeft gevraagd. Hij heeft inmiddels zijn papier ingevuld.
Er is sprake van een pril stadium van een mogelijke diabetes, waarbij ik mij heel goed kan voorstellen dat alleen dieet in staat is om de waardes weer tot normale getallen terug te brengen. Ook het Hbalc is slechts marginaal verhoogd.
Een en ander heb ik uitvoerig met hem besproken. Hij gaat proberen om via aanpassingen van de eetgewoontes is samenspraak met de huisarts te streven naar normoglycemie. Of zich daadwerkelijk diabetes mellitus zal gaan ontwikkelen, zal nog enigszins de vraag zijn, zeker als hij met dieet alleen de normoglycemie weet te bereiken.
Met vriendelijke groet,
Dr. P.A.R. de Milliano, cardioloog

Inmiddels ben ik al een aantal malen bij de verpleegkundige en diëtiste geweest. Bij elk bezoek aan de verpleegkundige wordt o.a. de bloedsuiker (glucosewaarde) opgemeten. In juni was die plotseling vrij hoog, namelijk 10,3. Maar een maand later was deze gezakt naar 7. De normale waarde van bloedglucose ligt tussen 4 en 7.


Dekking bij overlijden kan niet verzekerd worden
Dan ploft toch er op 14 juli de brief van de verzekeraar dd. 4 juli 2005 in mijn brievenbus.



 

Geachte heer Janssen,
Na beoordeling van uw medische gegevens is besloten dat de dekking bij overlijden niet verzekerd kan worden.
Voor informatie over de reden van deze afwijzing kunt u, alleen schriftelijk, contact opnemen met onze medisch adviseur. Deze zal dan de reden schriftelijk meedelen aan u, uw huisarts of vertrouwensarts. Het is belangrijk dat u de naam, het adres en de woonplaats van uw huisarts of vertrouwensarts bij uw verzoek vermeldt.
Met vriendelijke groet,
REAAL Levensverzekeringen N.V.
Mevrouw S. Schoonenberg

Even iets duidelijk maken
Wat krijgen we nou? De SNS bank moet zich voor de inhoud van het korte briefje schamen. Heeft niets met klantvriendelijkheid en toegankelijkheid te maken. Dus de SNS bank op 14 juli 2005 van repliek gediend.

Aan SNS Bank
Mevrouw S. Schoonenberg
Postbus 274
1800 BH Alkmaar

Geachte mevrouw Schoonenberg,

Uw bovenaangehaalde zesregelige brief welke ik heden heb ontvangen en waarschijnlijk door u ruim een week later op de post is gedaan dan u in uw briefhoofd vermeld, roept niettemin nogal wat vragen op. Wie is om te beginnen mevrouw S. Schoonenberg? Ik heb steeds met wisselende personen van de SNS bank contact gehad en nu weer met ene Schoonenberg.
Wat is de reden dat de medisch adviseur mij niet een bericht stuurt? Waarom is in ieder geval de reden van weigering mij niet schriftelijk gemeld en moet ik daarover eerst met u correspondentie voeren?
Wie is uw medisch adviseur tot wie ik mij zou kunnen wenden? Waarom vermeld u dat niet in uw brief?

Ik weet niet welke functie u bij het Service Center bekleedt en hoe u daar terecht ben gekomen, maar communiceren en voorlichten zijn in ieder geval niet uw sterkste kanten.
Wat is de reden van het vermelden van NAW-gegevens van mijn huisarts of mijn vertrouwensarts als ik wil weten welke overwegingen bij u aanleiding hebben gegeven de dekking van de uitkering bij mijn overlijden niet te kunnen verzekeren?
Waarom komt mijn cardioloog in dit rijtje niet voor, aangezien hij mijn behandelend specialist is die u de medische gegevens verstrekt heeft?
Is er voor mij een mogelijkheid uw beslissing aan te vechten? En zo ja, waarom vermeld u dat niet? Ik heb natuurlijk het vermoeden dat in een vrije markt waarin uw organisatie opereert, u aan uw clientèle weinig verantwoording wilt afleggen. Het zou u, ook al uit een oogpunt van klantvriendelijkheid en een betrouwbaar imago sieren, om de nodige transparantie te betrachten.
Ik verzoek u dringend te bevorderen dat deze brief bij u op de bestemder plekke beland en dat mij schriftelijk –hoe kwam u er op om te denken dat ik genoegen zou nemen met mondeling verstrekte informatie?- gemotiveerd wordt waarom u tot bedoeld besluit bent gekomen, met een afschrift aan mijn cardioloog waarvan de NAW-gegevens bij uw medische adviseur(s) bekend zijn.
Ik deel u bij voorbaat reeds mede dat ik mij in deze alle rechten voorbehoud en afhankelijk van de gegrondheid van uw besluit mij met mijn juridische adviseurs zal verstaan omtrent tegen u te nemen rechtsmaatregelen.
Met vriendelijke groet,
J.M.J.F. Janssen



De medisch adviseurs doen van zich spreken
Er gingen slechts twaalf dagen voorbij of ik ontving twee volstrekt identieke brieven van de medisch adviseurs.

                                                                                    26 juli 2005


Geachte heer Janssen,

Naar aanleiding van uw verzoek om uitleg over de reden van de afwijzing van uw levensverzekering kunnen wij u het volgende meedelen.
"Bij een voorgeschiedenis van een hartinfarct in 1993 manifesteerde zich in 2003 hartfalen in de vorm van linkszijdige decompensatio cordis. Tevens ontstond in 2005 een diabetes mellitus. Op grond van de combinatie van deze aandoeningen hebben wij moeten besluiten tot een afwijzend advies met een te slechte prognose.
Het oordeel is gebaseerd op gegevens die wij op 4 mei 2005 van uw specialist hebben ontvangen. Indien u hierover inhoudelijke vragen heeft, kunt u contact opnemen met uw behandeld arts.
De afwijzing is tot stand gekomen met behulp van de statistische naslagwerken van ’s werelds grootste herverzekeringsmaatschappij, de ‘Swiss-Re’, die door alle grote verzekeringsmaatschappijen in Nederland wordt gebruikt.
Het in beroep gaan tegen deze afwijzing is mogelijk. Dit zal echter niet lijden tot een acceptatie bij Reaal."

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
Met vriendelijke groet,
G. Homburg, arts
D.J. van Dongen, arts/internist
Medisch adviseurs REAAL Levensverzekeringen N.V.



Vragen om repliek
Waarom ik twee identieke exemplaren in verschillende enveloppen toegezonden kreeg is mij een raadsel. Ik begrijp hiervan de strekking niet, of het zou moeten zijn dat de verzekeraar mij een extra exemplaar stuurt ten behoeve van mijn vertrouwensarts/cardioloog. Als dat laatste het geval is lijkt het me zinvol daarover een opmerking te maken, want ik beschik niet over de gave de gedachten van briefschrijvers te lezen. En bovendien had ik de verzekeraar verzocht om mijn behandelaar rechtstreeks een kopie te sturen van de brief waarin de reden van afwijzing werd geadstrueerd.
Dus de artsen even laten weten dat ze zo gemakkelijk niet van me af komen Op 29 juli ging er een brief richting adviseurs.


