Verblijf op Aarde


C O L U M N

T E R U G

Vorige columns































T E R U G
update 5 juli 2006

Inburgeren

Je bent nieuw en je wilt op het nieuwe adres je vestigingsplaats hebben. Dat betekent inburgeren, ook voor een kat. Wat zijn de regels in de nieuwe omgeving en hoe kun je daar, zonder veel verlies van de eigen identiteit, een aangenaam verblijf realiseren? Van strategisch belang is de omgeving goed in je op te nemen. Wat zijn goede schuilplaatsen en waar kan ik overal opklimmen zonder een krant tegen mijn kont te krijgen of een haal van Teun of Suus. Dat moet allemaal verkend worden en omdat een kattenleven toch maar beperkt is, dringt de tijd.

In het spel van geven en nemen heb ik in het biologisch ritme een grote aderlating moeten doen. Mensen zijn overdag wakker en gaan ’s nachts slapen, terwijl dat bij ons katten net andersom is. Ik moet daar nog steeds aan wennen. Als de zon al een tijd onder is gaat de chef personeel, die ik best wel mag, naar een grote bak waar hij in gaat slapen. De eerste dag al dacht ik, daar moet ik bij zijn. Als hij de trap op loopt spring ik hem voor de voeten. Ik hoor een boel gebulder omdat hij bijna over mij valt. Hij loopt de kamer binnen waar die grote slaapbak van hem staat en ik spring er op en ga tegen hem blèren. Hij doet wat stoffen omhulsels van zich af en ik zie steeds meer bloot lijf tevoorschijn komen. Dus zo ziet een mens er uit. Helemaal geen kleur en erg vlezig, zonder mooie haren of vacht. Maar ik doe het er maar mee. Dan loopt hij van de slaapbak weg. Ik duikel van het bed af en spring van zijn ene voet op de andere om te voorkomen dat hij weer ergens anders naar toe gaat. In een kleine kamer met allemaal tegeltjes gaat hij een stok in de mond stoppen en maakt daarmee van die gekke bewegingen. Ik blijf om zijn poten draaien en klim langs een been omhoog. Ik hoor een benauwd geluid van boven en laat me van zijn been vallen. Dan loopt hij weer terug naar de slaapbak terwijl ik hem vergezel door links en rechts langs zijn voeten te lopen. Hij moet toch weten dat ik er ben. Bij de slaapbak aangekomen spring ik er weer op. Hij begrijpt het en er komt een prettig geluid uit zijn mond.
Jacques Janssen

   Copyright 2004  |  J.M.J.F.Janssen - Hilversum