



update: 13 maart 2003
|
Niks te grijpen
Eerst dacht ik nog
dat ze verlegen of een beetje bang was. Vooral in het begin verstopte ze
zich na elke deurbel onmiddellijk achter de bank. Als ik op haar af ging om
ze op te pakken, nam ze de benen. Ook nadat we ze nu alweer drie jaar in
huis hebben. ‘Suus’, heet ze. Ze heeft zich door mij nog nooit laten pakken,
laat staan dat ze een keer op schoot springt. Ja bij mijn vrouw, maar niet
bij mij. Soms is de afstand tussen haar en mij ruim binnen de meter. Een
overbrugbare afstand om bij een snelle greep het ding in mijn handen te
hebben. Maar als ik er al aan denk en vlak voordat ik de aanzet tot zo’n
grijpbeweging wil maken, is ze al weg. Ze springt anderhalve meter verder,
om daar af te wachten op de dingen die komen gaan. Er is één dagelijks
moment dat ik haar mag aaien. En dat is ’s ochtends bij het ontbijt. Ze komt
dan bij me zitten op de stoel naast me. In de loop der jaren heeft ze mij
geleerd dat ik een klein kattensnoepje moet wegwerpen, zodat zij er achter
aan kan gaan als ware het een levende prooi. Het dagelijks ritueel begint
met de beklimming van de stoel. En na een paar aaien vindt ze het wel
welletjes. Dan springt ze er vanaf en moet ik het snoepdoosje openen. Ik heb
de gelegenheid wel eens aangegrepen om haar te pakken. Maar je kan Suus niet
met één hand grijpen. Want zodra ik die andere arm er ongemerkt probeer bij
te halen, is ze al weer pleite. Een feministe in optima forma en in
vergelijking met Teun, die rode kater van ons, eet zij met mes en vork. Denk
niet ‘Ik zet haar wat kattenvoer voor’. Nee madame heeft al lang geleden
kenbaar gemaakt wat er in de bakjes moet. En niet stiekem iets mengen. Dan
staat het er morgen nog. En ook overmorgen.
Jacques Janssen
Copyright 2004 | J.M.J.F.Janssen - Hilversum
|