Verblijf op Aarde


C O L U M N

T E R U G

Vorige columns





















 

 



















T E R U G
update: 18 december 2004

De rooie directeur

 
Als er iemand bij ons in huis de dienst uitmaakt is het wel die rooie kater, Teun. Ogenschijnlijk een beetje dom en lomp, maar pas op. Voor wie vroeger onze hond Skipper heeft gekend, die kan zich er iets bij voorstellen als ik zeg dat in dit kattenlijf Skipper is gereïncarneerd. Teun is een vreetmachine, slechts geboren om zijn maag te vullen. Hij gaat daarin heel ver. Steeds maar meer, nooit genoeg, met het gevolg, nadat hij het eetbord de rug heeft toegekeerd er het aan de voorkant weer uitgutst. In het begin ging Suus als ze in de buurt was, die troep van hem opeten. Maar zij kan  de uitspuugfrequentie gewoonweg niet meer bijbenen.

Als een macho stapt hij op zijn hoge poten door het huis op zoek naar nieuwe dingen, want alles wil hij ontdekken. Dus als de boodschappen wekelijks worden uitgepakt op de keukentafel, is de inspecteur er onmiddellijk bij. Is de doos leeg, hij kruipt er direct in. Even passen hoe dat zit. Net een la, waar hij zich ook altijd in verstopt. Of op de boekenkast. Geinig toch!? Voor hem hebben we de tuin met erfafscheiding en schrikdraad afgezet. De zestig vierkante meter zijn voor hem volstrekt onvoldoende. Hij weet als ex-zwerfkater, dat de wereld wel effe wat groter is dan die tien stoeptegels en een gazonnetje van niks en probeert nog steeds, sinds wij hem drie jaar geleden uit het asiel ophaalden, zijn leefwereld te vergroten. Dit in tegenstelling tot Suus, die al gelukkig is met één vierkante meter tuin.
Verlaat mijn vrouw of ik het huis, hij loopt mee tot aan de tussendeur, die wij altijd voor hem dichthouden, om er vervolgens met zijn voorpoten over het glas te krassen totdat hij er moe bij neervalt. Want hij weet, achter die voordeur is er die wereld, waarin hij kennelijk vroeger verkeerde. Ontzag voor anderen kent hij niet, elke nieuwe binnenkomer wordt grondig met zijn speurneus onderzocht. Alleen de stofzuiger dwingt hem om een andere route in huis te nemen dan hij aanvankelijk voor ogen had. Van subtiele spelletjes houdt hij niet. Dat is wat voor Suus. Nee, hij wil wel een partijtje met je dollen. Trek eerst je tuinhandschoenen aan, want zachte klappen kent hij niet. Mijn vrouw sloeg hij laatst een blauwe plek op de arm. En ’s avonds kruipt hij rustig bij haar op bed en rolt zich lekker tegen haar kont aan. Dat moet kunnen. Dan is het net een lief teddybeertje. Hij heeft een goed onderscheidingsvermogen tussen wat een man en wat een vrouw is. Bij mij moet hij nog voor het eerst op schoot komen. Ik heb de hoop zowat opgegeven en grijp hem gewoon af en toe. Hij is dan nukkig en wacht gespannen op het moment dat mijn handen even verslappen om dan zijn bevrijdende sprong te maken. Klerekat.
Jacques Janssen

Copyright 2004 |  J.M.J.F.Janssen - Hilversum