Verblijf op Aarde

Onderzoek naar de Nederlandse betrokkenheid bij de oorlog in Irak







Van de rede die Colin Powell, de minister van Buitenlandse Zaken van de VS, voor de Veiligheidsraad hield is een transcript beschikbaar.


 


De coalitie

De coalitie, bekend onder de Amerikaanse naam Coalition of the Willing, bestond uit 31 landen: De Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Afghanistan, Albanië, Australië, Azerbeidzjan, Bulgarije, Colombia, Denemarken, El Salvador, Eritrea, Estland, Ethiopië, Georgië, Hongarije, Italië, Japan, Letland, Litouwen, Macedonië, Nederland, Nicaragua, Oezbekistan, Filipijnen, Polen, Roemenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Turkije, Zuid-Korea.

Naast de eenendertig landen die de coalitie openlijk steunden zouden er nog vijftien landen, die niet bij naam genoemd wilden worden, tot de coalitie behoren.
















Klik op plaatje voor méér Irak














De dagen van de oorlog worden gekenmerkt door bloed, gewonden en doden. Veel Irakeese burgers laten het leven. En het duurt niet lang of ook gaan er dagelijks lijkkisten naar de Verenigde Staten.











Als de kabinetsformatie niet mocht stranden op de waarheidsvinding naar de Nederlandse betrokkenheid bij de oorlog in Irak, waar zou het dan nog op moeten afspringen?



De oude politiek van vóór Pim Fortuyn is weer terug. Bij de PvdA heeft zelfstandig denken plaats gemaakt voor kadaverdiscipline. De socialisten hebben een parlementair onderzoek naar de Nederlandse betrokkenheid bij de oorlog in Irak onmogelijk gemaakt. Werkelijk niets om trots op te zijn.




 

Eerst de belangrijkste feiten voorzover die tot op heden bekend zijn.

De Irakoorlog (ook wel bekend als de Tweede Golfoorlog of de Derde Golfoorlog) is een door de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk ingezette oorlog tegen en in Irak, waarbij ook andere landen troepen leverden. Deze oorlog kan worden onderverdeeld in twee fases. De eerste fase was de invasie waarbij de zogenoemde coalition of the willing het bewind van Saddam Hoessein verdreef. Deze fase duurde van 20 maart 2003 tot 1 mei 2003.
Het doel van de coalitie was naar eigen zeggen het ten val brengen van het regime van Saddam Hoessein, dat de Iraakse bevolking zou onderdrukken, het internationale terrorisme zou ondersteunen en massavernietigingswapens zou hebben ontwikkeld, bezitten en hebben ingezet.

De meest effectieve aanpak van Irak was om via de Verenigde Naties actie te ondernemen. Daarvoor was het wel nodig aan te tonen dat Irak massavernieti-gingswapens heeft en banden met Al Qaida onderhoudt.
Op woensdag 5 februari 2003 houdt Colin Powell, de minister van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten voor de Veiligheidsraad in New York en indrukwekkend betoog waarbij hij
aan de hand van een PowerPoint presentatie de wereld tracht duidelijk te maken hoe ernstig te situatie is. Er was voldoende bewijsmateriaal voorhanden. Letterlijk zei Powell: "The material I will present to you comes from a variety of sources. Some are U.S. sources. And some are those of other countries. Some of the sources are technical, such as intercepted telephone conversations and photos taken by satellites. Other sources are people who have risked their lives to let the world know what Saddam Hussein is really up to."
En even later vervolgde hij met: "I cannot tell you everything that we know. But what I can share with you, when combined with what all of us have learned over the years, is deeply troubling. (...). Let me begin by playing a tape for you. What you're about to hear is a conversation that my government monitored. It takes place on November 26 of last year, on the day before United Nations teams resumed inspections in Iraq."
Als de tape is afgespeeld zegt Powell: "The conversation involves two senior officers, a colonel and a brigadier general, from Iraq's elite military unit, the Republican Guard."
Zijn performance was zo indrukwekkend dat de hele wereld aan zijn voeten lag. En inmiddels was de VS achter de schermen een grootse diplomatieke campagne begonnen om zoveel landen achter zijn standpunt te krijgen en de strijd met Irak aan te gaan.
Openlijk tegen de oorlog waren onder meer
Canada, China, Cuba, Rusland, Duitsland, Frankrijk, België, Zweden, Zwitserland, India, Brazilië, Libië, Indonesië, Mexico, het Vaticaan, Luxemburg en de meeste Arabische landen. Spanje sloot zich later in 2004 na een regeringswisseling bij de critici aan.