SNS Bank
Medisch Adviseurs Reaal Levensverzekeringen N.V.
G. Homburg en D.J. van Dongen
Postbus 274
1800 BH Alkmaar

Geachte heren/heer en mevrouw/dames,

Uw brief dd. 26 juli 2005 heb ik ontvangen. Sterker nog: ik kreeg twee identieke exemplaren in verschillende enveloppen toegezonden. Ik begrijp hiervan de strekking niet, of het zou moeten zijn dat u mij een extra exemplaar stuurt ten behoeve van mijn vertrouwensarts/cardioloog. Als dat laatste het geval is lijkt het me zinvol daarover een opmerking te maken, want ik beschik niet over de gave uw gedachten te lezen. En bovendien had ik u verzocht mijn behandelaar rechtstreeks een kopie te sturen van de brief waarin u de reden van afwijzing adstrueert.
U begrijpt dat ik inhoudelijk niet op uw motivatie reageer omdat ik natuurlijk mijn kruit wil bewaren voor de bezwaar- of beroepsprocedure en daarover met u nu niet in discussie ga. Maar dat uw overwegingen, waarvan ik nu heb kennis genomen met onder andere een verwijzing naar statistische naslagwerken van “’s werelds grootste herverzekeringsmaatschappij”, flinterdun zijn kan ik u met een gerust hart wel zeggen, ook al heeft zich in dat hart in 2003 een linkszijdige decompensatio cordis voorgedaan.

U meld me verder dat het wel mogelijk is om tegen deze beslissing in beroep te gaan, maar dat zulks niet zal lijden tot een acceptatie bij Reaal. Een voor beroep vatbare beslissing betekent dat de onderwerpelijke beslissing in een bezwaar- of beroepsprocedure kan worden aangevochten en dat daarvan het resultaat kan zijn dat de aanvankelijke beslissing herzien wordt. Door van te voren uit te sluiten dat de aanvankelijke beslissing gecorrigeerd kan worden is er natuurlijk geen sprake van bezwaar of beroep zoals dat bij een bezwaar- of beroepsprocedure het geval is. Ik neem medisch specialisten niet kwalijk dat ze niet geheel op de hoogte zijn van de betekenis en van de rechten en verplichtingen die aan bezwaar en beroep verbonden zijn, maar in dit geval kan deze verontschuldiging u niet verschonen: u moet als medisch specialisten werkzaam in een commerciële omgeving natuurlijk volstrekt op de hoogte zijn van de rechtspositionele gevolgen die een potentiële verzekerde naar aanleiding van uw advies of beslissing kan treffen. Ik ga mij dan nu ook op een dergelijke procedure voorbereiden en behoud mij natuurlijk het recht voor de door u verstrekte informatie tegen u te gebruiken.
Rest mij u nadrukkelijk te verzoeken mij schriftelijk mede te delen bij wie en onder welke condities ik mijn bezwaar en/of beroep kan kenbaar maken. En voor het geval aan een dergelijke procedure een (intern) reglement ten grondslag ligt, verzoek ik u mij daarvan een exemplaar te doen toekomen zodat ik u geheel conform de regels van uw organisatie of uw branche (bij een koepelregeling) tegemoet kan treden.
Met vriendelijke groet,
J.M.J.F. Janssen


En omdat ik het vermoeden heb dat de artsen het allemaal niet begrijpen, richt ik mij op dezelfde dag weer tot mevrouw Schoonenberg bij de SNS bank.

Aan SNS Bank
Mevrouw S. Schoonenberg
Postbus 274
1800 BH Alkmaar

Geachte mevrouw Schoonenberg,

Heden heb ik van uw medisch adviseurs G. Homburg en D.J. van Dongen schriftelijk de reden van afwijzing ontvangen. Bijgaand treft u een afschrift van hun brief aan. Ik heb daarover een aantal procedurele opmerkingen waarvoor ik hoogstwaarschijnlijk bij u terecht kan.

De medisch adviseurs delen mij desgevraagd onder andere mee dat het mogelijk is om tegen deze beslissing in beroep te gaan, maar dat zulks niet zal lijden tot een acceptatie bij Reaal. Een voor beroep vatbare beslissing betekent dat de onderwerpelijke beslissing in een bezwaar- of beroepsprocedure kan worden aangevochten en dat daarvan het resultaat kan zijn dat de aanvankelijke beslissing herzien wordt. Door van te voren uit te sluiten dat de aanvankelijke beslissing gecorrigeerd kan worden is er natuurlijk geen sprake van bezwaar of beroep zoals dat bij een bezwaar- of beroepsprocedure het geval is. Ik neem medisch specialisten niet kwalijk dat ze niet geheel op de hoogte zijn van de betekenis en van de rechten en verplichtingen die aan bezwaar en beroep verbonden zijn, maar in dit geval kan deze verontschuldiging hen niet verschonen: zij moeten als medisch specialisten werkzaam in een commerciële omgeving natuurlijk volstrekt op de hoogte zijn van de rechtspositionele gevolgen die een potentiële verzekerde naar aanleiding van hun advies of beslissing kan treffen. Ofschoon ik hen dit heb doen weten heb ik niettemin het vermoeden dat zij niet de context van hun simpele mededeling begrijpen.
Reden om mij tot u te wenden met het verzoek mij schriftelijk mede te delen bij wie en onder welke condities ik mijn bezwaar en/of beroep kan kenbaar maken. En voor het geval aan een dergelijke procedure een (intern) reglement ten grondslag ligt, verzoek ik u mij daarvan een exemplaar te doen toekomen zodat ik u geheel conform de regels van uw organisatie of uw branche (bij een koepelregeling) tegemoet kan treden.

Merk tenslotte op dat u een groot aantal vragen uit mijn brief dd. 14 juli 2005 onbeantwoord heeft gelaten. Ik neem daar kennis van en dank u voor de te nemen moeite in deze.
Met vriendelijke groet,
J.M.J.F. Janssen


Nadere toelichting
Dan denk je toch alles uit de kast gehaald te hebben opdat de SNS bank en Reaal Levensverzekeringen N.V. het begrijpen. De heren medisch adviseurs laten het wijselijk over aan weer een nieuwe ster die mij op 4 augustus antwoord zal geven.


                                                                                4 augustus 2005

Geachte Heer Janssen,

Uit uw correspondentie blijkt dat u een en ander niet geheel duidelijk is. Wij willen een en ander graag via deze brief verhelpen.
Wij hebben in onze eerdere correspondentie aangegeven dat wij geen verzekering op uw leven kunnen accepteren. Hoewel de mogelijkheid geboden moet worden om in beroep te gaan tegen deze beslissing, heeft het, in uw uitzonderlijke geval, geen zin.
Binnen het Service Center Verzekeringen, hebben wij 2 medisch adviseurs in dienst met daaronder een team van (para)medici, welke tesamen de medische acceptatie voor hun rekening nemen. Om de continuïteit te waarborgen komt het voor dat verschillende mensen uw aanvraag behandelen.
Inzake de procedure met het verstrekken van uitleg omtrent een eventuele premieverhoging, uitstel of afwijzing, geven wij aan dat er een keuze is op welke wijze men de uitleg wenst te vernemen. Het is aan een ieder aan te geven wat wenselijk is.
Wanneer u het niet eens bent met ons oordeel kunt u zich wenden tot:
Klachteninstituut Verzekeringen, Postbus 93560, 2509 AN Den Haag. Tel. 070 - 333 89 99.
www.klachteninstituut.nl

Zij kunnen u verder wegwijs maken in de voor u overgebleven mogelijkheden en procedures.
Met vriendelijke groet,
REAAL Levensverzekeringen N.V.
E. Slatman



Indienen klacht is niet meer tegen te houden
Als je zoiets krijgt na een voorgeschiedenis met alsmaar brieven die misverstanden en miscommunicatie oproepen (het lijkt wel of men het erom doet), ben je wel verplicht een klacht in te dienen. Dus de computer aangezet en maar weer aan de gang. Het kan niet anders.
 

