|
|
Leven in de spiraalarmen van de Melkweg
Tijdens een donkere nacht kunnen we een zwakke lichtband
zien, die zich langs de hemel uitstrekt. Dit beeld dat we met het blote oog
waarnemen, is de oorzaak van zijn naam: de Melkweg. Het melkachtige
verdwijnt als we er met een eenvoudige kijker naar kijken en zien dan dat
het zwakke licht afkomstig is van ontelbare sterren, die in groepen dicht op
elkaar staan.
De Melkweg is feitelijk een melkwegstelsel, een opeenhoping
van sterren, gas en stof met een doorsnede van 100.000 lichtjaar. De Melkweg
kan verdeeld worden in drie onderdelen. Het centrum is een bolvormige kluit
van dicht op elkaar gepakte 
sterren. Van hieruit
waaieren sprieterige
spiraalarmen van sterren, gas en stof uit, die een schijf
vormen van 100.000 lichtjaar in door-snede en 2.500
lichtjaar dik. Het derde gedeelte van het melkweg-stelsel
is de halo, een schaarser met sterren gevulde bol die een uitbreiding is
van de dicht opeengepakte centrale kluit in het centrum. Deze heeft eveneens
een doorsnede van 100.000 lichtjaar.
Stervorming
Great Nebulae in Orion.
Het
zonnestelsel met de Zon, Aarde en de planeten, bevindt zich in één van
de spiraalarmen onge-veer 30.000 lichtjaar van het centrum. Vanaf de
Aarde kijken we tegen de scherpe kant van de Melkweg aan, want de Aarde
maakt zelf deel uit van de schijf. Dit verklaart, dat de Melkweg verschijnt
als een lange, dunne band, met zijn helderste deel in de richting van het
centrum van het stelsel. De sterren in het het vlak van de Melkweg draaien
langzaam om het centrum. De sterren aan de uiterste rand doen er langer over
om een omwenteling te maken dan de sterren die dichter bij het centrum
staan. De buitenste sterren willen dus achteraan blijven hangen en spiralen
vormen. De baan van de zon om het centrum van de Melkweg duurt 220.000
miljoen jaar.
Centrumgebied Melkwegstelsel
De Melkweg omvat zo'n 200
miljard sterren in diverse stadia van hun ontwikkeling. De sterren van de
halo en het centrum zijn veel ouder dan de sterren in de spiraalarmen.
De Melkweg begon zijn leven als een onmetelijk grote bolvormige wolk van
waterstofgas, die samen-trok toen de aantrekkingskracht tussen zijn
gasdeeltjes deze naar het centrum trok. Het gas was niet gelijk-matig
verdeeld waardoor er afzonderlijke sterren gevormd werden in de dichtere
plekken van het samentrekkende gas. De schijf van de Melkweg bevat ongeveer
500 miljoen sterren, slechts een klein gedeelte van de hele Melkweg.
Andere Melkwegstelsels
Veel van de andere melkwegstelsels in het heelal zijn spiraalstelsels. De
spiraalstructuur van de Andromedanevel kan bijvoorbeeld duidelijk gezien
worden (met een telescoop), omdat we vanaf de Aarde
neerkijken op het vlak ervan.
Andromeda is eigenlijk de mest dichtstbijzijnde buur van de Melkweg. Beiden
hebben lange armen van gloeiend gas. Zij groeiden op in dezelfde kosmische
omgeving. Andromeda heeft een wilder en on-stuimiger verleden dan de Melkweg.
Astronomen zijn ervan overtuigd dat Andromeda met een andere massieve galaxy
gebotst heeft waardoor verschillende kleinere galaxies zijn ontstaan.
Een gemiddeld melkwegstelsel omvat ongeveer 10 miljard sterren. De gemiddelde ster staat ongeveer op een afstand van
honderd lichtjaar tot zijn naaste buurman: ongeveer tienmiljoen maal de doorsnede
van de ster. De gemiddelde ruimte tussen melkwegstelsels is honderd maal de
doorsnede van de melkwegstelsels. De meeste melkwegstelsels staan zelf nog
dichter bij hun naburige stelsels, omdat ze de neiging hebben voor te komen
in groepen (ook 'clusters' genoemd). Kleine groepen kunnen tien
melkwegstelsels bevatten, grotere groepen enkele duizenden melkwegstelsels,
waarin enkele elkaar bijna raken.
Alle melkwegstelsels en sterren zijn gecondenseerd uit materie die
oorspron-kelijk verspreid was in de ruimte. Door de ongelijkmatige verdeling
vormden de melkwegstelsels zich daar waar de materie het dichtst was.
Naast de spiraalstelsels, zijn er ook balkspiraalstelsels, elliptische
stelsels en onregelmatige stelsels. Astronoom Edwin Hubble classificeerde de
melkweg-stelsels in overeenstemming met hun vorm. Ongeveer 60 % van alle
melkweg-stelsels zijn spiralen, 18 % zijn balkspiralen, 18 % zijn elliptische
en de overblijvende 4 % passen in geen van de hoofdtypen en worden
onregelmatig genoemd.
In
elliptische melkwegstelsels zijn de sterren hoofdzakelijk roodachtig en er
is weinig stof en andere materie tussen de sterren. Aangenomen wordt dat de
rode reuzensterren in deze stelsels zeer oud zijn.
Sterren die gevonden worden in de schijven van spiraalnevels (zoals onze
Zon), zijn in hoofdzaak blauw van kleur. Dat zijn hetere, korter levende,
jonge sterren.
(Naar boven)
|

Melkwegstelsel gefotografeerd met visooglens
![]()
Ga met de muiswijzer naar hierboven om videoclip te starten

Galaxy
Messier 16 genoemd naar de ontwerper van de lijst van hemellichamen.

De Andromeda galaxy (M31) als het 31ste object van de Messiers lijst van
hemelobjecten. Het licht van M31 heeft 2,5 miljoen lichtjaar nodig om ons te
bereiken.
|