Precies zes weken na het mooie verhaal van Colin Powell, op 20 maart 2003, vielen de Verenigde Staten en zijn bondgenoten, met de steun natuurlijk van Nederland en zonder een VN-resolutie, Irak binnen. Tommy Franks, de Amerikaanse bevelhebber van de aanval houdt op de eerste aanvalsdag een persconferentie, waarbij tot verbijstering van heel Den Haag de Nederlandse verbindingsofficier Jan Blom op het podium, voor wat landkaarten is te zien. Hij wordt door Franks opgevoerd als levend bewijs van de Nederlandse steun aan de oorlog. Het is meer dan de door Balkenende aan Washington toegezegde diplomatieke steun. Op 1 mei 2003 verklaart president Bush aan boord van een Amerikaans vliegdekschip voor de kust van San Diego, Californië dat de oorlog (major combat operations) is afgelopen.

Maar de daaropvolgende fase, die nog altijd voortduurt, bestaat uit een programma van nation building, de opbouw van een nieuw Irak door de coalitiemacht. Deze fase wordt echter geplaagd door grootschalige opstanden en aanslagen, die zo ernstig zijn dat gesproken wordt van een burgeroorlog. De zelfmoordaanslagen, die in alle hevigheid toenemen,  zijn gericht op burgerdoelen, militaire doelen en Amerikaanse doelen.

Massavernietigingswapens
Na afloop van de invasie werd een campagne opgestart door de coalitie om massavernieti-gingswapens te zoeken. De Amerikanen stichtten de zogenoemde Iraq Survey Group. Er werden slechts sporen van oude wapenprogramma's gevonden van vóór de Golfoorlog van 1990-1991 en slechts enkele (oude) granaten gevuld met zenuwgas. Uit documenten bleek dat de vermeende claim dat Irak radioactief materiaal zou hebben gekocht in Niger, die Bush tijdens een State of the Union uitsprak, vervalst waren door de Italiaanse geheime dienst. Deze uitspraak leidde later indirect tot het Plamegateschandaal. Ook bleek uit documenten dat het Iraakse Nationale Congres, een beweging van Ahmed Chalabi, documenten had vervalst om te bewijzen dat er massavernietingswapens aanwezig waren. De Iraq Survey Group (ISG) conludeerde uiteindelijk op 5 oktober 2004 in een 918 pagina's dik rapport dat er geen bewijs was voor de aanwezigheid van massavernietigingswapens ten tijde van de Amerikaanse inval in Irak.

Link met Al Qaida
Ook over de bewijzen dat Saddam Hoessein contacten zou hebben met Al Qaida en hen zou steunen, is geen bewijs gevonden. Het zou ten eerste bijzonder onlogisch zijn wanneer Al Qaida, een fundamentalistisch-extremistische moslimorganisatie, contacten zou hebben met een seculiere leider, die regelmatig gelovigen onderdrukte en al helemaal niet volgens de regels van de Koran regeerde.
Colin Powell gaf in een interview op 13 september 2004 toe dat hij geen bewijs gezien heeft voor de stelling dat Irak en Al Qaida banden zouden hebben. Geen 'smooking gun' gevonden. Donald Rumsfeld zegt op 5 oktober 2004 in een hoorzitting met de Council on Foreign Relations, het volgende: "To my knowledge, I have not seen any strong, hard evidence that links the two." (Voor zover ik weet, heb ik geen sterk, hard bewijs gezien dat die twee met elkaar verbindt.).
Enkele politici, waaronder Tony Blair, gaven later schoorvoetend toe dat wellicht geen massavernietingswapens aanwezig waren. Colin Powell bekende dat hij ten overstaan van de Veiligheidsraad foutieve informatie had verstrekt.
Uiteindelijk werd de voormalige minister van Binnenlandse Zaken van de VS door de Bush-clan op geraffineerde wijze uitgerangeerd. Onlangs zei Powell tijdens een conferentie op 28 februari 2007 in Dubai dat Irak in een burgeroorlog verkeert.
Tot op heden zijn er geen massavernietigingswapens gevonden, noch is de connectie met Al Qaida aangetoond.

Jan Peter Balkenende, de minister-president van Nederland, heeft bij de coalitie-vorming van zijn vierde kabinet de PvdA zover gekregen, dat de socialistische fractie niet zal instemmen met een onderzoek naar de betrokkenheid van Nederland bij de oorlog in Irak. Nu in notabene de VS en ook het Verenigd Koninkrijk onderzoek is gedaan naar de Iraakse oorlog en zijn ontstaan, moet Balkenende een niet te bevatten vuig en smerig spel hebben gespeeld, waarop waarschijnlijk de doodstraf staat, anders is voor zijn houding geen verklaring te geven. En voor de PvdA is geen spiegel meer groot genoeg.
      
(Naar boven)

© Copyright 2007  - J.M.J.F.Janssen - Hilversum