 Klachteninstituut Verzekeringen
 
Postbus 93560
 
2509 AN Den Haag
                                                                                                            22 augustus 2005

Geacht College, geachte dames en/of heren,

Met deze brief dien ik bij u een klacht in tegen de te Alkmaar gevestigde Reaal Levensverzekeringen N.V., hierna te noemen verzekeraar,
en tegen de te Utrecht gevestigde SNS Bank N.V., hierna te noemen bemiddelaar,
enerzijds wegens het niet accepteren van de bij de verzekeraar onder te brengen uitvaartverzekering en anderzijds wegens de wijze waarop ik door de verzekeraar behandeld ben.
Ofschoon medewerkers, vermoedelijk in loondienst bij de verzekeraar, in de correspondentie gebruik maken van briefpapier van de bemiddelaar, ondertekenen zij de brieven namens de verzekeraar, hoewel dat niet met zoveel woorden gezegd wordt, maar uit de laatste woorden voorafgaand aan de ondertekening

“Met vriendelijke groet,
Reaal levensverzekeringen N.V.”

moge ik concluderen zoals ik hierboven heb omschreven.

En voorzover ook de bemiddelaar wat te verwijten valt, verzoek ik u mijn grieven tegen de verzekeraar ook te beschouwen gericht te zijn aan het adres van de bemiddelaar.
Mijn vrouw en ik wilden bij de Gooise Uitvaart Verzekering, gevestigd te Hilversum (GUV) een uitvaartverzekering afsluiten voor € 5.000. Toen onze Financieel Adviseur bij de bemiddelaar, de heer J.I. Contant te Hilversum, hiervan hoorde liet hij ons weten een beter aanbod te hebben, te weten een concurrerende koopsom-uitvaartpolis, want daar hebben we het in concreto over. Bij schrijven van 9 maart 2005 deed hij ons een nieuw voorstel. De verzekerde som voor mijn vrouw bedroeg € 5.000 bij een eenmalige betaling van de koopsom van € 3.298. De verzekerde som voor mij zou bedragen € 5.000 bij een eenmalige betaling van de koopsom van  € 3.709.

Nadat al eerder mijn cardioloog, de heer dr. P.A.R. de Milliano, verbonden aan het Ziekenhuis Hilversum, de benodigde gegevens dd. 26 mei 2005 aan de artsen A. van der Hurk en G. van Homburg, kennelijk residerend bij de bemiddelaar, heeft opgestuurd, ontving ik op 14 juni 2005 van de verzekeraar een door mevrouw S. Kruijer ondertekend schrijven dd. 13 juni 2005 met een nieuw machtigingsformulier en vragenlijst ten behoeve van de medisch adviseur van de verzekeraar. De vragenlijst behelsde het verkrijgen van aanvullende informatie omtrent diagnose, klachten, behandeling, verloop en controle inzake een zich mogelijk ontwikkelende diabetes mellitus type II. Andermaal zijn door mij en de cardioloog deze gegevens verstrekt.

In zijn ambtsbericht aan de medische adviseurs van de verzekeraar constateert mijn cardioloog dat er sprake is van een pril stadium van een mogelijke diabetes mellitus II, waarbij hij zich kan voorstellen dat alleen dieet in staat is om de waardes weer tot normale getallen terug te brengen. Ook het Hbalc is slechts marginaal verhoogd. Ten overvloede memoreert hij inzake de ontwikkeling van diabetes mellitus II, dat het nog de vraag is of deze zich zal ontwikkelen, zeker als ik met dieet alleen de normoglycemie weet te bereiken. Uit de aantekeningen van de verpleegkundige mevrouw S. Koster ten behoeve van de diabetespas blijkt dat de bloedglucose in juli al is gezakt naar 7.0 (normale waarde van bloedglucose ligt tussen 4 en 7).

 Dan ploft toch nog vrij plotseling op 14 juli de brief van de verzekeraar dd. 4 juli 2005, en nu ondertekend door mevrouw S. Schoonenberg, in mijn brievenbus. De strekking van het verhaal is dat de dekking uitkering bij overlijden niet verzekerd kan worden. Punt.
Voor informatie over de reden van deze afwijzing kan ik “alleen schriftelijk contact opnemen met onze medisch adviseur”. Deze zal dan de reden schriftelijk aan mij meedelen of aan mijn huisarts, of de vertrouwensarts, aldus mevrouw Schoonenberg. Merkwaardige manier van communiceren. Wie is om te beginnen mevrouw S. Schoonenberg? Ik heb steeds met wisselende personen van de verzekeraar contact gehad en nu weer met ene Schoonenberg.

Wat is de reden dat de medisch adviseur mij niet een bericht stuurt? Waarom is in ieder geval de reden van weigering mij niet schriftelijk gemeld en moet ik daarover eerst met mevrouw Schoonenberg correspondentie voeren?
Wie is de medisch adviseur tot wie ik mij zou kunnen wenden? Waarom vermeld mevrouw Schoonenberg dat niet in haar brief?
Wat is de reden van het vermelden van NAW-gegevens van mijn huisarts of mijn vertrouwensarts als ik wil weten welke overwegingen bij de verzekeraar aanleiding hebben gegeven de dekking van de uitkering bij mijn overlijden niet te kunnen verzekeren?
Waarom komt mijn cardioloog in dit rijtje niet voor, aangezien hij mijn behandelend specialist is die de verzekeraar de medische gegevens verstrekt heeft? En bovenal is er bij mij de vraag of er een mogelijkheid is de beslissing aan te vechten? En zo ja, waarom vermeld mevrouw Schoonenberg dat niet?

 Ik heb mevrouw Schoonenberg van de verzekeraar dan ook deze vragen gesteld bij brief dd. 14 juli 2005 en in het bijzonder gevraagd mij motieven en argumenten te verschaffen waarop de beslissing gebaseerd is en om mijn cardioloog hiervan een afschrift te sturen. In antwoord hierop krijg ik twee identieke brieven van de verzekeraar, beiden gedateerd 26 juli 2005 en ondertekend door G. Homburg arts en D.J. van Dongen arts/internist met de verlossende motivatie:

“Bij een voorgeschiedenis van een hartinfarct in 1993 manifesteerde zich in 2003 hartfalen in de vorm van linkszijdige decompensatio cordis. Tevens ontstond in 2005 een diabetes mellitus. Op grond van de combinatie van deze aandoeningen hebben wij moeten besluiten tot een afwijzend advies met een te slechte prognose.
Het oordeel is gebaseerd op gegevens die wij op 4 mei 2005 van uw specialist hebben ontvangen. Indien u hierover inhoudelijke vragen heeft, kunt u contact opnemen met uw behandelend arts.
De afwijzing is tot stand gekomen met behulp van de statistische naslagwerken van ’s werelds grootste herverzekeringsmaatschappij, de ‘Swiss-Re’, die door alle grote verzekeringsmaatschappijen in Nederland wordt gebruikt.
Het in beroep gaan tegen deze afwijzing is mogelijk. Dit zal echter niet lijden tot een acceptatie bij Reaal.”

Waarom ik twee identieke exemplaren in verschillende enveloppen toegezonden kreeg is mij een raadsel. Ik begrijp hiervan de strekking niet, of het zou moeten zijn dat de verzekeraar mij een extra exemplaar stuurt ten behoeve van mijn vertrouwensarts/cardioloog. Als dat laatste het geval is lijkt het me zinvol daarover een opmerking te maken, want ik beschik niet over de gave de gedachten van briefschrijvers te lezen. En bovendien had ik de verzekeraar verzocht om mijn behandelaar rechtstreeks een kopie te sturen van de brief waarin de reden van afwijzing werd geadstrueerd.

