|
|
Sociale huursector moet dienstbaar zijn aan
de lage inkomens
Eigenlijk begon het met de nota van staats-secretaris Heerma die ging over
de 'Volkshuis-vesting in de jaren negentig'. Ofschoon er
aantrekkelijke elementen in zaten: kern van de zaak was dat de
volkshuisvesting gedecentra-liseerd zou worden. Meer bevoegdheden aan de
corporaties en hun directeuren. Het Rijk moest op 'afstand' komen.
Nu, na zestien jaar, blijkt dat het is doorgeschoten en dat de minister van VROM
de grootst mogelijke moeite heeft om in de volkshuisvesting bij te sturen,
om uitwassen als de zichzelf
verrijkende
corporatiebestuurders een halt toe te roepen, als ze dat al zou willen.
Want, evenals minister de Geus roept ze erg snel dat zij geen mogelijkheid
ziet een einde aan deze a-sociale greep in de huuropbrengstpotten te maken.
|
De gemeenten kregen volgens de nota Heerma een toezichthoudende taak.
Gemeenten werden geacht dichter bij de werkvloer en de corporaties te staan.
Maar nog geen tien later werd deze taak weer terug gebracht naar het Rijk omdat de gemeenten er niets van terecht brachten.
In Bestuurskunde in 1995 publiceerde drs. E.H. Klijn,
universitair docent bij de
vakgroep Bestuurskunde van de Erasmus universiteit Rotterdam, een artikel
over de stille revolutie in de volkshuisvesting. Zo stelt de auteur dat niet
alleen omvangrijke bezuinigingen worden gerealiseerd maar dat het stelsel
tevens in zijn grondslagen wordt aangetast. De eens zo prominente
rijksoverheid trekt zich vrijwel helemaal terug, de volkshuisvesting
overlatend aan de markt en aan het lokale niveau. Hij hekelt het nieuwe
beleid van 'meer markt' dat uiteindelijk een versmalling van de doelgroep
betekent. "Immers huurders met lagere inkomens kunnen de hogere
martkthuren niet meer opbrengen en zijn steeds in grotere mate
afhankelijk van overheidssubsidie", aldus Klijn.
De Rijksoverheid gaat hiermee voorbij aan haar
verantwoordelijkheid voor de primaire behoefte van mensen, een (betaalbaar)
dak boven het hoofd.
6 september 2006 |