



De kist waar ik niet al te lang in
zal liggen.

De aula waar jullie nog eens
aan mij zullen denken.

Het boek dat bij mij alles op
z'n kop zette.

update: 5 juli 2006
|
Als ik dadelijk sterf dan
moet dat aan kanker zijn
Als je in de herfst van
je leven bent aanbeland ga je al gauw eens nadenken over hoe en wanneer je
aan je einde komt. Onder de zestig jaar denk je daar niet over na of je moet
al een levensbedreigende ziekte onder je leden hebben. En naarmate de jaren
verstrijken, komen de slachtoffers dichterbij. Familieleden, vrienden, goede
buren, de een na de ander dient zich aan. Bij sommigen van hen ben je nauwer
betrokken bij de laatste levensfase.
Ik heb nou al zoveel mensen van dichtbij zien doodgaan, dat ik onderhand wel
moet weten welke de meest aantrekkelijke reis is. In ieder geval zijn de
meeste vormen van kanker voor mij afgevallen. Vooral de mensen die in mijn
omgeving overleden zijn aan leverkanker en longkanker hebben mij doen
bevestigen dat ik toch maar liever aan een hartinfarct de pijp uitga.
Helemaal van binnen worden opgevreten door zo'n kwaadaardige tumor is voor
mij geen optie. Sinds mijn hartinfarct in 1993 ben ik wat anders gaan
aankijken naar de dood tengevolge van een infarct. Nagenoeg pijnloos en heel
snel het licht uit. Je hebt geen tijd meer om adem te halen of het is
gebeurd. Als je in die paar seconden nog het besef heb dat het zover is, is
de tijd onvoldoende om verdrietig te zijn of om afscheid te nemen aan de
hand van die film.
Doodgaan aan een
hartinfarct is niet leuk voor de nabestaanden. Zij krijgen een shock en
moeten de tijd nemen om te wennen aan de ontstane leegte. Zij hebben de tijd
nodig om het verdriet, boosheid en eenzaamheid te verwerken. Er gaat een
hele tijd overheen voordat dit een plaats in hun leven heeft gekregen.
Maar ik ben zo eigenwijs dat ik geen gewicht wil toekennen aan wat
nabestaanden over mijn einde vinden en dat ik er zelf moet zien uit te
komen. Lange tijd heb ik gemeend eventueel het naderende einde een handje te
helpen met het stimuleren van een hartinfarct. Wanneer ik stop met mijn
gehele medicatie (Metformine tegen suikerziekte, Ascal als
bloedverdunner, Adalat Oros tegen hoge bloeddruk en verwijden van
bloedvaten, Cozaar bloeddrukverlager en verwijden van bloedvaten,
Bumetanide plasmiddel, Simvastatine cholesterolverlager en
Sprironolacton als plasmiddel) dan moet het toch niet lang meer duren. Ik heb
hierdoor een betrekkelijk rustig gevoel omdat ik mijn lot in belangrijke
mate zelf kan bepalen.
Maar dit alles wordt
geheel op zijn kop gezet omdat ik het boek van Stella Braam "Ik heb
Alzheimer" gelezen heb. Niet alleen hield dit boek me van begin tot het
eind in zijn greep, maar het heeft bij mij grote boosheid veroorzaakt inzake
de zorg voor mensen die aan Alzheimer leiden en bij wie heel langzaam de
hersenmassa inkrimpt en verschrompelt. Delen van het geheugen, met name het
korte termijngeheugen worden snel aangetast waarna allerlei
lichaamsfuncties, waaronder de motoriek, uitvallen. Zorgcentra, zo blijkt,
zijn niet in staat mensen met Alzheimer die zorg te geven die ze nodig
hebben. Miljoenen euro's zijn jaarlijks bestemd voor wetenschappelijk onderzoek
naar kanker en reuma. Maar Alzheimer heeft die erkenning nog niet gekregen.
Het angstwekkende is dat een bij volle kennis gemaakte wilsbeschikking op het moment
dat je aan een ernstige vorm van Alzheimer lijdt, niet meer van toepassing
kan worden gebracht. Immers, als je Alzheimer hebt, kun je dus niet aangeven
dat je weg wilt gaan: dat je een einde wilt aan deze mensonwaardige manier
van vegeteren.
Dan ga ik nog liever aan kanker dood dan aan Alzheimer. Als ik kanker heb
dan kan ik tenminste nog aangeven wat ik wil en niet wil. Bij Alzheimer
geloof men je niet meer, want je weet niet meer wat je zegt, zegt men.
© Copyright 2006
- 2007. | J.M.J.F.Janssen - Hilversum
|