De arts en arts/internist gaan een brug te ver als zij beweren dat in 2005 tevens een diabetes mellitus ontstond. Zij zullen bedoelen diabetes mellitus II. Hoewel, ze zeggen het niet. Uit de door de cardioloog overlegde gegevens moge blijken dat het voor hem nog geenszins zeker was (en is,) dat deze aandoening zich zou ontwikkelen. De aantekening van de verpleegkundige omtrent een aanmerkelijke daling van de bloedglucose naar waarde 7 in juli jl. ondersteunt die redenering. Van collegae vakbroeders zou men mogen verwachten dat ze elkaars voorzichtige interpretatie van de feiten respecteren. Zo niet de vakbroeders bij de verzekeraar. Hun conclusie is zeer suggestief en niet gebaseerd op feiten. De combinatie van hartfalen en een hartinfarct is een inmiddels veel voorkomend verschijnsel en behoeft niet tot een slechte prognose te leiden. Daar is meer voor nodig. En dat in mijn geval na het hartinfarct er elf-en-een-half jaar verstrijken, alvorens zich een hartfalen manifesteert, legt veel minder nadrukkelijk een relatie met het hartinfarct dan wanneer dat zich binnen vijf jaar manifesteert.

De verzekeraar en zijn medische adviseurs hebben het wel over een ‘uitzonderlijk’ geval maar blijven in gebreke het vermeende verhoogde risico te kwantificeren. Ook ontbreekt een verwijzing naar literatuur waar deze epidemiologische gegevens exact te vinden zijn. Verder ben ik dan ook heel benieuwd naar de grenswaarden. Bij welk risico accepteert men iemand niet meer? Volgens mijn cardioloog dr. P.A.R. de Milliano is deze discussie extra interessant omdat hij enige tijd geleden in zijn praktijk bij hartkatheterisatie geen significant coronairlijden heeft kunnen aantonen. Ten aanzien van de aangevochten beslissing is hij van mening dat de medische adviseurs mijn risicoprofiel zeer oppervlakkig beoordeeld hebben, want een HbA1C is niet in de overwegingen meegenomen.
Ik kan echter niet ontkennen dat in principe mensen met hartfalen een minder gunstige prognose hebben dan mensen zonder deze aandoening. Nuances zijn echter zeker mogelijk. In de eerste plaats heeft het hartfalen zich bij mij maar een korte periode voorgedaan. Mijn cardioloog kan bevestigen dat er geen sprake is van chronisch hartfalen. In de tweede plaats is er een lange periode tussen infarct en moment van hartfalen. Tot slot, maar niet minder belangrijk, het feit dat hartkatheterisatie bij mij geen belangrijke afwijkingen heeft laten zien.
En strikt genomen hoeven de medische adviseurs mijn lichamelijkheid en vitaliteit niet te kennen om een risicoschatting te maken. Subjectieve inschattingen op grond van anamnese/lichamelijk onderzoek enzovoorts spelen hierin in principe geen rol. Dit punt geeft echter wel aan dat de vertaling van epidemiologische gegevens naar het individu uiterst lastig is. Als de gemiddelde levensverwachting in de groep patiënten met aandoening X 10 jaar is dan impliceert dat per definitie dat er ook mensen zijn die nog wel 20 jaar of langer hebben geleefd maar ook dat er mensen zijn die al na 1 jaar overlijden. Als de verzekeringsartsen de moeite zouden nemen om individuele criteria in hun beslissing te betrekken dan zou dat een enorme verbetering zijn.
De medisch adviseurs hebben een verwijzing nodig naar statistische naslagwerken van “’s werelds grootste herverzekeringsmaatschappij”, om daarmee hun opvatting verder te legitimeren. Flinterdun. Ik zie niet de relatie van het weigeren van de medische acceptatie in mijn geval en de statistische naslagwerken van ‘Swiss-Re’. Bovendien, een verwijzing naar voor mij gesloten boeken is hetzelfde als de duim opsteken voor een blinde.

De medisch adviseurs melden me verder dat het wel mogelijk is om tegen deze beslissing in beroep te gaan, maar dat zulks niet zal lijden tot een acceptatie bij Reaal. Dat is stevig neergezet en zeker voor beoefenaars van de geneeskunde. Een voor bezwaar of beroep vatbare beslissing betekent dat de onderwerpelijke beslissing in een bezwaar- of beroepsprocedure kan worden aangevochten en dat daarvan het resultaat kan zijn dat de aanvankelijke beslissing herzien wordt. Door van te voren uit te sluiten dat de aanvankelijke beslissing gecorrigeerd kan worden is er natuurlijk geen sprake van bezwaar of beroep zoals dat bij een bezwaar- of beroepsprocedure het geval is. Ik neem medisch specialisten niet kwalijk dat ze niet geheel op de hoogte zijn van de betekenis van de rechten en verplichtingen die aan bezwaar en beroep verbonden zijn, maar in dit geval kan deze verontschuldiging hen niet verschonen: zij moeten als medisch specialisten werkzaam in een commerciële omgeving natuurlijk geheel op de hoogte zijn van de rechtspositionele gevolgen die een potentiële verzekerde naar aanleiding van hun advies of beslissing kan treffen. Vermoedelijk hebben de medisch adviseurs gedacht dat het in dit geval in essentie gaat om de vraag of verzekeraar gehouden is om met mij een overeenkomst af te sluiten en dat zij tot de conclusie zijn gekomen, nu contractsvrijheid in Nederland een erkende zaak is, dat dit betekent dat partijen vrij zijn om met elkaar overeenkomsten te sluiten, maar dat zij ook vrij zijn om dit niet te doen. Ik erken de vrijheid van verzekeraar om haar moverende redenen met mij geen overeenkomst af te sluiten. Maar daar gaat het niet om.

Het verschil van opvatting zit in mijn mening dat, met erkenning van de contractvrijheid, verzekeraar een oneigenlijk element hanteert door te stellen dat de combinatie van een hartinfarct, hartfalen en diabetes mellitus II een dergelijke slechte prognose oplevert, dat het niet verantwoord is bedoelde overeenkomst met mij af te sluiten. Verzekeraar kan gezien het voorgaande in redelijkheid en billijkheid niet tot een dergelijke beslissing komen.
Aangezien een verzekeraar ook een fout kan maken, en hij ook een onjuist of niet-eigenlijk element in een overeenkomst gebruikt, kan tegen de beslissing om met mij geen overeenkomst af te sluiten per definitie bezwaar worden aangetekend. Nu de medisch specialisten van verzekeraar mij melden dat defacto bezwaar is uitgesloten vermoed ik dat zij niet de context van hun simpele mededeling begrijpen. Ik vroeg mij dan ook af of zij gerechtigd zijn om namens de verzekeraar een dergelijke uitspraak te doen, immers zij hebben zichzelf geafficheerd als medisch adviseurs van de verzekeraar. Adviseurs adviseren anderen die mede op grond van aangeleverde adviezen tot een bepaalde beslissing komen. Ik vraag me derhalve af welke geëigend orgaan een dergelijke beslissing namens verzekeraar neemt.

Op 29 juli 2005 heb ik de medisch adviseurs schriftelijk doen weten dat mijn opvattingen anders zijn dan de hunne, Daarnaast heb ik mevrouw Schoonenberg van de verzekeraar per dezelfde datum laten weten dat ik deze gang van zaken uiterst merkwaardig vind. Tevens heb ik haar gewezen op het onbeantwoord laten van een groot aantal vragen die ik haar in mijn brief van 14 juli 2005 stelde. Daarnaast heb ik haar verzocht mij op de hoogte te stellen van de wijze waarop ik tegen het onderwerpelijke besluit verzet kan aantekenen.
Naar aanleiding van deze brief aan mevrouw Schoonenberg ontvang ik een brief van de verzekeraar dd. 4 augustus 2005 en nu ondertekend door mevrouw/mijnheer E. Slatman. Uit bedoeld schrijven citeer ik het volgende:

“Uit uw correspondentie blijkt dat u een en ander niet geheel duidelijk is. Wij willen een en ander graag via deze brief verhelpen.”

