Verblijf op Aarde

De derde planeet





Doelstelling van het onder-zoek van de Club van Rome was:
Het bepalen van de fysieke grenzen en beperkingen die aan de vermenigvuldiging van mens en materiële acti-viteit op deze planeet gesteld zijn.

Daarom werd het
"De Gren-zen aan de groei: een wereldomvattende uitda-ging" genoemd.








 














































 

Uit: Rapport van de Club van Rome                                       1972
De grenzen aan de groei: een wereldomvattende uitdaging

De belangrijkste conclusies geven aan dat de Aardmens niet kan blijven doorgaan zich met toenemende snelheid te vermenigvuldigen en materiële vooruitgang als hoofddoel te beschouwen, zonder daarbij in moeilijkheden te komen.

De Aardemens kan nieuwe wegen inslaan om de toekomst in eigen hand te nemen of onderwerpt zich aan de onvermijdelijke wredere gevolgen van ongecontroleerde groei en verrijking.

Het rapport levert gegevens om hen te steunen die zich reeds zorgen maken over de huidige loop der gebeurtenissen en de waarden die daaraan ten grondslag liggen, en biedt diegenen die afwijkende meningen of gegevens hebben de gelegenheid de resultaten en conclusies te weerleggen.

De toestand van de mens
Duizenden jaren heeft de mens zich omhoog geworsteld uit een elementair bestaan en gedurende deze gehele periode is de technologie, hoe primitief ook, zijn voornaamste middel geweest. Het vuur, het wiel, de ploeg, elementair smeedwerk - deze en andere technieken - leidden tot een gevestigde landbouw, het stichten van steden en het ontstaan van een reeks ambachtelijke industrieën. De industriële revolutie vormde een kritiek punt in deze ontwikkeling, leidde tot een explosie van activiteit, grauwheid en overvloed en werd de drempel van de wereld, zoals we die nu in de zogenaamde ontwikkelde landen kennen. Door blootlegging van de aard van de materie en de natuurkundige wetten versnelde de wetenschap dit proces aanmerkelijk, daardoor de weg banend voor een reeks van, op de wetenschap berustende mechanische, chemische en elektrische industrieën, waarvan de producten nu niets bijzonders meer zijn. Zij legde de grondslag voor de huidige materialistische maatschappij, gekenmerkt door consumptie en verspilling die op een deel van de Aarde overheersen. Tegelijkertijd heeft het grootste deel van de mensheid dat in de resterende gebieden leeft - hoewel meegesleept door deze wervelwind van verandering - daarvan slechts een geringe mate voordeel getrokken.

Wetenschap en technologie hebben ons zowel de dreiging van de thermo-nucleaire ondergang als gezondheid en voorspoed gebracht; de toename van de bevolking en de trek naar de steden heeft geleid tot nieuwe en vernederde vormen van armoede en opsluiting in een smerige, vaal cultureel steriele, lawaaiige en ontaarde, verstedelijking; de auto brengt vrijheid van beweging, maar ook vergif in de steden en fetisjisme voor machines. (...) Al deze moeilijkheden schijnen groter te worden bij meer overvloed.
Daarom is er, hoewel de nadruk nog steeds op de wenselijkheid van toenemende productie en consumptie ligt, in de meest welvarende naties een stijgend gevoel dat de kwaliteit van het bestaan afneemt, en de grondslag van het hele systeem wordt zodoende ter discussie gesteld.
De technologie heeft zijn fysieke krachten enorm vergroot en uitgebreid, maar schijnt weinig of niets tot zijn redelijkheid of wijsheid te hebben bijgedragen. Organische evolutie, waarbij duizenden jaren nodig waren voor het via mutatie te voorschijn komen van een nieuw gezond ras, kan niet langer op deze situatie van de mens van toepassing zijn.

Symptomen en ziekte
Zo zijn er, in het spoor van wetenschappelijke en technologische vooruitgang, onverdraaglijke psychologische, politieke en economische kloven te voorschijn gekomen, die de "haves" (bezitters) en de "have-nots" (niet bezitters) in de wereld tegenover elkaar plaatsen. Een verdere verslechtering van deze stand van zaken zou politieke explosies onvermijdelijk maken.
Onder deze omstandigheden worden de mensen overal in toenemende mate met een reeks van onhandelbare en moeilijke grijpbare problemen geconfronteerd; verstoring van het milieu, crisis van gewoonten, bureaucratisering, oncontroleerbare uitbreiding van steden, onzekerheid over werkgelegenheid, vervreemding van de jeugd, verwerping door een steeds groter aantal mensen van de waardesystemen van de samenleving, inflatie en andere monetaire en economische verstoringen om er maar een paar te noemen.
Het is dit onderling verweven kluwen van problemen, waarvan de onderlinge verbanden zo fundamenteel zijn en zo kritiek geworden, dat het niet langer mogelijk is één enkele belangrijke kwestie uit dit kluwen te isoleren en afzonderlijk te behandelen. Zo'n poging vergroot slechts de moeilijkheden in andere en vaak niet voorziene delen van het geheel. Om dezelfde redenen kan geen natie, zelfs niet de grootste, hopen de eigen problemen op te lossen zolang die, welke het wereldsysteem bedreigen, onopgelost blijven. Onze gebruikelijke methoden van analyses, benadering, beleidsvormen en regeringssystemen falen alle als ze geconfronteerd worden met deze complexe internationale situaties. We weten zelfs niet wat de toekomst of de indirecte gevolgen van onze huidige, zogenaamde "oplossingen" zullen zijn.

