


|
Verdonk
concludeert nu: Hirsi Ali heeft niet gelogen
Op dinsdag
27 juni maakt de minister van Vreemdelingenzaken en Integratie in een brief
aan de Tweede Kamer bekend dat Ayaan Hirsi Ali de Nederlandse nationaliteit
behoudt, ondanks de onwaarheden over haar naam en geboortedatum. Minister
Verdonk is daarmee teruggekomen op haar eerdere standpunt. Tijdens het
spoeddebat op 16 mei zei zij nog dat de wet en rechterlijke uitspraken tot
geen andere conclusie kunnen leiden dan dat Hirsi Ali door het verstrekken
van onjuiste personalia nooit het Nederlanderschap heeft verkregen. ‘Er
bestaat geen andere conclusie’, zei zij toen. Een overweldigende
Kamermeerderheid droeg de minister in dat debat op haar oordeel te herzien.
Verdonk concludeert nu dat Hirsi Ali niet heeft gelogen over
haar achternaam omdat zij zich volgens het Somalische recht zo mag noemen.
Ali is de naam die haar grootvader bij zijn geboorte droeg. Hij noemde zich
later Magan. Zo staat de familie ook geregistreerd in Kenia, waar Hirsi Ali
na haar vlucht uit Somalië zo'n tien jaar verbleef. Omdat er volgens Verdonk
geen mogelijkheid is om zekerheid te krijgen over haar naam en
geboortedatum, is zij ‘genoodzaakt’ af te gaan op verklaringen van
familieleden.
Politiek interessant is de opvatting van de minister dat zij
vast stelt dat zonder de door haar gevolgde procedure de feiten die voor de
conclusie die ze nu trekt, niet op tafel waren gekomen. Nu heeft ze zes
weken de tijd gehad om tot zinnen te komen, om de politieke gevoeligheid bij
de Tweede Kamer op dit dossier op zich in te laten werken, en dan vergeet ze
bovenal dat er twee moties nodig waren om haar weer aan het werk te krijgen,
om te bewegen zodat mevrouw Ayaan Hirsi Ali het Nederlanderschap kon
behouden of dat haar dat alsnog gegeven werd. Ze moest ruimte zoeken en
bijzondere omstandigheden zien te vinden. Die waren haar door de Kamer ook
al voorgekauwd.
De gemachtigde
van mevrouw Ayaan Hirsi Ali heeft verklaard, dat zij de naam Ayaan Hirsi Ali
kon voeren, omdat haar vaders vader bij geboorte de naam Ali heeft verkregen
en de naam Magan pas later heeft verworven. Mevrouw Ayaan Hirsi Ali heeft
dus gedwaald in haar uitlatingen dat zij over haar identiteit heeft gelogen.
De minister
onderschrijft de stelling, dat, als de naam van de grootvader inderdaad Ali
is, zij de naam Ayaan Hirsi Ali kon voeren. Dit is door deskundigen
bevestigd. Volgens het Somalisch namenrecht, zoals dat bekend is uit de
tekst van de Codice civile Somalo en uit wat meer in het algemeen bekend is
uit het Islamitisch namenrecht, is de namenreeks een geaccepteerde wijze van
identificeren en wordt een persoon in dat geval aangeduid met de eigennaam,
de naam van de vader en de naam van de vaders vader. Volgens de regels die
als bestendige beleidspraktijk daarvoor worden gehanteerd, kan de naam van
de grootvader in Nederland als geslachtsnaam worden geregistreerd.
De gemachtigde
van mevrouw Ayaan Hirsi Ali voert daarnaast aan, dat zijn cliënte ook de
naam Ali mocht voeren, omdat ook twee andere voorvaders die naam droegen.
Ook uit het ambtsbericht dat de minister aan de haar collega van
Buitenlandse Zaken heeft gevraagd blijkt dat het acceptabel kan zijn om een
naam van één van de voorvaderen te gebruiken. Verdonk meent daarbij dat voor
het gebruiken van deze naam in het algemeen nodig zal zijn het voorkomen van
deze naam in het geslachtsregister aan te tonen. Vanwege het gebrekkige
bestuurlijke en juridische systeem ter plaatse, is dat in dit geval echter
niet mogelijk, nog daar gelaten dat niet is vast te stellen of deze
handelwijze in het ter plaatse geldende recht in de desbetreffende tijd ook
werkelijk geldig was.
De onjuistheid van de geboortedatum is volgens de minister
‘op zichzelf onvoldoende om de identificatie van betrokkene in twijfel te
stellen’. Zij komt tot de conclusie dat het besluit waarin Hirsi Ali het
Nederlanderschap werd verleend haar ‘voldoende identificeert’ en dat
zij dus wél Nederlandse is geworden. Volgens de minister hebben onjuiste
identiteitsgegevens sinds 2000 in 74 andere zaken geleid tot het oordeel dat
het Nederlanderschap niet is verleend. In 52 van die zaken (die over hele
gezinnen kunnen gaan) staat dat definitief vast. In de rest van deze zaken
wordt een oordeel voorlopig aangehouden, aldus Verdonk.