Dan denk je dat het gaat komen. Wat volgt is:

“Wij hebben in onze eerdere correspondentie aangegeven dat wij geen verzekering op uw leven kunnen accepteren. Hoewel de mogelijkheid geboden moet worden om in beroep te gaan tegen deze beslissing, heeft het, in uw uitzonderlijke geval, geen zin.”

Uit de eerste volzin moet ik opmaken dat verzekeraar het over een levensverzekering heeft, terwijl ik het met de verzekeraar vanaf den beginne heb over een koopsom-uitvaartpolis.
Erkend wordt dat de mogelijkheid van verzet bestaat, maar dat het in mijn ‘uitzonderlijke geval’ geen zin heeft. Wat is nu het uitzonderlijke karakter dat de verzekeraar geen vrijheid biedt mij in deze te accepteren? En wat is de reden van deze medewerker, die duidelijk de kennelijk aangeslagen mevrouw Schoonenberg moet vervangen, om mij dat niet te vermelden? Dat hoort toch bij een primaire vorm van communicatie, waarbij je de verwachting en de bedoeling hebt dat de ander (de ontvanger) je begrijpt en zeker als je in de aanhef van de brief meedeelt dat je een en ander aan misunderstanding wilt wegnemen. Niet dus.

Mogelijk dat de volgende passage uit de brief van Slatman die lang verwachte duidelijkheid verschaft:

“Binnen het Service Center Verzekeringen, hebben wij 2 medisch adviseurs in dienst met daaronder een team van (para)medici, welke tesamen de medische acceptatie voor hun rekening nemen. Om de continuïteit te waarborgen komt het voor dat verschillende mensen uw aanvraag behandelen.”

Om te beginnen: met de arts A. van der Hurk, de arts G. van Homburg en de arts/internist D.J. van Dongen kom ik minstens op 3 medische adviseurs, of is één van hen niet in dienst bij de verzekeraar? Moet ik begrijpen dat de ondertekenaars mevrouw S. Kruijer, mevrouw S. Schoonenberg, en de heer/mevrouw E. Slatman tot de (para)medici behoren, en zo ja waarom staat dat bij de ondertekening niet vermeld. Van Slatman is mij niet eens bekend tot welk geslacht deze behoort. Dat is allemaal geen ramp, maar als men in een brief aankondigt duidelijkheid te verschaffen, dan moet je op zijn minst even vertellen wie je bent (welke functie gaat er achter welke naam schuil). Is dat nou zo moeilijk?

Slatman wil mij doen geloven dat de continuïteit gewaarborgd is met een dossierbehandeling door meerdere personen. Ik geloof er geen biet van. Meerdere mensen op één en hetzelfde dossier leidt in de politiek, in de zorgsector en in het bedrijfsleven tot verwarring en misverstanden. Daarnaast is het gevaar groot dat niet uit één mond wordt gesproken als dat noodzakelijk is. Het waarborgen van continuïteit is door Slatman met de haren erbij gesleept, het slaat nergens op. Belangrijker is de kwaliteit en kwaliteitsbewaking van een dossier. Daar heeft Slatman het wijselijk niet over, want uit de door mij aan Uw college overlegde kopieën van de gevoerde correspondentie moge blijken hoe bedroevend bijvoorbeeld de kwaliteit van de communicatie is. Elk nieuw briefje van de verzekeraar roept weer nieuwe vragen op die vervolgens weer onbeantwoord blijven. Alleen op die manier wordt de continuïteit gewaarborgd, maar daar heb ik geen zin in.
Namens de verzekeraar hebben zich 7 personen met mijn verzoek bemoeid, te weten: de heer J.I. Contant Financieel Adviseur, mevrouw S. Kruijer, mevrouw S. Schoonenberg, de heer/mevrouw E. Slatman, de medisch adviseurs A. van der Hurk arts, G. van Homburg arts en D.J. van Dongen arts/internist. Uit een oogpunt van privacy, maar natuurlijk ook efficiency, is een dergelijke eenvoudige behandeling waarbij zeven personen zich met het dossier bemoeien niet te verkiezen. Wellicht werd een beroep op een dergelijke batterij van medewerkers gedaan omdat een aantal van hen toch niet geheel competent was om zich aan een dergelijk dossier te wijden. En indien de verzekeraar mij geaccepteerd had zou ik vervolgens van Afdelingshoofd (Afdelingshoofd? Waarvan? Het wordt mij niet verteld) J. Vegter van de bemiddelaar de polis en aanverwante bescheiden toegezonden krijgen zoals dat bij mijn vrouw is gebeurd.

Niet alleen het grote aantal mensen dat zich met één dossier bezighoudt, maar ook de zelf veroorzaakte verwarring door verschillende begrippen te hanteren over één en dezelfde zaak. Het geeft mij de indruk dat er van eenduidigheid en uniformiteit geen sprake is, terwijl ik dat als eenvoudige consument natuurlijk veel liever heb als continuïteit, wat men daar ook onder moge verstaan.

product

bron

bemiddelaar

bron

verzekeraar

bron

Koopsom uitvaart

Brief 09032005

SNS Bank NV

Brief 09032005

Reaal levensverzekeringen N.V.

Brief 07042005

Koopsomstorting SNS uitvaartverzekering

Aanvraagformulier SNS Bank

SNS Verzekeringen B.V.

1e polisblad echtgenote 01042005

Reaal Overlijdenszorg-verzekeringen N.V.

1e polisblad echtgenote 01042005

SNS uitvaartverzekering

Aanvraagformulier SNS Bank

Acceptatiebrief echtgenote 25042005

 

 

 

 

verzekeringsaanvraag

Brief 13062005

 

 

 

 

levensverzekering

Brief 26072005

 

 

 

 

levensverzekering

Machtigingsformulier SNS Bank

 

 

 

 

 Niet alleen is men erg onzorgvuldig met het op een juiste manier schrijven van eigennamen; zo wordt de meisjesnaam van mijn vrouw in de acceptatiebrief en in de polis niet goed geschreven, maar men heeft ook vele namen voor één en hetzelfde product en zelfs de naam van de eigen organisatie wordt op verschillende manieren geschreven.

Concluderend:

De verzekeraar heeft ten onrechte besloten dat de dekking uitkering bij mijn overlijden niet verzekerd kan worden op grond van mijn medische gegevens. Hij is er niet in geslaagd aan te tonen dat in dit geval de combinatie hartinfarct (1993), hartfalen (2003) en een zich mogelijk ontwikkelende diabetes mellitus II een dusdanig slechte prognose oplevert, dat in redelijkheid en billijkheid niet anders kon beslissen dan mij niet te accepteren.

Verzekeraar loopt daarnaast weinig risico omdat het bedrag van de koopsompolis meteen in zijn geheel gestort wordt en er geen maandelijkse of andere termijnbetalingen plaatshebben. Dat zou dan een ander verhaal zijn geweest als ik voor een dergelijke verzekering hadden gekozen. Materieel gaat het slechts om een risico van € 1.291. Een dergelijk risico is voor verzekeraar betrekkelijk gering, zeker als ik dat afzet tegen het risico van de Belgische bank die onlangs de aankoop van mijn huurhuis heeft gefinancierd (€ 193.600) dat ik met mijn vrouw gekocht heb. Die hebben geen kapsones gemaakt zoals de verzekeraar dat doet.
De gevoerde correspondentie van de zijde van de verzekeraar is weinig consistent, verwarring zaaiend en in het geheel niet professioneel waardoor de communicatie zijn doel mist en bij clientèle slechts ongeloof en boosheid wordt opgeroepen.

