 |
 |
 |
|
| |
Woningbouwproductie 1
Openbaarheid huurcommissie
Onvoldoende rechts-hulp
Aantasting rechtsbe-scherming
Wetgevingsprobleem
Luxeleven van huurpenningen |
|
|
|
|
Nieuw systeem van huurverho-ging en huurprijsvaststelling is
niet meer te begrijpen
Er zijn nog maar weinig deskundigen in het land
die het nieuwe systeem van huurverho-gingen dat per 1 juli a.s. ingaat,
begrijpen. Daarnaast pakt het zeer onrechtvaardig uit en zullen huurders met
extra huurverhogingen te maken krijgen. Met ingang van 1 juli 2006 wordt
voor het eerst de WOZwaarde inge-bracht in het systeem van woningwaardering
dat in de huurverhoging en huurprijsvast-stelling een doorslaggevende rol
vervult. Waar de huurder tot op heden nog alle waarderingselementen zelf kon
narekenen met behulp van het zogenaamde puntenstel-sel, behoort dat nu tot
het verleden.
De introductie van de WOZ-waarde in het stelsel van woningwaardering,
zoals minister Dekker dat zo graag wil, zal tot een grote chaos gaan leiden.
Niet alleen geeft het nieuwe systeem geen inzicht in de totstandkoming van
de WOZwaarde, bovendien worden huurders van hun rechtspositie beroofd.
Immers per 1
januari 2006 is de fiscale wetgeving zodanig aangepast dat het
gebruikers-deel van de Onroerende Zaak Belasting (OZB)
is afgeschaft. Daarmee zijn huurders van woonruimte geen belanghebbenden
meer bij de waardebeschik-king in het kader van de WOZ. Dit leidt tot de
conclusie dat daarmee ook hun rechtsbescherming ten aanzien van
WOZ-besluiten is vervallen.
De Vereniging Sociale
Advocatuur Nederland (VSAN) heeft daarover de noodklok geluid en een brief
naar de Vaste Kamercommissies voor VROM en Justitie gestuurd, alsmede naar
de leden van de Eerste en de Tweede Kamer. De VSAN is van mening dat
de voorgestelde koppeling van huur-prijzen en WOZwaarde tot een
onaanvaardbaar, gecompliceerd en ondoorzichtig systeem leidt, waarbij
verschillende rechtsgebieden op onaccep-tabele wijze door elkaar gaan lopen.
“Er is sprake van een onverantwoorde inbreuk op fundamentele
rechtsbeginselen, de rechtszeker-heid en de rechtsbescherming van de huurder.
De door u in het kader van de huurprijsregelgeving eerder omhelsde
laagdrempeligheid alsmede het belangrijke internationaalrechtelijke beginsel
van de ‘equality of arms’ zijn in het geding. We verzoeken u daarom met
klem niet in te stemmen met de koppeling tussen huurprijzen en WOZ-waarde,
en evenmin met het introduceren van de WOZ-waarde in het
woningwaarderingsstelsel”, aldus de juristen in hun schrijven.
Door
introductie van de WOZ-waarde in de woningwaardering ontstaat een directe
koppeling tussen het publiek recht (in dit geval belasting-recht)
en het privaatrecht (in dit geval het huur- |
recht). Deze ongebruikelijke combinatie heeft
verschillende complicaties tot gevolg, die de wetgever kennelijk niet voorzien heeft. Nu de huurder van een woning geen
OZB meer betaalt, heeft hij geen fiscaal belang meer bij de vaststel-ling van
de WOZ-waarde. De Vereniging Nederlandse
Gemeenten is op dit punt heel duidelijk in haar voorlichting. Op 5 januari
2006 geven haar juristen in ‘veel gestelde vragen’ op de eigen website het volgende advies aan
gemeenteambtenaren, die belast zijn met uitvoering van de WOZ:
“Huurders hebben geen fiscaal belang meer bij
de WOZ-waarde. (…) “De Wet WOZ is ten aanzien van de gebruiker van de woning
niet van toepassing. Hij kan dus ook geen gebruik maken van de
rechtsmiddelen op grond van die wet. Maakt hij toch (tijdig) bezwaar tegen
de bekendgemaakte WOZ-waarde, dan verklaart u dat kennelijk
niet-ontvankelijk. U hoeft dan ook niet te horen (artikel 7:17 Awb).”
Door dit fiscaal belang van de huurder in het fiscaal recht te schrappen wordt
diezelfde huurder bij de vaststelling van de huurprijsverhoging beroofd van
zijn rechtsbescherming als het gaat om de vaststelling van de hoogte van de WOZ-waarde. Dit klemt temeer nu de (maximale) huurprijs en de toegestane
maximale verhoging van de geldende huurprijs volgens de voorstellen van
minister Dekker in belangrijke mate bepaald worden door de WOZ-waarde, die
vervolgens ook bepalend is voor het toepasselijke huurprijs-regime.
Daarbij komt
ook nog de omstandigheid dat de verhuurder, die overigens wel een
rechtsingang heeft, veel baat kan hebben bij een hogere WOZ-waarde. Hier is
ondubbelzinnig sprake van strijdigheid met het algemene rechtsbeginsel
‘equality of arms’. Van het elementaire recht op rechtsbescherming van de
huurder is niets over, nu hij geen bezwaar meer kan maken tegen de
vaststelling van de WOZ-waarde, welke waarde wél uitgangspunt is voor de
huurprijs(verhoging).
De minister kiest dus voor een ontoegankelijke regelgeving.
Kennelijk heeft zij er belang bij het systeem van huurprijsvaststelling en
huurprijsver-hoging zeer gecompliceerd te maken. Dit, terwijl de wetgever
destijds nadrukkelijk gekozen heeft voor een laagdrempelige rechtsbescherming voor huurders middels toegang tot huurcommissie en de gang
naar de kantonrechter. Het laat zich raden dat huurcommissie en
kantonrechter extra werk zullen krijgen als gevolg van het nieuwe systeem
van huurprijsvaststelling. Een belasting die eigenlijk niet nodig is en die
er bovendien voor zal zorgen dat bij de huurcommissie de termijnen niet
gehaald worden waarbinnen deze een uitspraak moet doen.
Het wordt de hoogste tijd dat het parlement hier ingrijpt voordat de schade
zich gaat openbaren en niet meer te herstellen is.
Jacques Janssen
|