



Om de spiekbriefjes een beetje te beschermen heb
ik een aantal doosjes gemaakt waar ik ze in opberg.

Maar het wordt al gauw een grote frommelzooi

Dit ziet er al heel wat professioneler uit.

update: 17 juli 2009 |
Professionalisering van
kooroptreden

Spiekbriefje van liednummer 34, "Op de sluizen van IJmuiden"
Ik heb het hier al
eerder gehad over het gebruik van 'spiekbriefjes' in ons koor. De dirigent
wil niet dat we via de partituur of het papier onze woorden de ruimte inslingeren.
Liedteksten moeten van binnen uit komen, willen ze bij de aanwezigen emoties
opwekken. Ik kan me daarin wel vinden ook al doe ik er nog een tijdje over
om het hele repertoire een plek te geven in mijn 69-jarig lange termijngeheugen.
Er zijn nog geen computers die dit kunnen navertellen omdat de oudste Pc's
vanaf eind jaren tachtig stammen.
Het geval wil dat ik al snel door had dat sommige koorknapen spiekbriefjes
hadden gemaakt en die in hun broekzak bij zich droegen. Dus dat gaf mij wat
meer vrijheid om ook af en toe van zo'n klein spiekbriefje gebruik te maken.
Ik kroop achter mijn computer en al snel rolden in Word tientallen briefjes
naar buiten. Vier stuks op een A4-tje en bij elke liedtekst helemaal
bovenaan in grote letters het liednummer, zodat het opzoeken vergemakkelijkt
wordt. Maar de praktijk is wat weerbarstiger. Ik had om te beginnen een wat
grotere letter gekozen, want die papiertjes van de anderen kon ik amper
lezen. En tijdens een optreden, moet je heel snel een vluchtige blik op het briefje werpen om toch maar niet
op te vallen. De eerste rij kan sowieso geen gebruik maken van die
spiekbriefjes. Dat kan pas gebeuren als de spiekbriefjes zo klein zijn dat
ze volledig in de handpalm kunnen verdwijnen en je als een goochelaar op
handige wijze er ongemerkt een blik op kunt werpen. Soms gaat het maar om
een paar woorden. Afhankelijk van de lengte van de liedteksten vouw ik de
spiekbriefjes één, twee of drie keer in een harmonicamodel, zodat de
uiteindelijke grootte 7 x 10 centimeter is. Tenslotte ontwikkel ik in Word
een doosje dat net iets groter is en waar zo'n 25 liedteksten in bewaard
kunnen worden. Omdat we ongeveer vijftig liedjes hebben maak ik twee
doosjes, een van nummer 1 tot en met nummer 25 en een van nummer 26 tot en
met nummer 50. Naast mijn partituur gaan deze twee doosjes elke dinsdagavond
mee naar de repetities.
Al
gauw blijkt dat het een groot gestuntel wordt, vooral met de wat langere
liedteksten, want je kan vanaf de andere kant van een voetbalveld zien dat
ik vanaf een erg lang briefje lig te spieken. Het moet echt anders. En
bovendien de spiekbriefjes raken verfrommeld en er komen vouwen in en
scheurtjes. Het is net oud geld. Bij het terugstoppen na gebruik worden ze
steeds sneller tussen de andere papiertjes gestopt en er zijn ook al bier-
en koffievlekken op waar te nemen. Dit moet beter.
Nu de vakantie is aangebroken kan ik tussen verschillende optredens nieuwe
spiekbriefjes maken die allemaal exact hetzelfde formaat hebben en ook aan
de achterkant bedrukt worden. Daarnaast heb ik ze gelamineerd, zodat spuug
van oudere mannen niet deert en ook slagroom kan er gemakkelijk vanaf
geveegd worden. Zelfs de 'voorste rij' kan zich nu spiekbriefjes
permitteren. En de handel glijdt zo het doosje in. Voor sommige liedjes heb
ik maximaal twee spiekbriefjes nodig, die ook eventueel dubbelzijdig bedrukt
worden. Voorlopig heb ik mijn optreden aardig geprofessionaliseerd, zonder
dat iemand dat merkt. Dat is immers het kenmerk van professionalisering en
zeker bij zo'n groot koor als het Ruime Sop, is het de kunst om gelijke tred
met die andere gasten te houden.
Jacques Janssen
© Copyright 2009 | J.M.J.F. Janssen - Hilversum |