Ik verzoek Uw College mijn conclusies te delen en te bevorderen dat primair de verzekeraar alsnog mij accepteert, secundair uit te spreken dat verzekeraar gediend is met een kwalitatief betere vorm van communicatie en voorlichting.
Met gewaardeerde hoogachting,
J.M.J.F. Janssen


Met deze brief zijn een zeventien bijlagen meegestuurd, bijna allemaal brieven die hierboven zijn gepubliceerd.


Een ongekende wereld
Binnen veertien dagen krijg ik van de ombudsman verzekeringen, die belast is met de behandeling van klachten over verzekeraars, een uitvoerige reactie.

                                                        

                                                                   30 augustus 2005
 


Geachte heer Janssen,

Hierbij bevestig ik de goede ontvangst van uw brief met bijlagen, gedateerd 22 augustus jongstleden. U beklaagt zich er over dat genoemde maatschappij naar uw mening in de door haar gevolgde procedure van beoordeling van het verzekeringsrisico geen recht heeft gedaan aan de medische omstandigheden van uzelf.
Naar aanleiding van uw brief wil ik het volgende opmerken.

Een verzekeraar is in beginsel vrij naar eigen inzicht te beoordelen of hij een verzekering al dan niet of onder andere dan de gebruikelijke voorwaarden zal aangaan. De verzekeraar mag zich daarbij laten leiden door zijn eigen opvattingen omtrent de waardering van het risico. Hierbij speelt niet alleen de omstandigheid een rol dat de beoordeling door de adviserend geneeskundige graduele verschillen kan vertonen, maar ook het bedrijfsbeleid van de verzekeraar (onder meer beïnvloed door portefeuillesamenstelling, eigen ervaringsfactoren, tariefstelling, winstcapaciteit en dergelijke). Ik kan een verzekeraar uiteraard niet dwingen tegen zijn zin of in strijd met zijn bedrijfsbeleid een verzekeringsovereenkomst aan te gaan. Het acceptatiebeleid van een verzekeraar is dan ook een aangelegenheid die, behoudens uitzonderlijke gevallen, niet door mij kan worden getoetst.

Bij acceptatie van een overlijdensrisicoverzekering door een levensverzekeringsmaatschappij kunnen verschillende aspecten een rol spelen. Onderscheid kan worden gemaakt tussen de zogenaamde klinische gezondheidstoestand (op het moment van beoordeling) en de statistische gezondheidstoestand, waarbij naast de individuele medische voorgeschiedenis ook algemeen medische en ervaringsfactoren de acceptatie van een risico kunnen beïnvloeden.
Het geval kan zich bijvoorbeeld voordoen, dat de kandidaat-verzekerde op het moment van beoordeling (klinisch) gezond is, maar dat toch (medisch-statistisch) een verhoogd risico aanwezig wordt geacht, gelet op een voorafgaande ziekte of aandoening en de daarbij spelende omstandigheden.

Toepassing van bijvoorbeeld een premieverhoging staat derhalve niet gelijk aan een ongunstige beoordeling van de gezondheidstoestand. Evenmin is het zo, dat de maatschappij strikt individueel een hogere sterftekans aanwezig acht. Een op medisch-statistische gronden verwachte sterftekans is gebaseerd op statistisch onderzoek met betrekking tot het sterfteverloop van grote aantallen mensen die lijden of geleden hebben aan een bepaalde ziekte of aandoening.
Indien blijkt dat dit sterfteverloop in ongunstige zin afwijkt van het normale verloop is er sprake van een verhoogde sterftekans en zal een maatschappij een verzekerde die lijdt of geleden heeft aan de desbetreffende ziekte of aandoening in beginsel slechts willen aanvaarden op van de normale voorwaarden afwijkende condities. De desbetreffende verzekerde wordt dus als het ware in een soort gevarenklasse ingedeeld, hoewel strikt individueel gezien de kans op eerder overlijden dan normaal uitermate klein is. De kans binnen een jaar te overlijden wordt gemeten met fracties van 1%. Dus zelfs verdubbeling of verdrievoudiging van de verwachte sterftekans verkleint de daartegenover staande kans op in leven blijven nog maar nauwelijks.

Ter verduidelijking het volgende voorbeeld:
Gegeven een groep van 1000 mannen van 40 jaar met normale levens- en sterftekansen. Uit de sterftetabel kan worden afgelezen dat naar verwachting 30 mannen uit deze groep binnen 10 jaar zullen overlijden; 970 mannen zullen na afloop van bedoeld tijdvak nog in leven zijn. De op grond van statistische gegevens verwachte sterfte van 30 is te beschouwen als de gemiddelde sterfte in de aangenomen groep. Als deze groep nu vergeleken wordt met een andere groep van 1000 mannen, eveneens met een leeftijd van 40 jaar, die echter allen lijden aan een bepaalde aandoening en waarvan uit medisch-statistisch onderzoek is komen vast te staan dat 45 van hen na 10 jaar zijn overleden, dan is er in deze groep sprake van een duidelijke toename van het aantal sterfgevallen. Het sterftequociënt, zijnde de verhouding tussen het aantal overledenen in de controlegroep en de gemiddelde sterfte in de eerste groep, is dan 1,5 of uitgedrukt in een percentage, 150%. Het verschil in levenskansen tussen beide groepen, 97,0% en 95,5%, is echter slechts 1,5%.

Dit verklaart ook de in de praktijk blijkende verschillen in zienswijzen tussen de behandelend specialist en de medisch adviseur van de maatschappij ingeval van door laatstgenoemde geadviseerde afwijkende condities op grond van een aanwezig geachte hogere sterftekans bij de kandidaat-verzekerde. De behandelend specialist baseert zich veelal op de levenskans, die voor de betreffende kandidaat-verzekerde nauwelijks lager is dan die van de normale.
Een sterftekans van 150% betekent echter voor de maatschappij - op basis van groepsgewijze beschouwing - dat zij in de tweede groep nar verwachting 1,5 maal zoveel zal moeten uitkeren als in de eerste groep, hetgeen uiteraard van invloed is op de premie die de maatschappij in rekening zal brengen voor een gewenste overlijdensdekking; de uitkeringen moeten immers uit de betaalde premies worden betaald.

Wat betreft bemiddeling mijnerzijds in uw geschil met de verzekeraar moet ik opmerken, dat de beslissing van een verzekeraar onder welke voorwaarden en tegen welke premie hij een levensverzekeringsovereenkomst wenst aan te gaan, in beginsel een aangelegenheid is die niet tot mijn competentie als Ombudsman behoort. Er bestaan nu eenmaal verschillen in het acceptatiebeleid van de diverse maatschappijen. Hierbij speelt niet alleen de omstandigheid een rol dat de beoordeling door medisch adviseurs graduele verschillen kan vertonen, maar ook het eigen beleid van de verzekeraar (onder meer door portefeuillesamenstelling, eigen ervaringsfactoren, tariefstelling en dergelijke). Zoals eerde in de aanhef van deze brief is gesteld, kan ik een maatschappij uiteraard niet dwingen tegen haar zin of in strijd met haar acceptatiebeleid een overeenkomst aan te gaan.

