Verblijf op Aarde

Ik doe wat ik zeg en afspraak is afspraak
De minister van Vreemdelingenzaken en Integratie tekent zichzelf als politieke illusionist










































































































































































































Minister Verdonk schreef hierover op 1 juni 2006 aan de Tweede Kamer dat ze nog steeds vindt dat ze zich aan de regels heeft gehouden. Ze is het niet eens met het oordeel van het CBP.
De context van Verdonks asielbeleid

 

             “Ik doe wat ik zeg en afspraak is afspraak. Dat bent u ook gewend van mij. Dat is mijn lijn”. Zo begon op 18 mei 2006 de Zembla TV-uitzending ‘De tien geboden van Rita Verdonk’, waarin minister Verdonk van Vreemdelingenzaken en Integratie al sprekend werd opgevoerd met de van haar bekende one-liners waaraan zij haar zorgvuldig opgebouwde ijzeren imago dankt. Uit de zich vervolgens ontrollende documentaire blijkt dat Verdonk helemaal niet doet wat ze zegt. Haar daadkracht, die ze zonder daartoe een gelegenheid voorbij te laten gaan, op pontificale wijze tentoon stelt, is in ieder geval niet op feiten gebaseerd.

            Al snel na haar aantreden als minister beloofde zij in 2003 de 26.000 uitgeprocedeerde asielzoekers uit te zetten. Humaan, maar vastberaden zal ze optreden. Ze zal niemand op straat zetten maar in uitzetcentra laten opnemen, verkondigde ze. Met behulp van een nieuwe inburgeringswet zullen Turken en Marokkanen in onze straten Nederlands spreken en komt er een einde aan de golf van vertalers die de Turken en Marokkanen op elk gewenst moment moeten bijstaan.

              Ik doe wat ik zeg en afspraak is afspraak. De Zembla documentaire laat een schrijnend beeld zien van een minister die groeit in het niet nakomen van haar beloften, steeds meer vijanden creëert, uitspraken van rechters negeert en adviezen van staatscolleges in de wind slaat.

            De Zembla documentaire is eigenlijk super actueel, want in die week liet minister Verdonk zich als vanouds weer krachtig uit. Ayaan Hirsi Ali zou geen Nederlandse zijn en haar paspoort zou ten onrechte verstrekt zijn. De daadkracht die Verdonk de laatste dagen ook in haar lijsttrekkerscampagne laat zien, bevestigt het beeld dat er van de minister bestaat: ze doet wat ze zegt en afspraak is afspraak. Of je het met haar eens bent of niet. Verdonk is duidelijk en doortastend. Maar berust dit imago wel op feiten? Zembla onderzocht wat het beleid van minister Verdonk in de praktijk tot nu toe betekent en feitelijk heeft opgeleverd. Aan de hand van uitspraken van Verdonk zijn tien stellingen geformuleerd. Zowel op het gebied van Vreemdelingenzaken als Integratie ging Zembla na wat er van Verdonks doelstellingen terecht is gekomen. Doet zij echt wat ze zegt? De Nationale Ombudsman, Alex Brenninkmeijer, maakt bekend dat hij deze week een onderzoek is gestart naar de manier waarop de Immigratie- en Naturalisatie Dienst (IND) uitgeprocedeerde asielzoekers presenteert aan vertegenwoordigers van het land van herkomst. Er zijn namelijk, na de Congo- en Syrië-affaire, opnieuw klachten binnengekomen bij de Nationale Ombudsman. Brenninkmeijer wil de betrokken ambtenaren aan Nederlandse kant onder ede horen. Hij vindt duidelijk dat Verdonk zich niet aan haar afspraken houdt. Bovendien heeft hij gegronde redenen om te twijfelen aan haar zorgvuldigheid. De vice-president van de Amsterdamse rechtbank, Willem van Bennekom, stelt in de Zembla documentaire dat door de fixatie van Verdonk op regels, de rol van de asielrechter wordt uitgehold: “Als wij in het asielrecht zijn afgegleden naar een situatie waarin de rechtsbescherming niet meer voorop staat, maar eigenlijk vooral het belang is: zijn de regels goed nageleefd, dan heb ik het idee dat de rechter zijn kerntaak zo verwaarloost dat je daar op de lange termijn niet mee uit de voeten kan.”

