Locatie: zitting van de
Huurcommissie Hilversum in het kantongerecht aan de ’s Gravelandseweg te
Hilversum.
In veertien zaken hebben
huurders aan de Bussumse Ceintuurbaan de Huurcommissie gevraagd de
servicekosten, respectievelijk de voorschotbedragen te doen vaststellen
omdat deze volgens hen veel te hoog uitvielen. Zaaknummer twaalf is aan de
beurt. Van de Nederlandse Grontmij is een prima in het pak gestoken advocaat
aanwezig om de belangen van de verhuurder te verdedigen. Aan de andere kant
stonden twee, enigszins door de reuma gedwongen voorovergebogen,
stokoude dametjes. Ze waren dik over de tachtig als ze al niet de negentig
gepasseerd waren en schoven op het bij hun leeftijd behorende tempo met rollator en wandelstok de zittingszaal in. Ze wilden ons een handje geven,
maar dat hoefde niet. Hun handtasjes lagen voor hen op tafel en ze omklemden
deze zeer stevig alsof daar hun hele vermogen in verborgen lag. Behalve als
de voorzitter of advocaat iets zeiden, dan vormde zich één hand als een
schelp rond hun oor om van het gesprokene niets te missen.
De voorzitter legt uit waar we het vanmiddag over zullen hebben. De dametjes
hebben niet voor de slachtofferrol gekozen en interrumperen de voorzitter
door op hoge toon te stellen dat het om de servicekosten gaat die nu al vele
jaren vierhonderd euro per maand bedragen.
"Per maand" herhalen
ze, in een poging tot het gezelschap aan de andere kant van de tafel door te
dringen. De voorzitter probeert vriendelijk uit te leggen dat de dames van
de Huurcommissie mogen verwachten dat deze weet waar het hier over gaat. De
aanwezigheid van die mijnheer in dat mooie gestreepte pak begrepen ze niet
helemaal. De voorzitter legt uit dat die mijnheer de verhuurder
vertegenwoordigt.
"Oh, dus hij staat aan onze kant."
Dat was voor de voorzitter reden
om te vragen of zij niet bij de rechtswinkel zijn geweest en of men daar
niet met hen wat afspraken voor ondersteuning heeft gemaakt.
Ondersteuning hadden zij niet nodig, met rollator en wandelstok komen ze een
heel eind, het-geen de commissie toch kon zien. Een beetje langzaam, maar het
gaat.
Ik ging er nog eens goed voor zitten en voorvoelde dat deze vrij eenvoudige
zaak nog aardig kon uitlopen.
Ja, zij waren bij de rechtswinkel geweest. En daar heeft men gezorgd dat het
hier bij de Huurcommissie op tafel kwam. De voorzitter probeerde de dametjes
voorzichtig terug te brengen naar de inhoud van de rapporten. Hun oude
gezichtjes lieten zien dat ze het niet begrepen. Ik deed ook een poging door
hen te vragen of ze niet een stapel papier hadden thuis gestuurd gekregen.
Dat hadden ze wel ontvangen.
"Maar, u heeft het belangrijkste
niet bij u", probeerde ik op een
gemoedelijke toon.
"Wat bedoelt mijnheer?"
"Dat u dat rapport, dat met de post naar u toe is gestuurd niet bij u heeft.
U zou daar nu commentaar op kunnen geven."
“Oh, dat rapport.” Ja, dat hadden ze wel bij zich. Zat natuurlijk in die handtasjes, waar
ze het verder ook lieten zitten. Want ze gaven eerlijk toe dat ze er toch
geen snars van begrepen. Al dat cijfermateriaal. Je kon hen wel van alles
wijsmaken. Van lieverlee richtte de voorzitter zich tot de advocaat van de
verhuurder. Hij was het met de rapportage van het voorbereidend onderzoek
eens, mits de Huurcommissie de onlangs alsnog ter hand gestelde nadere
gegevens in haar beschouwing zou betrekken. Aan de dametjes zag je dat ze
respect hadden voor die paar mooie woorden.
Aan het dossier was toegevoegd een
brief van de rechtswinkel, en waarvan ik de inhoud integraal weergeef.
Geachte Huurcommissie,
De rechtswinkel heeft de bewoners van de Ceintuurbaan te Bussum
geadviseerd en geholpen bij het opstarten van de procedures betreffende de
servicekosten. Nergens is ooit aangegeven dat de rechtwinkel ook als
gemachtigde op zou treden.
Graag had ik bij de zitting aanwezig willen zijn, maar helaas was dat niet
mogelijk. Ten aanzien van het rapport heb ik de volgende opmerkingen:
Op maandag 29 oktober is bij de rechtswinkel extra informatie
binnengekomen die bijgevoegd zouden moeten worden bij het rapport van
voorbereidend onderzoek. Het is voor mij niet mogelijk om deze facturen te
controleren en in te schatten wat dit voor gevolgen zou hebben voor het
rapport van voorbereidend onderzoek. Hierbij wil ik dan ook vragen of de
commissie de zaak kan aanhouden om een nieuw rapport van voorbereidend
onderzoek te maken.
Met vriendelijke groet,
Peter van de Kamp, Huurrechtadviseur
De voorzitter liet de
dametjes dit briefje zien en vroeg of zij dat ook hadden ontvangen. Nee, ze
kenden het briefje niet. De voorzitter vroeg aan hen of ze de rechtswinkel
niet gemachtigd hadden.
"Wat is dat dan nou weer?"