Binnen mijn bevoegdheid is echter wel mogelijk na te gaan, of de omstreden acceptatiebeslissing is genomen op basis van voldoende gegevens en of deze wel op de juiste wijze zijn geïnterpreteerd. Kortom, of de aanvrager/kandidaat verzekerde wel voldoende 'recht' is gedaan bij de beoordeling van het aangeboden risico.
Wanneer u er na kennisname van het bovenstaande alsnog prijs op stelt dat deze marginale toetsing plaatsvindt, dan verzoek ik u mij dit schriftelijk - en onder vermelding van kenmerk OBL 05.3826/C - te laten weten.
Vertrouwend u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd,
met vriendelijke groet,
Ombudsman Verzekeringen

Mr. J.W. Wabeke



Het gaat niet om een overlijdensverzekering, maar om een koopsom uitvaartpolis
Even bijkomen. Ik heb niet veel om de ombudsman te verwijten. Keurige beantwoording, waarbij hij zich uitput in de opsomming van alle mogelijke factoren die een rol spelen bij het acceptatiebeleid van verzekeraars. Maar ik heb het nooit over een overlijdensverzekering gehad, waar bij je maandelijks een premie betaald. Ik heb heel iets anders met REAAL willen aangaan; een uitvaart-koopsompolis. En dat is heel iets anders. Jammer, dat mijnheer Wabeke het daar niet over heeft. Toch reden om op 12 september 2005 de ombudsman verzekeringen het volgende briefje te sturen:

Tekstvak:  

Geachte heer Wabeke,

Uw bovenaangehaalde brief heb ik in goede orde ontvangen. Ik zeg u daar dank voor alsmede voor de uitvoerige omschrijving omtrent de geringe klachtmogelijkheden.
Om kort te gaan: uit uw antwoord wordt mij een wereld duidelijk waarin slechts de sterkste van contractpartijen de regels voorschrijven en het voor het zeggen hebben in tegenstelling met het overeenkomstenrecht waarbij uitgegaan wordt van de gelijkwaardigheid van beide contractpartijen. U heeft mij een wereld geschetst waarin portefeuillesamenstelling van de verzekeraar, tariefstelling, winstcapaciteit, ervaringsfactoren met betrekking tot risico-inschattingen, e.d., bepalend zijn voor het acceptatiebeleid van de verzekeraar. Op al deze elementen heb ik geen enkele invloed en het toont aan hoe buitenproportioneel machtig de verzekeraar is en alles naar zijn hand kan zetten.

Ik merk aan uw adres op, dat ook u het in uw beantwoording heeft over een overlijdensrisicoverze-kering en over het verzekeringsrisico van de verzekeraar, terwijl ik het bij herhaling heb over een koopsom-uitvaartpolis. Dat is wezenlijk iets anders zoals u zult weten. Ik betaal dan geen maandelijkse of jaarlijkse premie, maar stort ineens een bedrag van € 5.000 of € 8.000. Het risico dat de verzekeraar dan heeft is te verwaarlozen, of in ieder geval van een andere orde dan het geval is bij een reguliere overlijdensrisicoverzekering met navenant aanmerkelijk groter risico. Ik moet haast aannemen dat dit gegeven uw antwoord dient te beïnvloeden. Ik heb dat in uw reactie echter niet gemerkt omdat die uitgaat van sterftekansberekeningen bij overlijdensrisicoverzekering.

Ik persisteer bij mijn klacht en zal secundair graag van de door u geboden mogelijkheid gebruik maken u te verzoeken na te gaan, of de omstreden acceptatiebeslissing is genomen op basis van voldoende gegevens en of deze wel op de juiste wijze zijn geïnterpreteerd.

Met gewaardeerde hoogachting,
J.M.J.F. Janssen

 

Ik besluit om te zorgen dat er na mijn dood geld is en stort € 5.000 in het depositofonds bij Dela. Ik heb daarvoor een formulier ingevuld en opgestuurd. Het bedrag, vermeerderd met de jaarlijkse rente zal voor de gehele of gedeeltelijke voldoening van de kosten van een door DELA Uitvaartverzorging B.V. te verzorgen of te doen verzorgen begrafenis of crematie van mij worden gebruikt. Binnen een week geregeld en heb ik het bewijs van deelname in het Depositofonds in mijn bezit. Zo kan het dus ook en ik hoef mij geen zorgen te maken voor het geval ik eerder kom te overlijden dan mijnheer Walbeke met zijn definitieve eindoordeel komt.

Het definitieve eindoordeel van mijnheer Wabeke
Het is dan tot 1 november 2005 stil. En ik denk altijd: geen bericht is goed bericht. Toen dan eindelijk het bericht kwam, was het natuurlijk een slecht bericht. Hier beneden komt het uitsluitsel van de ombudsman Wabeke:








Geachte heer Janssen,

In uw brief van 12 september jl. heeft u mij gevraagd om de door de betrokken verzekeraar genomen beslissing, te weten om niet tot acceptatie van de door u aangevraagde uitvaartverzekering over te gaan, te toetsen. Binnen mijn bevoegdheid is het mogelijk na te gaan, of het omstreden besluit is genomen op basis van voldoende gegevens en of deze wel op de juiste wijze zijn geïnterpreteerd.

Op basis van de door u ingevulde en ondertekende machtiging heeft mijn onafhankelijk geneeskundig adviseur uw medisch dossier bij Reaal Levensverzekeringen N.V. opgevraagd. Aan het door hem uitgebrachte rapport kan ik onder andere het volgende ontlenen.

Via de SNS Bank wilde u voor uzelf en uw echtgenote een zogenaamde winstdelende SNS Uitvaartverzekering afsluiten met een beoogde verzekerde som voor ieder van € 5.000. Volgens de eerste mededelingen van de bank zou daarvoor een koopsom moeten worden betaald van € 3.700 respectievelijk € 3.298. De SNS Bank bracht deze verzekeringen onder bij Reaal Levensverzekeringen N.V., die ook zorg droeg voor de medische acceptatie. Uw echtgenote kreeg de gevraagde verzekering – met als ingangsdatum 1 april 2005 – op standaard voorwaarden aangeboden. U kon echter op grond van de geleverde medische waarborgen niet verzekerd worden.

De gevraagde verzekering betreft ’een uitkering bij overlijden’. Met andere woorden: een levensverzekering waarvoor beoordeling van het overlijdensrisico noodzakelijk is. Daarvoor werden op het u bekende ’Aanvraagformulier Koopsomstorting SNS Uitvaartverzekering’ op 14 maart van dit jaar door u een viertal gezondheidsvragen beantwoord. Op grond van de door u gegeven antwoorden achtte de medische dienst van Reaal het noodzakelijk aanvullende informatie op te vragen bij de behandelende artsen. U verstrekte hiervoor een machtiging voor huisarts en cardioloog. De door u cardioloog geleverde informatie gaf verzekeraar vervolgens reden om u – gezien het vermoeden dat er inmiddels ook sprake kon zijn van diabetes mellitus type II – een aanvullende vragenlijst te laten invullen en een machtiging te laten ondertekenen voor eventuele aanvullende informatie bij de behandelende sector, bijvoorbeeld de diabetes verpleegkundige.

Na ontvangst van al deze gegevens deelde Reaal u mee dat op grond van de beschikbare medische informatie besloten is dat de dekking ’uitkering bij overlijden’ niet verzekerd kon worden. Voor informatie over de reden van afwijzing diende u – alleen schriftelijk – contact op te nemen met de geneeskundig adviseur van verzekeraar. Dientengevolge ontwikkelde zich een uitvoerige briefwisseling tussen u en de desbetreffende medische afdeling. Uiteindelijk besluit u op 22 augustus jl. om de onderhavige kwestie aan mij voor te leggen. In uw uitvoerige uiteenzetting geeft u in heldere bewoordingen weer waarom u zich niet kunt vinden in de acceptatiebeslissing van verzekeraar.