 

            Uit een kleine inventarisatie van wat er in drie jaar van het beleid van minister Verdonk is terecht gekomen, blijkt dat er van de 26.000 dossiers er slechts 17.000 dossiers zijn behandeld. Hiervan hebben 8.000 asielaanvragers alsnog van de rechter een vergunning gekregen.

Bijna 3.500 asielaanvragers hebben Nederland verlaten vrijwillig of zijn daartoe gedwongen door de minister. Van de uitgeprocedeerde asielaanvragers hebben er 700 asielaanvragers hun verblijf aan de minister zelf te danken waarbij Verdonk gebruik heeft gemaakt van haar discretionaire bevoegdheid. Zo’n 6.000 mensen zijn echter met onbekende bestemming verdwenen. Ze zwerven ergens door Nederland of worden door gemeenten opgevangen in noodopvang.
In de documentaire wordt A. van Kalmthout, hoogleraar vreemdelingenrecht aan het woord gelaten. Hij is van mening dat het uitzetten van 26.000 vreemdelingen een ambitieuze doelstelling van de minister is. Zij zou dat probleem wel oplossen.

            Van Kalmthout: “Ze suggereerde dat haar voorgangers dus een steek hebben laten vallen want die hebben het niet opgelost. Dat zou zij dus wel eens gaan verbeteren. Nu terugkijkend over de afgelopen drie jaar moet je dus constateren dat ze tegen precies dezelfde problemen aanloopt als haar voorgangers,” en hij voorspelde dan ook dat een groot gedeelte van de asielzoekers Nederland niet zullen verlaten.

            De documentaire confronteert de kijker geregeld met krachtige uitspraken die niet voor tweeërlei uitleg vatbaar zijn. Op 8 en 9 februari 2004 verklaart Verdonk in een televisie uitzending:

            “Ik zal niemand op straat zetten dat hoort ook niet in onze samenleving”.

            Maar de werkelijkheid is anders beweren wethouders uit tal van gemeenten die knelpunten signaleren in de uitvoering van het beleid. Afspraak met de minister was volgens de Utrechtse wethouder Spekman dat mensen worden uitgezet of terugkeren naar het land van herkomst, maar ze komen niet op straat. In de uitzending verklaren gemeentelijke bestuurders dat uitgeprocedeerde asielzoekers wekelijks op straat belanden. Volgens de heer C. van den Broek van Vluchtelingenwerk Nederland constateert hij dat mensen voortdurend op straat komen en een wethouder meent:

            “Je kunt er een Malieveld mee vullen als gemeenten met de opvang zouden stoppen”.

 

            Een commissie van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) waarvan Schelto Patijn (oud burgemeester Amsterdam) voorzitter is, wordt in het leven geroepen om te onderzoeken op welke wijze de relatie tussen minister Verdonk en de gemeentebesturen kan worden verbeterd. Immers de minister wil niet dat gemeenten uitgeprocedeerde asielzoekers in noodcentra opvangt. Het gaat hier dus niet om een onderzoek naar een of ander technisch of juridisch probleem: nee, hoe kan de relatie (lees communicatie) tussen minister en de mensen in het veld hersteld worden zodat er iets van de uitgangspunten van het kabinetsbeleid terecht kan komen.
            De commissie is in augustus 2005 ingesteld. Zij wil met iedereen praten, met alle gemeenten en medewerkers van de IND en met de minister. Maar daar heeft minister Verdonk toevallig geen behoefte aan. Commissielid van Leeuwen (VVD) is nog eens persoonlijk met de minister gaan praten. Maar dat mocht allemaal niet baten.
            Commissievoorzitter Patijn vindt dat de situatie hopeloos is.

