



 |
Hoeveel lef is er nog?
“Wij hebben lef, wij stemmen LPF”, is de slogan van de totaal uiteengeslagen
en versplinterde lijst van Pim Fortuyn. De beweging, die in mei weliswaar
met 26 zetels in de Tweede Kamer kwam, zou de bezem door het oude
regentendom halen. Weg met die plucheklevers, burgers krijgen meer
zeggenschap, worden betrokken bij het openbaar bestuur en het land moet
teruggegeven worden aan de burgers, zoals in artikel 2 van de statuten van
de Lijst Pim Fortuyn staat. Vanaf de verkiezingsdatum breekt er de pleuris
uit, advocaten worden in stelling gebracht om andere partijen de mond te
snoeren, terwijl Pim Fortuyn juist die grondwettelijke vrijheid van
meningsuiting wilde versterken. In het vernieuwde politieke landschap worden
argumenten vervangen door kogelbrieven, zelfs al was dat nodig om een
voetbaltrainer eens goed de stuipen op het lijf te jagen. Alles lijkt
geoorloofd en terwijl de bedreigingen van mensen gemeengoed worden, neemt de
agressiviteit en criminaliteit op een nog niet eerder vertoonde snelheid
toe.
Een
voortdurend gerommel tussen bestuur, fractie en de gehavende delegatie in
het kabinet hield het land in opperste verbazing. Ondertussen werd met steun
van de LPF een miljardenorder goedgekeurd voor de aanschaf van nieuwe
vliegtuigen, terwijl het zeer discutabel was of dit paste binnen het
gedachtegoed van Fortuyn, waar onderhand iedereen in de fractie een beroep
op deed die in een conflictueuze situatie was verzeild geraakt. Herben moest
weg, Wijnschenk kwam. Met steun van de LPF werd de spaarloonregeling in het
strategisch akkoord afgeschaft. Bedankt mensen, mede namens al diegenen niet
over een eigen huis beschikken en die aan het einde van hun arbeidsperiode
konden uitzien naar een spaarcentje. Bij de eerste beste gelegenheid om
burgers in het land meer zeggenschap te geven bij het openbaar bestuur
stemde de LPF tegen een referendum waarin die mogelijkheid gegeven werd.
LPF-ministers Bomhof en Heinsbroek rolden wekenlang vechtend over straat,
als pioniers van een nieuwe politieke cultuur. In de fractie wilde Winnie de
Jong, die meer dan normaal koketteerde met haar manische depressies, het
heft in handen nemen maar verloor en ging met Eerdmans tijdelijk een eigen
fractie beginnen om het gedachtegoed van Pim te consolideren in een nieuwe
partij conservatief.nl. Wijnschenk
bleek volgens Winnie een omhooggevallen advertentieverkoper en moest
vertrekken op de dag dat het kabinet viel. Hij kwam te laat op de
vergadering waar over zijn lot werd beslist en Herben kwam terug. Heinsbroek
en Wijnschenk richten vervolgens een nieuwe partij op, maar kunnen geen
mensen vinden die op de lijst voor de Kamerverkiezingen willen gaan staan,
of ze moeten hun huis verkopen. Ja, want eigen belang gaat toch boven
landsbelang.
Je moet inderdaad veel lef hebben om nu nog LPF te stemmen.
Hoeveel lef is er nog in de samenleving aanwezig?
Jacques
Janssen
Copyright 2004 | J.M.J.F.Janssen - Hilversum |