Groei van de wereldbevolking
De exponentiële groei van de wereldbevolking laat zich het best als volgt omschrijven. In het jaar 1650 bedroeg de bevolking ongeveer 0,5 miljard en deze groeide met een gemiddelde van 0,3 % per jaar. Dat komt overeen net een verdubbelingstijd van bijna 250 jaar. Echter in 1970 telde de wereldbevolking 3,6 miljard mensen en de groeivoet was 2,1% per jaar geworden. De verdubbelingstijd bij dit groeitempo is 33 jaar. Niet alleen bevolking is dus exponentieel gegroeid, maar ook de groeivoet nam toe. We kunnen zeggen dat de bevolkingsgroei super exponentieel was: de bevolkingskromme stijgt nog sneller dan ze overeenkomt met een exponentiële groeikromme.

Economische groei van de wereld
Een tweede grootheid die zelfs sneller dan de bevolking in de wereld groeit, is de industriële productie. Met 1963 als basisjaar bleek de gemiddelde groei van 1963 tot 1968 7% per jaar, of 5% per jaar berekend per hoofd van de bevolking. Een groot deel van de jaarlijkse productie bestaat uit consumptiegoederen zoals textiel, auto's en huizen. Een ander deel is de productie van  kapitaalgoederen zoals weefgetouwen, hoogovens, draaibanken); dit zijn investeringen waarmee men de kapitaalgoederenvoorraad vergroot. Meer kapitaalgoederen betekenen meer productie, een constant deel van de productie wordt weer geïnvesteerd en meer investeringen betekenen meer kapitaalgoederen in de toekomst, de nu weer grotere kapitaalgoederenvoorraad zorgt voor meer productie, enzovoort.

Groeiende kloof tussen arm en rijk
Eenvoudige extrapolaties van deze groeicijfers zouden kunnen aantonen dat de materiële levensstandaard van de wereldbevolking zich binnen de volgende 14 jaar zal verdubbelen. Een dergelijke conclusie heeft echter vaak de impliciete vooronderstelling in zich, dat de industriële wereldproductie gelijkelijk verdeeld is over de wereldbevolking. De onjuistheid van deze vooronderstelling kan beoordeeld worden wanneer de groeicijfers per hoofd van de bevolking van enkele afzonderlijk landen worden beschouwd.

Het Uitvoerend Comité van de Club van Rome
Alexander King, Saburo Okita, Aurelio Peccei, Eduard Pestel, Hugo Thiemann en Caroll Wilson

Voor meer inhoudelijke gegevens wordt verwezen naar het rapport zelve.
(Naar boven)













Met bitterheid moet worden vastgesteld dat de Aard-mens zijn keuze tot het tweede deel heeft gemaakt.


Ofschoon ik van Orion af-komstig ben deel ik het rap-port geheel, maar constateer tevens dat weinigen of nie-mand het rapport weerlegd hebben, terwijl de Aarde geen koers heeft veranderd.

















Hier verschil ik enigzins met de Club van Rome van me-ning als zou de wetenschap oorzaak zijn van de mate-rialistische en consumptie-ve  samenleving.








Als ik dit lees vraag ik mij af waarom Aardmensen zich door politici en bestuurders laten aansturen en niet door wetenschappers of verstan-dige mensen als die van de Club van Rome.








Mijn woorden.




























Deze analyse en kennis is al meer dan dertig Aardjaren oud. Geen president. rege-ring of koningin die opstaat om de handen uit de mou-wen te steken.
























Als de bevolkingstoename 2,1% is en de groei van de indus-triële productie per hoofd van de bevolking 5% per jaar, dan wordt er over-geproduceerd; meer dan de Aardmens nodig heeft. Over-heden maken zich daaraan schuldig door bepaalde sec-toren (zoals de lanbouw) te subsidiëren, terwijl elders een gesubsidieerd over-schot aan melk en tomaten wordt vernietigd.

©  Copyright 2004 - 2006 J.M.J.F.Janssen - Hilversum