Zoals in de aanhef van deze brief al is aangegeven heeft mijn onafhankelijk geneeskundig adviseur zich ook over uw dossier gebogen. Hij stelt vast dat uit de verkregen documentatie een duidelijk beeld kan worden verkregen van uw medische voorgeschiedenis en de huidige gezondheidstoestand:

01. 1993 hartinfarct
02   december 2003 linkszijdig hartfalen
03  geheel geoccludeerd perifeer uitstroomgebied van de arteria coronaria dextra, zeer        waarschijnlijk reeds sinds 1993
04  ECG
05  echocardiografie: gebieden met akinesie en hypokonesie
06  verhoogde bloeddruk
07  verhoogd cholesterolgehalte
08  roken (gestaakt sinds augustus 2004)
09  overgewicht
10  na initiële behandeling met diuretica vervolgbehandeling met scala aan medicamenten
11  sinds najaar 2004 diabetes mellitus type II

Op grond van de gebruikelijke handboeken van enkele grote internationale en gerenommeerde herverzekeraars komt mijn adviseur gegeven bovenvermelde aandoeningen tot een totale extra sterftekans van tenminste 675%.

Hierbij wil hij overigens benadrukken dat dit een volgens de verzekeringsgeneeskundige professionele standaard berekende extra sterftekans berekening betreft. Dit is, laat daar geen misverstand over bestaan, geheel iets anders dan de klinische overlevingskans van een individu met een combinatie van bovenvermelde aandoeningen. Vanzelfsprekend zegt dit ook niets over de door u subjectief ervaren gezondheids- en welbevindingsstatus.
Deze zullen, zeer begrijpelijk, beslist niet congruent zijn aan de berekende extra sterftekans. Uw reactie ten aanzien van de door verzekeraar genomen beslissing acht ik derhalve ook zeer goed invoelbaar. Dit is echter, en ik hoop dat hiervoor begrip kunt opbrengen, niet relevant voor de beoordeling van uw klacht. Het besluit van Reaal dient uit verzekeringsgeneeskundig oogpunt te worden beschouwd als een logische en correcte beslissing.
Het spijt mij u niet beter te kunnen berichten.
Met vriendelijke groet,
Ombudsman Verzekeringen,
w.g.
Mr. J.W. Wabeke
cc. de heer W.G. Fontein, arts, register geneeskundige

 

Wat is akinesie en hypokonesie?
Ten aanzien van een aantal punten vraagt deze brief om uitleg. Ruim onder het midden van de brief staat een opsomming vermeld.
Bij 03. staat geheel geoccludeerd perifeer uitstroomgebied van de arteria coronaria dextra, zeer waarschijnlijk reeds sinds 1993.
Als ik het goed heb betekent dit volledige afsluiting van de rechterkransslagader. Volgens mij was ik dan toch echt al de pijp uit. Ik kan me dat uit de diagnose van mijn cardioloog ook niet herinneren.
Bij 05 tenslotte:
echocardiografie: gebied met akinesie en hypokonesie.
Volgens Van Dale is akinesie onvermogen tot het uitvoeren van bepaalde bewegingen, al dan niet ten gevolge van pijn. Hypokonesie wordt niet in Van Dale, maar ook niet op het Medische Internet teruggevonden. Wel het begrip Hypokinesie. Dat is letterlijk: weinig beweging, een verschijnsel bij enkele ziekten van het zenuwstelsel. Dat heeft mijn cardioloog nooit gediagnosticeerd.
Akinesie: omdat dit door de geneeskundig adviseur van het klachteninstituut in verband is gebracht met de echocardiografie ben ik gaan twijfelen. Immers de echocardiografie is op mij uitgevoerd naar aanleiding van het hartfalen in december 2003. Ik had toen geen enkele pijn, al sinds mijn hartinfarct heb ik dat ook niet meer gehad. In december 2003 kreeg ik geen lucht vanwege dat hartfalen, een
linkszijdige decompensatio cordis, maar onvermogen tot het uitvoeren van bepaalde bewegingen, al dan niet ten gevolge van pijn: ik weet niet wat ik daarmee aanmoet! En wat zou men bedoelen met hypokonesie? Moet ik bang worden? Wat is geneeskunde toch een interessant vak.
De ombudsman verzekeringen mr. Wabeke komt uiteindelijk met een brief waarin hij mij uitleg geeft.










Geachte heer Janssen,

Naar aanleiding van uw uiteenzetting, zoals verwoord in uw brief van 5 november jl., heb ik mijn onafhankelijk medisch adviseur om uitleg gevraagd. U gaf immers aan dat een tweetal begrippen een nader toelichting behoeft.

"Geheel geoccludeerd perifeer uitstroomgebied van de arteria coronaria dextra, ext."
U bent klaarblijkelijk van mening dat dit zou betekenen dat er een volledige afsluiting zou bestaan van de gehele rechter kransslagader. Als dat werkelijk het geval is, zou de menselijke schade waarschijnlijk enorm groot zijn, mogelijk zelfs levensbeëindigend.
Maar, niet voor niets heeft mijn adviseur vermeld dat er slechts sprake is van een geheel geoccluddeerd perifeer uitstroomgebied. Dus alleen de eindtakken van de arteria coronaria dextra zijn geoccludeerd. Vandaar ook slechts de beperkte schade aan het hart. Bovendien wordt dit perifere gebied nog retrograad met bloed gevuld door de linker coronair arterie.

"Gebied met akinesie en hypokonesie"
U zet vraagtekens bij het begrip hypokonesie. Geheel terecht, naar nu blijkt. Het gaat om een schrijffoutje. Hier had dienen te staan hypokinesie.
 
Dan nog het volgende. De echocardiografie is inderdaad uitgevoerd naar aanleiding van het hartfalen in december 2003. De geconstateerde gebieden met hypokinesie respectievelijk akinesie bestaan waarschijnlijk al (ook volgens uw cardioloog) sinds het hartinfarct in 1993.
Bij een hartinfarct ontstaat door zuurstofgebrek versterf van hartspierweefsel. Dit 'verstorven' weefsel bij beweegt dan niet meer, of slechts gedeeltelijk, mee met het overige hartspierweefsel bij de hartcontracties en relaxaties, akineseie respectievelijk hypokinesie. Na een goed fysiek herstel van een hartinfarct behoeft dit niet perse tot voor patiënt merkbare symptomen te leiden. Het kan dus bestaan, zonder dat daar een patiënt weet van heeft of beperkingen daarvan ondervindt. En als dat ook niet het geval is, behoeft dat op zich geen specifieke nadere medische aandacht. Het kan echter wel eventueel samen met andere oorzaken, op enig moment mede oorzaak zijn van hartfalen of andere hartproblematiek. En in die zin is het een bijzondere risicofactor.

Er is derhalve voor u geen reden om zich specifiek ongerust te maken naar aanleiding van mijn eerdere brief van 1 november jongstleden. Er wordt daarin niets meer meegedeeld dat bij de cardioloog al lang bekend is en u waarschijnlijk ook door hem op de een of andere wijze zal zijn verteld. Het ene schrijffoutje zal daar eerlijk gezegd niets aan af doen.
Dit alles brengt met zich mee dat, hoezeer ik ook begrip heb voor uw teleurstelling over de gang van zaken, het besluit van Reaal uit verzekeringsgeneeskundig oogpunt nog steeds dient te worden beschouwd als een logische en correcte beslissing.
Met vriendelijke groet,
Ombudsman Verzekeringen,

Mr. J.W. Wabeke

c.c. de heer W.G. Fontein, arts, register geneeskundig adviseur


Ik vroeg slechts o.a. om uitleg over 'akinesie' en 'hypokonesie'. Maar er komt weer een lang verhaal en geen uitleg, ofschoon mijnheer Walbeke zijn brief begint met: "U gaf immers aan dat een tweetal begrippen een nadere toelichting behoeft." Juist! Waar blijft die dan? Ik stop dit heen en weer geschrijf. Eenieder begrijpt nu toch wel waarvoor je bij Reaal en de SNS-bank niet moet zijn.
Jacques Janssen

Copyright 2005  - 2006.  J.M.J.F. Janssen - Hilversum