Verblijf op Aarde
Ik doe wat ik zeg en afspraak is afspraak
De minister van Vreemdelingenzaken en Integratie tekent zichzelf als politieke illusionist























Met dank aan SP-er Marijnissen die hen in één van de debatten zo typeerde.
















































































De toegang tot het Binnenhof.  De maat-schappelijke herkomst van Tweede Kamerleden, J.Th.J van den Berg, dissertatie Rijksuniversi-teit Leiden 1983







































































 
Het kan anders, het kan beter

 

            
            Zoals eerder gezegd, er zijn in dit dossier teveel inschattingsfouten door de VVD-top in 2003, VVD-lijsttrekker Gerrit Zalm, minister Verdonk, de minister-president, de Kamervoorzitter, en tal van parlementariërs gemaakt, die uiteindelijk tot de val van het kabinet Balkenende II hebben geleid. Niemand van de hier genoemden zoekt de schuld van dit drama bij zich zelf. Het zegt iets over de kwaliteit en professionaliteit van de vaderlandse politiek en hun beoefenaren, welk proces vanaf de Zembla uitzending en de schriftelijke vragen van Nawijn is gegaan zoals het is gegaan, zonder dat iemand –ook niet het opperhoofd Balkenende- in staat bleek hier een andere wending aan te geven. Ongewild heeft Den Haag andermaal voedsel gegeven aan de afkeer van de politiek en onlustgevoelens bij een groot deel van het publiek. Zelfs de oude Fortuynisten zoals Nawijn en het overgebleven wrakhout in de LPF hebben zich daar mede schuldig aan gemaakt.
            Het absolute dieptepunt van dit dossier zoals velen dit zich zullen blijven herinneren is niet Ayaan Hirsi Ali, maar minister Verdonk die niets concreets voor elkaar heeft gekregen, en steeds hoog van de toren heeft geblazen. Een minister die voortdurend brokken heeft gemaakt, bij herhaling de Kamer fout heeft geïnformeerd en dat tegen alle spelregels in hardnekkig ontkent maar toch steeds kon blijven zitten, omdat de VVD die een hele ochtend krokodillentranen huilde over wat hun Ayaan Hirsi Ali was aangedaan, hun minister vanwege haar populariteit niet durfde te laten vallen. Niet toevallig was de nieuwe partijleider, Mark Rutte, woensdagnacht de grote afwezige bij het debat.

            De VVD-fractie, inclusief fractievoorzitter en backbenchers, dient het schaamrood op haar kaken te krijgen als ze haar eigen bijdrage nog eens laat passeren. Geen fractielid, ook niet Jozias van Aartsen die zich publiekelijk in de NRC afwendt van zijn vreemdelingenminister en zich eigenlijk vergaapt aan wat er in de vergaderzaal gebeurd, heeft niet de guts om voor de motie Halsema te stemmen. Ook van hem moet Verdonk dus zitten blijven.
            De premier dan, die in zijn kabinetsperiode zo hoog opgeeft van waarden en normen: hij was de regie volkomen kwijt en liep telkens achter de feiten aan. Eerst zou volgens hem er geen brief uitgaan naar mevrouw Ayaan Hirsi Ali, later bleek volgens hem dat er toch niet zulke duidelijke afspraken over waren en vervolgens roept hij de minister in het Torentje bij zich om duidelijk te maken dat ze onverantwoord en solistisch bezig was en dat er een brief is uitgegaan die niet verstuurd mocht worden. Hij treedt ook niet op als zij en de Kamervoorzitter het laten gebeuren dat Kamervragen beantwoord worden die een inbreuk zijn op de vertrouwelijkheid die aan de naturalisatieprocedure verbonden is, ook (juist) als het een Kamerlid betreft. De minister-president ontkent een en andermaal dat mevrouw Ayaan Hirsi Ali onder druk is gezet om de schuldbekentenis te ondertekenen. Als hem daarover het vuur aan de schenen wordt gelegd bezwijkt hij en verklaart in het parlement: “
Dit was echter een verklaring waarmee ook de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie moest kunnen leven.
            Toen hij daarop werd aangesproken wist hij niet hoe snel hij moest vertellen dat hij wat anders bedoeld had, in plaats van één keer in zijn leven een rechte rug te laten zien door Verdonk duidelijk te maken dat zij Nederland internationaal te schande maakte en daarom niet langer te handhaven was Op zo’n moment had de premier zijn verantwoordelijkheid moeten nemen, maar hij koos ervoor om het te laten aanzieken. Daarnaast was hij er zich kennelijk in het geheel niet van bewust dat er een kabinetscrisis zat aan te komen. Niet één moment heb ik aan zijn lichaamstaal gezien dat hij bezorgd was. De conclusie dat de premier politiek incapabel is om dit mooie land te leiden, is onontkoombaar.