            “Ik heb me daar toen bij neergelegd en de opdracht teruggeven aan de VNG. Het is een buitengewoon onhandige move van haar. Ik heb de indruk dat mevrouw Verdonk moeilijk met kritiek kan omgaan. Verandering bij haar is nooit haar sterkste punt,” aldus Patijn. Hij heeft nog met de gedachte gespeeld om zelf nog eens op haar af te gaan en legde dat aan haar partijgenoot Van Leeuwen voor.

            Hij zei: “Schelto het is hopeloos”.

            Patijn vindt het buitengewoon onhoffelijk en het is ook niet een handige manier om zo met gemeenten in Nederland om met gaan.

            De bemiddeling is mislukt. Wanhopig stellen 114 gemeenten, waarbij ook VVD-wethouders betrokken waren, een rapport samen ‘De Rekening’, en waarin zij de kritiek en bezwaren tegenover Verdonk glashelder op een rij zetten. Maar dat rapport zal wel in een la bij mevrouw zijn verdwenen. Kritiek leveren op deze minister is er niet bij.

 

            Professor Van Kalmthout daarover in de documentaire: “Zij heeft met de gemeenten afgesproken dat er geen mensen meer op straat komen. Sluitstuk van het vreemdelingenbeleid zou de minister oplossen en daar worden nu de gemeenten mee geconfronteerd”.

            Over het scheiden van gezinnen verklaart Verdonk op 20 januari 2004 voor de televisiecamera: “Wij horen geen gezinnen te scheiden”.

            In het zondagse TV-programma ‘Buitenhof’ herhaalt Verdonk op 2 februari: “We horen geen gezinnen te scheiden”.

            Vervolgens komen in de documentaire kinderen aan het woord die vertellen dat hun vader weg moet naar Afghanistan en hun moeder naar Rusland.

            Er worden meer concrete voorbeelden in het programma genoemd die al eerder in de openbaarheid zijn geweest zoals de situatie van de Bosniër Sead die een Nederlandse vrouw heeft en een zoontje van 6 jaar. Het echtpaar is al zeven jaar bij elkaar. Het beleid van Verdonk komt in de praktijk er op neer dat kinderen wel hier mogen blijven, maar dat de moeder ze ook mag meenemen. In een Kamerdebat brengt PvdA-er Klaas de Vries deze hardvochtigheid ter sprake. Ook de Raad van Kerken vindt dit inhumaan en wreed. Deze moeder moet haar zoontje verlaten om hem hier een goede toekomst te bieden of ze moet hem meenemen naar een land waar hij helemaal opnieuw moeten beginnen. Kinderen moeten dus worden meegenomen naar een land dat ze niet kennen en waar ze van voor af aan moeten beginnen.

            En Verdonk blijft de Tweede Kamer toeroepen dat er geen gezinnen gescheiden worden. Maar de praktijk is anders. Verdonk die hierover met name door de oppositiepartijen in het parlement keer op keer op het matje wordt geroepen verklaart op 10 september 2005:

            “Moeders en kinderen wil ik helemaal niet scheiden, vaders en kinderen trouwens ook niet.”
            Maar het gebeurd wel en het schijnt haar niet te deren.
            Met betrekking tot haar uitzettingsbeleid maakt ze handig meerdere malen van televisiezendtijd gebruik om de logica van haar beleid voor een groot publiek te versimpelen en terug te brengen tot ‘afspraak is afspraak’. Zo verklaarde ze op 25 januari 2004: “We zijn in Nederland een democratische rechtstaat en we moeten ook rechterlijke uitspraken handhaven”.

            Ze doelde hiermee ongetwijfeld op de asielzoekers die zich aan de rechterlijke uitspraak dienden te onderwerpen en daarvan de consequenties te dragen. Verdonk demonstreerde in haar publieke optredens een snel lerende Wiegel-adept te zijn. Met een priemende blik de camera inkijken en in zinnen van niet meer dan vijf woorden je tot de doelgroep richten.

