 |
 |
 |
|
| |
| |
Huurachterstand 1
Onderverhuur 1
Verhuur sloopwoningen
Servicekosten 1
Leges terughalen
Huurovereenkomst in relatie met huurprijs
Woningwaardering 1
|
|
|
|
Huurovereenkomst is mede bepalend voor
huurprijs
Het lijkt er soms op dat slechts het Burgerlijk Wetboek en de
Huurprijswetgeving bepalend zijn voor de huurprijsontwikkeling en de hoogte
van de huurprijs. Huurder en verhuurder hebben te maken met een uitvoerig
pakket aan regelgeving, waardoor een gemiddelde huurder gauw denkt de
wetenschap te moeten zoeken in wetgeving die met de huurprijs te maken
heeft. Maar soms ook kan de huurovereenkomst uitkomst bieden. Dat merkte
onlangs een huurder die huurverlaging wenste op grond van onderhoudsgebreken
en in de daarop bij de huurcommissie aanhangig gemaakte procedure merkte
hoeveel profijt hij genoot van wat partijen in de huurovereenkomst jaren
geleden waren overeengekomen.
Huurder
P. huurt een woning van Makelaars & Assurantiekantoor K. te Dordrecht.
Huurder heeft geruime tijd last van de provisorische wijze waarop hij zijn
woning met behulp van gaskachels op temperatuur moet zien te krijgen. Er is
geen CV-installatie. Hij heeft met de vorige eigenaar S. mondeling
afgesproken dat hij meer huur gaat betalen op voorwaarde dat de verhuurder
een CV-installatie zou doen plaatsen. Tot dat moment zou de huurprijs €
249,60 per maand bedragen.
In oktober
2003 verkoopt S. de woning aan Make-laars & Assurantiekantoor K. Die doet de
huurder per 1 juli 2004 het voorstel de huurprijs te verhogen met 5,5% tot
€ 263,33 per maand. De |
huurder
gaat met dit voorstel niet akkoord omdat hij onderhoudsbezwaren heeft in relatie tot een met de rechtsvoorganger van de
huidige eigenaar/verhuurder gesloten mondelinge overeenkomst inzake het
niet verhogen van de huurprijs. De zaak komt bij de Huurcommissie. De woningwaardering komt
op 128 punten tegen een maximale huurprijs van € 535,44 per maand. Niet is weersproken dat de op 30 juni 2004 geldende huurprijs € 249,60 per maand
is. De Huurcommissie volgt de huurder in zijn stelling dat verhuurder
Makelaars & Assurantiekantoor K. is getreden in de rechten en plichten van
diens rechtsvoorganger, wat betreft de bepaling inzake de huurprijsstelling.
Voorts overwoog de Huurcommissie dat, nu vanaf de aanvang van de huur de
huurprijs nimmer is verhoogd met de wettelijk toegestane huurverhogingen,
noch met enig ander bedrag, ervan uit moet worden gegaan dat de stelling van
de huurder omtrent de over de huurprijs gemaakte afspraak juist is.
De Huurcommissie vindt een verhoging van de huur-prijs dan
ook niet redelijk. Binnen drie maanden na de uitspraak biedt de verhuurder
aan huurder P. een schriftelijke huurovereenkomst aan waarin over de
huurprijs het volgende gezegd wordt: de huurprijs bedraagt € 294,95 onder de
opschortende voorwaarde dat deze huurprijs pas gaat gelden nadat verhuurder
een CV-installatie heeft aangelegd. Tot dat tijdstip bedraagt de huurprijs €
249,60 per maand. Huurder heeft met de ondertekening hiervan geen problemen.
Hij wacht nu het moment af dat het makelaarskantoor eieren voor zijn geld
kiest en overgaat tot het aanleggen van een CV-installatie.
Jacques Janssen |