Huisvesting

Op dit onderdeel van de site staan artikelen over het huurrecht. De ene keer naar aanleiding van een uitspraak van de huurcommissie, de andere keer naar aanleiding van een uitspraak van een gerechtelijk orgaan.
 
 
Huurachterstand 1
Onderverhuur 1
Verhuur sloopwoningen
Servicekosten1
Leges terughalen
Huurovereenkomst in relatie met huurprijs
Woningwaardering 1

Verhuur van sloopwoningen

Corporaties kunnen woningen die gesloopt gaan worden en tijdelijk leeg staan opnieuw verhuren. Het gaat dan om tijdelijke verhuur tot aan de sloopdatum. Meestal komen hiervoor in aanmerking krakers of studenten. Op die manier vangt de corporatie twee vliegen in één klap. Men krijgt nog enige inkomsten uit de verhuur en door bewoning wordt verdere verpaupering van de buurt tegenge-gaan. En wat nog belangrijker is, de corporatie is niet verplicht tijdens deze periode gebreken te herstellen om de woning wind- en waterdicht te houden.

Echter met ingang van het nieuwe huurrecht zijn dergelijke tijdelijke bruikleenovereenkomsten niet langer aantrekkelijk meer omdat corporaties wel zijn gebonden aan de gebrekenregeling. Maar het kan in een ander opzicht raar uitpakken voor de corporatie die denkt met zo’n overeenkomst het goed voor elkaar te hebben. Bouwvereniging Rochdale in Amsterdam verhuurde een sloopwoning aan huurder M. voor een periode van 10 maanden. Toen deze termijn verstreken was is de huurovereenkomst kennelijk voortgezet. Tegen 1 oktober 2000 werd de huurovereenkomst door Rochdale opgezegd. M. verliet de woning niet en is deze blijven gebruiken. Rochdale eist bij de kantonrechter ontruiming omdat de bepalingen van artikel 15 lid 1 van de Leegstandswet niet op de huurovereenkomst van toepassing zijn. Het betreft hier met name de regels omtrent de opzeggings- en huurbescherming. Rochdale stelt dat de huur is geëindigd bij zijn aangetekende opzeggingsbrief en dat de huurder

sedert die datum zonder recht of titel de woning gebruikt.

De kantonrechter meende dat Rochdale had voldaan aan de formele vereisten van de Leegstandswet, zodat M. geen huurbescherming toekomt. In hoger beroep meent de rechtbank Amsterdam dat Rochdale zich niet kan beroepen op het buiten toepassing blijven van de opzeggings- en huurbeschermingsregels uit artikel 15 van de Leegstandswet. Immers, zo stelt de rechtbank, de Leegstandswet bepaalt ook dat deze huurovereenkomst schriftelijk moet worden aangegaan en dat daarbij melding moet worden gemaakt van de door de Leegstandswet voorgeschreven vergunning, het tijdvak waarvoor deze is verleend en de daarin vermelde huurprijs. Over deze door B&W verstrekte vergunning kraakte de rechtbank harde noten en wel zodanig dat de rechtbank van mening was dat hiermee niet was voldaan aan de eisen van de wet en dat Rochdale tegenover de huurder geen beroep toekomt op het buiten toepassing blijven van de opzeggings- en huurbeschermingsbepalingen.

Nu de huurder kennelijk niet heeft ingestemd met de aangetekende opzeggingsbrief, meent de rechtbank te moeten concluderen dat de huurovereenkomst van rechtswege van kracht is gebleven. De rechtbank vernietigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt Rochdale in de kosten van het geding bij de kantonrechter alsmede in de kosten die de huurder bij zijn hoger beroep heeft moeten maken.
Jacques Janssen

Copyright © 2005 - J.M.J.F.Janssen - Hilversum