Verblijf op Aarde


C O L U M N

T E R U G
Vorige columns




 
















T E R U G
update: 5 juni 2009

Dieren zijn om van te houden

Zojuist is een kat van de overburen door een auto aangereden. Het is de wit beige Tinus en ze ligt ademloos op het asfalt. Het is net gebeurd en mijn vrouw rent naar buiten met de mobiel in haar hand. Twee andere buurvrouwen en een man lopen naar het beestje toe en gebieden het verkeer te matigen en er om heen te rijden. Vanuit het keukenraam zie ik een spoor van bloed. Ik vloek en wend mijn hoofd af. Ik kan er niet tegen en blijf binnen. Het is dood en kan dus geen pijn meer hebben. Gisteren heb ik Tinus nog een paar snoepjes gegeven, want ze komt langs onze schutting en loopt langs onze erfafscheiding naar achteren. Onze katten Suus, Teun en Gijs hebben dat direct door en lopen aan deze kant van de schutting met haar mee. Het personeel van Tinus is niet thuis en mijn vrouw Ellen belt de dierenambulance. Met een andere buurvrouw leggen ze Tinus in een doosje, dekken haar lief af en leggen haar in de struiken naast het trottoir in afwachting van de dierenambulance. Ook een dood katje moet fatsoenlijk behandeld worden, zeker als het aan zo'n bruut einde komt. Ze was maar een paar jaar geworden. De buren hadden haar meegenomen uit een Amsterdamse flat waar ze hoogstens vanaf het balkon de buitenlucht af en toe kon innemen. Ze wilden Tinus weer een vrij leven gunnen. Dat is nu voorbij. Katten kunnen maar heel moeilijk aan ons moordend verkeer wennen. Een paar weken eerder hebben dezelfde buren een ander katje, Nina verloren. Die is in een boom geklommen en kon het niet meer navertellen. Nina hadden ze bij een visafslag in IJmuiden gevonden en wilden ook haar in onze 'rustige' wijk een nieuwe onbedreigde toekomst geven. Vorig jaar is terzelfder tijd op precies dezelfde plek een hondje aangereden. Een buurman liet het hondje van zijn dochter uit dat de vorige avond met haar man voor een vakantie naar Oostenrijk was vertrokken. De man had het riempje in zijn hand maar het hondje liep los, in tegenstelling tot zijn dochter die het hondje altijd aangelijnd hield. Plotseling stak het hondje de straat over en in een flits lag het beestje roerloos op het asfalt. Ellen zag het gebeuren. Wat moet zo iemand zijn dochter vertellen. Ook toen heb ik me binnen gehouden.

We prijzen ons gelukkig de tuin als een Alcatraz-gevangenis met een schutting die 'katproof' is, te hebben afgezet. Geen kat kan er meer uit. Zelfs de Siamees niet die ons meer dan een jaar heeft bezig gehouden om ontsnappingspogingen te voorkomen. We hebben het er voor over om te voorkomen dat ons hetzelfde overkomt. Onze katten weten niet wat verkeer is.

Een paar dagen nadat Tinus aan zijn einde kwam hoorden we in de vroege ochtend een boel herrie in de tuinkamer waarvan de deur naar de tuin openstond. De zon was de dag al begonnen, maar de meeste mensen moesten hun bed nog verlaten. Het was een geschreeuw van jewelste. Ellen toog naar beneden en zag in de tuinkamer een ekster van binnen tegen het raam aan fladderen. Wat raar toch, ze zag de tuin, de struiken en bloemen, maar kwam geen vleugel dichterbij. In een oogwenk zag Ellen dat het voerbakje van de katten helemaal leeg was. Dat had die ekster dus lekker weggewerkt en misschien was ze gestoord door Suus, die nu rustig op de grond zit en in een zithouding het tafereel gade sloeg. Misschien dat schreeuwen helpt. Wat een keel kan zo'n ekster opzetten. De spanning loopt hoog bij haar op en het gekrijs gaat je door merg en been. We hebben drie katten die niets doen. Gelukkig maar. De twee mannen liggen ergens in huis te pitten en Suus zit kennelijk geamuseerd naar het schouwspel te kijken. Dat is iets waar ik niet tegen kan. Ja, dat is de natuur, roept menigeen dan. Ellen weet de hevig fladderende ekster te grijpen en laat haar in de tuin los. Het blauwzwart-witte baasje verlaat onmiddellijk onze omgeving. 'Dat nooit meer', schreeuwt ze ons nog toe. We begrijpen het geheel.
Jacques Janssen
                            © Copyright 2009 |  J.M.J.F. Janssen - Hilversum