             Gezien de grote publieke belangstelling bij dit dossier en de vele reacties op de ‘verklarende’ televisie-uitzending Binnenhof met de hoogleraar rechtstheorie prof. dr. D. Pessers, lijkt het mij dringend noodzakelijk dat Den Haag en zijn politici zich ernstig bezinnen op hun functioneren en op hun communicatie met de rest van Nederland.
            Ook de politieke partijen hebben een grote verantwoordelijkheid bij de samenstelling van hun kandidatenlijsten en moeten nog meer dan tot op heden de kandidaten aan de poort strenger selecteren. Het zou zinvol zijn twee categorieën kandidaten te benoemen waarvan de A-kandidaten zowel geschikt zijn voor de Tweede Kamer alsmede voor het ministerschap of een staatssecretariaat, en de B-kandidaten die slechts geschikt zijn voor de Tweede Kamer. Het interne democratiseringsproces kan gestimuleerd worden door voor beide categorieën profielen te ontwikkelen, zodat een ieder kan weten aan welke selectiecriteria kandidaten behoren te voldoen.
            De politieke partijen, in het huidige parlementaire stelsel de organisaties die voor de bemensing van het parlement zorgen, dienen niet alleen kandidaten te werven en te selecteren, maar ook op te leiden tot een gerespecteerd volksvertegenwoordiger, of om althans voorwaarden te creëren waarbinnen kandidaten zich tot volwaardige en uitstekend uitgeruste parlementariërs kunnen uitgroeien. Niet iedere opleiding maakt even geschikt voor het politieke bedrijf; studies waarin de vaardigheid in het gebruik van het geschreven en gesproken woord voorop staan (Rechten en Letteren) geven aan de toekomstige politicus een onmiskenbare voorsprong. Bij het begin van de parlementaire democratie in 1848 had aanvankelijk 80% van de volksvertegenwoordigers een juridische of theologische opleiding. Tegenwoordig maken veel meer ‘volkse’ vertegenwoordigers deel uit van het parlement. De vraag of daarmee winst is geboekt valt te betwijfelen. In 1983 is voor het laatst onderzoek gedaan naar de herkomst van Tweede Kamerleden. Wellicht zou nieuw onderzoek, waarbij ook gekeken wordt naar de politieke bagage van Kamerleden, alsmede naar een aantal vereisten en kwaliteiten, en naar persoonlijke eigenschappen, een helder licht werpen op de bagage van de huidige generatie Kamerleden.
            Het is eigenaardig - maar ook uit de literatuur is mij niet gebleken - dat tot nu toe nooit iemand geprobeerd heeft een profiel te schetsen van een minister, zelfs niet nadat dit gemeengoed is geworden voor commissarissen en burgemeesters. Uit de literatuur wordt vrijwel uitsluitend aandacht gegeven aan de staatsrechtelijke aspecten van het ambt. Wat zouden zoal de kwaliteiten van een minister kunnen zijn waarop hij of zij beoordeeld kunnen worden? Te denken valt aan:

-       het leiding kunnen geven aan een groot ambtenarenapparaat

-       kunnen werken in teamverband (kabinet)

-       snel dossierkennis kunnen eigen maken

-       gevoel voor politieke verhoudingen

-       uitstekend analytisch vermogen

-       hoofdzaken van bijzaken kunnen onderscheiden

-       uitstekende sociale en contactuele eigenschappen

-       onkreukbaar en integer

            Een aantal eigenschappen en kwaliteiten kan gemeten worden. Onkreukbaarheid en integriteit is veel moeilijker bij iemand te achterhalen. Je moet als het ware in brede kring als zodanig bekend zijn. In dit rijtje ontbreken nog een aantal belangrijke persoonlijke eigenschappen en naarmate je steeds vaker naar het afgelopen debat met minister Verdonk terugkijkt, komen er meer eigenschappen bovendrijven waar een goed minister aan zou moeten voldoen, zoals o.a.: snel een kern van de zaak zien, kunnen inspireren en stimuleren, kunnen delegeren (vertrouwen geven), overtuigingskracht hebben en zelfspot beoefenen.

            Politieke partijen zouden bij de werving en selectie van kandidaten voor de Tweede Kamer hiermee eveneens rekening kunnen houden.

 

            Het is bovendien wenselijk dat politieke partijen of de fracties van die partijen in de Tweede Kamer een profiel maken voor de Kamervoorzitter. Praktijk is dat niet de beste uit de 150 parlementariërs gekozen wordt, maar dat de keuze wordt beperkt door een andere factor: verdeling van de belangrijkste politieke functies over de grote partijen (PvdA, CDA en VVD). Die politieke functies zijn, voorzitter van de Eerste Kamer, voorzitter van de Tweede Kamer en Voorzitter van de Raad van State. Het zijn dezelfde functionarissen die naast de fractievoorzitters, bij een kabinetscrisis door de Koningin geconsulteerd worden.

            Door deze ongeschreven regel wordt de keuze van de Kamervoorzitter dus al gauw beperkt tot nog geen handvol kandidaten. Niet de beste uit het parlement zal die functie vervullen, maar de beste uit een bepaalde fractie, afhankelijk van de verdeling van de andere functies over de grote politieke partijen. Dat is niet professioneel en niet bevorderlijk voor een optimale invulling van deze functie.

             Dergelijke profielen als hier gememoreerd voor Kamerleden, ministers en Kamervoorzitter zouden ook voor de minister-president en de fractievoorzitter zeer op zijn plaats zijn. Het is toch te gênant voor woorden hoe de VVD-fractievoorzitter zich tijdens deze debatten heeft doen gelden. Telkens verschoot hij als een kameleon van kleur, afhankelijk van wie hij een antwoord moest geven. De keuze van de fractievoorzitter is uiteraard een zaak van de eigen fractie. Maar om daarvoor een geruisloze backbencher als tijdelijk opvolger voor van Van Aartsen te kiezen is roepen om problemen bij een debat als dit. Waarom overwoog de fractie niet om de reguliere woordvoerder inzake Vluchtelingenzaken en Integratie in te zetten in dit debat? Het moet bij de VVD toch ook om kwaliteit gaan en het zou Van Beek geen schade hebben berokkend als een ander deze klus geklaard had..

 

            Tenslotte ware het te overwegen eenmansfracties niet meer tot het parlement toe te laten, ook niet door middel van afsplitsing gedurende de zittingsperiode. Van Lazrak (afgesplitst van de SP) heeft niemand iets vernomen tijdens dit debat en wat we in dit debat vernomen hebben van die gladjanus van ene Nawijn, maakt mijn pleidooi voor een wijziging van de toelatingsregels alleen maar sterker.

(Naar boven)

© Copyright 2006  - J.M.J.F.Janssen - Hilversum