De voorzitter legt heel
vriendelijk uit dat je dan een handtekening onder briefje zet waaruit blijkt
dat je iemand anders de bevoegdheid geeft om voor je belangen op te komen en
om hier voor jullie het woord te doen. Want de verhuurder is hier ook niet
aanwezig.
"U zei aan het begin dat die
mijnheer van de verhuurder was", en ze draaiden met hun verbaasde gezichten naar de advocaat.
"Nee",
legde de voorzitter geduldig uit, "dat is de mijnheer die voor de
verhuurder opkomt. U kunt niet het rapport lezen, u begrijpt al dat
cijferwerk niet. Dat moet toch een reden voor u zijn om hulp te halen om uw
belangen door een deskundige te laten behartigen, zoals de verhuurder dat
ook doet. Heel moedig dat u hier naar toe gekomen bent. Maar het helpt u
niet veel. U moest naar de rechtswinkel gaan."
De dametjes proberen ons uit te leggen hoe het gegaan was.
"Wij zijn ook bij de rechtswinkel
geweest. Daar was een mevrouw die het met ons eens was en die het ook
belachelijk vond dat wij van die hoge stookkosten moeten betalen. Jaar in,
jaar uit. Daar was wel een mouw aan te passen. En die mevrouw heeft ervoor
gezorgd dat het hier bij de rechtswinkel kwam."
De voorzitter snel: "Nee, wij
zijn de Huurcommissie. De rechtswinkel is er voor u. Om u te helpen."
"Huurcommissie, Huurcommissie?" hoorden we ze mompelen.
Ik probeer me voor te
stellen dat daar mijn oude moeder zat. We hebben de lieve oude vrouwtjes met
alle egards bejegend en kunnen hen niet verder tegemoet komen dan
vriendelijk voor hen te zijn. We kunnen in alle redelijkheid en billijkheid
niet iets bedenken waarom we de uit het rapport sprekende cijfers, die tot
hogere servicekosten uitkomen dan die van de verhuurder, moesten negeren.
Ook lieve oude dametjes met wit krulhaar vermogen niet dat de procesregels
voor hen opzij worden gezet.
De voorzitter tracht een
einde aan de zitting te breien en vraagt aan de dames of ze het met de
uitkomsten van het rapport eens zijn. Maar dat is duidelijk teveel gevraagd.
De dames nog eens: “Wij willen niet iedere maand vierhonderd euro voor
alleen de servicekosten betalen. Ze kunnen wel van alles vragen.”
De voorzitter laat ze uitpraten. Verdere uitleg heeft toch geen zin.
“Wat gaat er nu gebeuren? Wat gaat
u doen?”, is uiteindelijk het
slotpleidooi.
De voorzitter legt uit dat de Huurcommissie over ongeveer zes weken
uitspraak doet en dat de dames en de verhuurder daarvan een afschrift
krijgen.
Alsof ze vermoeden dat het niet goed met ze afloopt, hoe vriendelijk wij ze
ook behandelen, vragen ze: “Kunnen we daartegen nog iets ondernemen of
moeten we het hoofd in de schoot leggen.”
Enig gevoel voor understatement kan hen niet ontzegd worden. De voorzitter
memoreert dat als je het met de uitspraak niet eens bent dat je dan naar de
kantonrechter kunt gaan.
“Moeten we zeker weer hulp gaan
halen?”, roepen ze vertwijfeld.
Met een glimlach zegt de voorzitter dat het wel handig is om dan
rechtskundige bijstand in te roepen en meld hen waar ze dat kunnen
verkrijgen.
Het briefje van de rechtswinkel daarentegen riep nogal wat vragen op bij de
Huurcommissie. Maar laat ik mij beperken tot mijn eigen vragen. Als je als
huurrechtadviseur stelt dat de rechtswinkel deze bewoners geadviseerd heeft
en geholpen heeft bij het opstarten van de procedures, dan mogen deze twee
dametjes er van uit gaan dat ze dus hulp kregen; dat de rechtswinkel hen
gaat helpen. Dat in de brief gesteld wordt dat nooit is aangegeven dat de
rechtswinkel ook als gemachtigde op zou treden maakt deze dametjes, die niet
eens het verschil tussen de rechtswinkel en Huurcommissie weten, niet veel
wijzer. De rechtswinkel is hier ronduit in gebreke gebleven en heeft deze
oude lieverds op eigen houtje de kastanjes uit het vuur laten halen, het
rapport van het voorbereidend onderzoek in hun handtasjes houdend. Want daar
konden ze toch niets mee.
Als de huurrechtadviseur
beweert graag op de zitting aanwezig te zijn geweest, hoe valt dat te rijmen
met het ontbreken van een machtiging?
De commissie zag in de brief van huurrechtadviseur Van de Kamp geen reden om
de zaak aan te houden. Als deze er wel was geweest had hij kunnen beamen dat
de verstrekking van de nadere gegevens daartoe geen aanleiding konden geven.
Van de Kamp kon niet inschatten welke gevolgen de nader verstrekte
gegevens zouden hebben op het rapport van voorbereidend onderzoek. Van de
Kamp zou dat bij zijn aanwezigheid snel gezien hebben. Hij had in ieder
geval moeten inschatten dat zijn afwezigheid de Huurcommissie niet op andere gedachten hoefde te brengen. De
gevolgen van zijn afwezigheid laten zich niet raden, maar zijn
overduidelijk. De dametjes gaan zelfs meer dan vierhonderd euro betalen.
Jacques Janssen