            Later in dat jaar zei ze op 10 november voor TV-kijkend Nederland: “Je doet mee aan de regels zoals wij die hebben, we hebben hier een grondwet. Als je hier in Nederland woont dan houdt je je aan die regels. We hebben daar met elkaar voor gevochten. En anders, als je dat niet wil, zul je toch een andere keus moeten maken. Ik zal de rechtstaat respecteren.”

            Duidelijke taal.

 

            De Immigratie- en Naturalisatie Dienst (IND) is belast met de uitvoering van het vluchtelingen en asielbeleid. Daarbij laat de IND steken vallen. De laatste jaren krijgt de Nationale ombudsman in toenemende mate klachten over de IND. Naar aanleiding van het laatste jaarverslag van de IND merkt de Nationale ombudsman, de heer E. Brenninkmeijer op:

            “Wat me ernstige zorgen maakt is dat IND van jaar tot jaar geen uitvoering geeft aan gerechtelijke uitspraken. Dat betekent dat de IND zich boven de wet plaatst. Dat was niet een probleem van tien zaken of van honderd zaken, maar het is een probleem van duizend zaken. De minister en niemand anders is daar uiteindelijk verantwoordelijk voor. Ik constateer dat zij er de afgelopen jaren niet in geslaagd is om die IND zodanig aan te sturen dat het niet nakomen van gerechtelijke uitspraken opgelost wordt. Als burgers gerechtelijke uitspraken niet nakomen zijn daar behoorlijk ernstige consequenties aan verbonden, maar zover zal het meestal niet komen omdat ze tot nakoming daarvan gedwongen worden. Als de overheid gerechtelijke uitspraken niet nakomt betekent dat een overheid naast het recht gaat fietsen en dat is gewoon gevaarlijk”.
De Nationale ombudsman neemt het initiatief om samen met de IND dit probleem op te lossen. Maar dat is tot mislukken gedoemd. De samenwerking loopt niet vlot. Hij moet constateren dat bij minister Verdonk het besef niet bij haar aanwezig is om gerechtelijke uitspraken na te komen. De minister, die burgers oproep gerechtelijke uitspraken na te komen, geeft zelf leiding aan een onder haar leiding ressorterende dienst die gerechtelijke uitspraken negeert.
            ’Ik doe wat ik zeg’. Het is een veel door haar gekoesterde kreet die een bijdrage moet zijn aan haar ijzeren imago, maar de waarheid is dat ze helemaal niet doet wat ze zegt.

 

            Er zijn helemaal geen 26.000 mensen uitgezet. Er komen nog steeds asielzoekers op straat, terwijl Verdonk de gemeenten beloofd heeft dat dit niet zou gebeuren. Over gezinnen hangt de dreiging dat ze gescheiden worden en de IND volgt gerechtelijke uitspraken niet op. En dan zijn we er nog niet. Meerdere malen stelde de minister in de Tweede Kamer dat asielzoekers moeten inburgeren.

            “Maar we moeten ook eisen stellen. Daar is niets mis mee. Als je in Nederland wil slagen, moet je Nederlands spreken”, aldus Verdonk.

            Echter in toenemende mate blijkt dat het door haar gemaakte wetsvoorstel dat de inburgering zou moeten bewerkstelligen, niet uitgevoerd kan worden. Ook in de media verschijnen geregeld berichten dat haar nieuwe wet niet uitgevoerd kan worden. Maar de minister blijft volhouden zo blijkt uit haar bijdrage aan het NOS-Journaal van 27 oktober 2004: “Ik kan u hier verzekeren, dat we gewoon doorgaan. Gelijke mensen moeten gelijk behandeld worden”.

            Het gaat vaak juist niet om gelijke gevallen. Als het haar uitkomt, beroept Verdonk zich op deskundigen, maar haar deskundigen zijn met een negatief oordeel over deze wet gekomen. Haar eigen adviescollege zegt in een rapport dat wat mevrouw Verdonk wil, gewoon niet kan. En ook volgens de Raad van State discrimineert haar wetsvoorstel. En dat mag niet volgens de Grondwet.