Gelijktijdig
wordt met de brief aan de Kamer een verklaring van mevrouw Ayaan Hirsi Ali
meegestuurd en het onderzoek van de IND in 2002. Woensdag is er op verzoek
van GroenLinks een spoeddebat over deze kwestie in de Kamer. PvdA-leider Bos
vindt dat Verdonk met haar optreden een ‘brevet van onvermogen aan zichzelf
heeft afgegeven.’ Hij voorspelt dat het ‘zwaar weer’ voor de
VVD-bewindsvrouw wordt. Verdonk zegt dat Hirsi Ali de affaire rond haar
naturalisatie helemaal aan zichzelf heeft te wijten.
Verklaring van mevrouw Ayaan Hirsi Ali
Op 15 mei j.l. heb ik van de minister
voor Vreemdelingenzaken en Integratie een brief ontvangen waarin mij werd
meegedeeld dat de uitlatingen die ik over mijn identiteit heb gedaan zouden
kunnen impliceren dat ik het Nederlanderschap nooit had verkregen.
Deze mededeling was gebaseerd op mijn
verklaring, dat ik niet Ayaan Hirsi Ali, maar Ayaan Hirsi Magan heet. Deze
naam is samengesteld uit mijn eigen naam, de naam van mijn vader en de naam
van mijn vader’s vader. Deze wijze van naamsgebruik is in Somalië wettelijk
en traditioneel gangbaar. De naam Magan is ook altijd door mijn vader
gevoerd en ik ben met deze naam opgevoed. Bij mijn asielaanvraag en daarmee
ook later bij mijn verzoek tot naturalisatie, heb ik deze naam echter niet
gebruikt. Ik heb, om redenen die er nu niet meer toe doen, een andere naam
gebruikt, te weten de naam Ali.
Onder deze naam is mijn vader’s vader
daadwerkelijk geboren, zoals mijn familieleden getuigen. Hij heeft zich pas
later Magan genoemd. Anders dan ik in het verleden soms heb gezegd, hoort de
naam Ali dan ook wezenlijk bij mij. De naam Ayaan Hirsi Ali is de naam die
ik naar Somalisch recht en gewoonte mocht voeren en die daarmee ook
uitgangspunt voor de Nederlandse naamsaanduiding kan zijn.
Mijn mededeling, dat ik over mijn
identiteit heb gelogen, geeft dus niet de werkelijkheid weer. Het gaat hier
echter om feiten die de minister niet bekend konden zijn en ik heb er
volledig begrip voor, dat zij heeft gehandeld zoals zij heeft gedaan. Ik
betreur
het dat ik haar met mijn mededeling op het
verkeerde been heb gezet. Ik zal als Ayaan Hirsi Ali door het leven gaan.
w.g.
Ayaan Hirsi Ali
26 juni 2006
Opzien baart de zin waarin mevrouw Ayaan Hirsi Ali alle schuld op zich neemt
en het betreurt dat zij de minister op een verkeerd been heeft gezet. Al
gauw blijkt dat deze ‘schuldbekentenis’ van mevrouw Ayaan Hirsi Ali
onder druk tot stand is gekomen. De advocaat van Hirsi Ali, mevrouw Britta
Böhler, zei dinsdag dat Ayaan heeft ondertekend op verzoek van Verdonks
ministerie van Justitie. “Er is geen dwang aan te pas gekomen”, aldus
Verdonk voor het televisieprogramma NOVA.
“Ik had een
heel andere verklaring willen ondertekenen” zei Hirsi Ali dinsdag in NOVA.
Maar de ondertekening was de voorwaarde om snel van de onzekerheid omtrent
haar nationaliteit af te zijn”, legde ze uit in meerdere interviews. “Het
hele probleem zou opgelost zijn” als ze zou tekenen. Als ze dat niet zou
doen, zou “de boel nog langer duren”. Het was een aanbod dat ze niet kon
weigeren. “De snelheid van zaken was voor mij veel belangrijker dan een
beetje trots”, zei Hirsi Ali. “Ik heb een pragmatische oplossing gekozen. Ik
wil verder met mijn leven.”
Het voormalige Kamerlid legt uit dat ze onder ‘tijdsdruk’
staat. “Ik had het nodig. De juridische uitslag stond vast: ik zou mijn
Nederlanderschap behouden. Ik wilde verder. Ik ben bezig met een
visumaanvraag voor de Verenigde Staten. Daarvoor moet ik een geldig paspoort
kunnen overleggen.” Ze wijst de conclusie van Verdonk af dat de hele zaak
aan haar te wijten is. “Dat standpunt deel ik niet.”
Het commentaar van Hirsi Ali zelf was voor Nederland dodelijk:
‘Door mijn trots opzij te zetten en onder tijdsdruk met deze deal akkoord te
gaan, heb ik bewezen dat ik goed ingeburgerd ben.’ En: ‘Deze minister heeft
nog veel te leren.’ Mevrouw Ayaan Hirsi Ali wil de discussie verder
overlaten aan de Nederlandse politici: ‘Wat mij betreft is mijn probleem
opgelost’.
Naar boven) |