             De Zembla documentaire geeft een ontluisterend beeld van een minister, die niet in een bananenrepubliek functioneert, maar in een rechtstaat verkeert waar de politieke en maatschappelijke controle soms ver uitstijgt boven de sociale controle. En toch heeft deze documentaire, die een veel grotere politieke consequentie behoort te hebben dan die van een week eerder over het vluchtverhaal van Ayaan Hirsi Ali, geen enkele rimpeling voortgebracht in de politieke vijver.
            Verdonk is er in geslaagd de minister te zijn geworden die in de drie jaar van haar ministerschap de meeste controverses met haar collega’s, de Tweede Kamer, staatsorganen en de rechterlijke macht heeft veroorzaakt.

            Een in augustus 2005 ingestelde commissie van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) stuit op tegenwerking van minister Verdonk, zodat geen onderzoek kan worden gedaan naar de manier waarop de relatie tussen minister Verdonk en de gemeentebesturen kan worden verbeterd. Opdracht wordt teruggegeven.

            In september 2005 brengt de Algemene Rekenkamer een kritisch rapport uit over Verdonks immigratiedienst IND. Er blijken grote achterstanden te zijn bij de afhandeling van asielverzoeken. De Tweede Kamer wil op korte termijn verbeteringen zien.

            Een paar maanden later (december 2005) een andere affaire. Gegevens over afgewezen asielzoekers uit het Afrikaanse Congo blijken door de IND aan de Congolese autoriteiten te zijn verstrekt. De minister erkent in een Kamerdebat over dit rapport ten onrechte eerder het woordje ‘nimmer’ (‘nimmer zijn gegevens verstrekt’) te hebben gebruikt. Omdat zij haar excuses aanbiedt voor de fouten, krijgt een motie van afkeuring alleen steun van de oppositie (minus SGP en LPF).

            Eind van dat jaar leidt Verdonks terugkeerbeleid tot grote verdeeldheid in de Tweede Kamer. Ongeveer 26 duizend uitgeprocedeerde asielzoekers moeten van Verdonk terug naar hun land van herkomst. Nadat ruim de helft van deze zaken is behandeld, doemt een andere realiteit op. Slechts drieduizend asielzoekers zijn daadwerkelijk teruggestuurd (van wie zevenhonderd onder dwang), 5500 hebben alsnog een verblijfsvergunning gekregen de rest is verdwenen, al dan niet in de illegaliteit.

            In april 2006 overleeft Verdonk een motie van afkeuring over haar beleid ten aanzien van 181 Syrische ex-asielzoekers en illegalen. Een deel van de Tweede Kamer verwijt de minister dat zij de Kamer onjuist en onvolledig heeft geïnformeerd over het verstrekken van gegevens aan de Syrische autoriteiten. De door de SP ingediende motie krijgt steun van de gehele oppositie (uitgezonderd de LPF en de Groep Wilders).

            In de zaak van de 18 jarige vwo-scholiere Taïda Pasic, die van minister Verdonk hier niet haar vwo-examen mocht afleggen en gedwongen werd op de ambassade in Kosovo haar vwo-examen te doen, had de minister de Telegraaf nodig om in februari allerlei vertrouwelijke gegevens naar buiten te brengen. Het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) oordeelde hierover dat minister Verdonk voor Vreemdelingenzaken onrechtmatig heeft gehandeld door vertrouwelijke gegevens uit het dossier van de 19-jarige Servische moslima uit Kosovo aan De Telegraaf te verstrekken.

            En een maand later (mei 2006) komt Verdonk in aanvaring met vrijwel de gehele Tweede Kamer, inclusief een groot deel van haar eigen VVD. Dit naar aanleiding van haar vaststelling dat het VVD-Kamerlid Ayaan Hirsi Ali, die bij haar asielaanvraag gelogen heeft over haar naam, geacht moet worden het Nederlanderschap niet te hebben verkregen.
(Naar boven)

© Copyright 2006  - J.M.J.F.Janssen - Hilversum