|
|
Mijn Aardse vader
en moeder
Elk mens heeft een vader en een
moeder. Uit die twee wordt je geboren. Mijn vader draagt de naam Janssen.
Zijn roepnaam was Zef (afkomstig van Joseph, een icoon uit de religieuze
kerkgemeenschap van het Rooms Katholicisme). Mijn moeder heeft de naam
Meijer en haar roepnaam is Tiny. Zij is
de jongste dochter van Fritz Meijer die in
Hoensbroek een winkel in koloniale- en grutterswaren dreef.
Beiden zijn in het Limburgse land geboren uit respectievelijk de geslachten
Janssen en Meijer.
Huwelijk Tiny
en Sef
Tiny stamt uit een gezin van drie dochters. Zij had twee zussen Paula en
Phily. Dat waren twee tantes van mij zoals men dat noemt. Mijn vader is de
zoon van een onderwijzer in Maasbracht die naast hem nog twee zonen
had, Harrie
en Mathieu
en een dochter Lieske voort-
bracht.
Mijn vader is in 1909 in Maasbracht geboren
en studeerde aan de Rijks-HBS in Roermond maar maakte die niet af en
doorliep daarna een hele praktijkschool in allerlei horecabedrijven alvorens
hij zich zelfstandig te
Sittard
aan de Markt vestigde met een Café-restaurant. Zijn eerste kennismaking met
het vak was bij 'De Gouden Leeuw' te Den Bosch, toen hij daar op 19-jarige
leeftijd als leerling-kelner binnenstapte.
Via Hotel 'De Witte' te Den Haag
kwam hij bij Hotel 'De Zwaan' te Sittard terecht. Hij wilde met Tiny Meijer
zijn leven delen en trouwde haar op 14 februari 1924 te Hoensbroek.
Dat gebeurde bij
twee gelegenheden: de eerste is het burgerlijk huwelijk dat in het huis van
de gemeente tot stand wordt gebracht en waardoor de huwelijkspartners van
een aantal rechten verzekerd zijn; de tweede gelegenheid vindt plaats in de
kerk van de geloofsgemeenschap waar beiden lid van zijn. Het zogenaamde
burgerlijk huwelijk wordt voor de wet gesloten door een ambte-naar van de
burgerlijke
stand. Dat is een mens in dienst van de lokale gemeenschap die deel
uitmaakt van de bureaucratie.
Samen met Tiny begon hij op
de Sittardse Markt (huisnummer 19) een café-restaurant. Op 7 juli 1940 kwam ik daar aan en vond in
Tiny en Zef mijn ouders. Naast de inschrij-ving in de burgerlijke stand bij
de gemeentelijke overheid heeft men mij binnen drie dagen ongevraagd lid
gemaakt van de Rooms Katholieke kerk. Ik heb 45 omwentelingen om de Aarde
moeten meemaken alvorens ik mij uit die gemeenschap heb weten vrij te maken. Wat ik mij
als driejarige peuter nog herinner is
dat aan de andere kant van de Gats (een nauw steegje tussen twee woonblokken
in) de ijssalon van Stemkes was. Een ijssalon wordt door een kind, zeker als
het naast zijn huis ligt, niet gauw vergeten. Maar dat was het dan ook wel
een beetje aan deze zijde van de markt.
Corner
House
k weet niet wat de reden was om tijdens de oorlog naar de
andere kant van het blok vlak tegenover de Paterskerk te verkassen, maar ik
kan me
nog
goed het huisnummer herinneren. Dat was 23 en de naam ‘Corner House’ welke
mijn vader en moeder aan het café-restaurant hadden gegeven vond ik als kind
heel deftig.
De keuken was gelegen aan de kant van de
Oude Markt, waar ook een zij-ingang was. Dat was de deur die ik van mijn
ouders moest gebruiken, want dan hoefde ik niet door het café als ik naar
school moest of buiten ging spelen. Tegenover deze deur lag aan de overkant
van de straat de ingang van een groot vrijgezellenhuis, waar veel Polen en Italianen waren gehuisvest die in de Limburgse mijnen werkten. Het was daar
altijd luidruchtig. Onze keuken was eigenlijk ingericht als keuken voor het
café.
In het midden stond een grote tafel
waar we aten. Hoewel, ik heb geloof ik mijn vader daar nooit gezien. Die
stond altijd in het café.
Mijn vader was met de
carnavalsdagen niet
aanspreekbaar. Dan was het top-drukte en daar moesten mijn ouders het met de
kermis en de St. Joep jaarmarkt eigenlijk voor de rest van het jaar van
hebben. Ik was dan ook op die dagen veel in ons eigen café te vinden, zeker
als er weer een harmonie naar binnen kwam. Dat zorgde voor de stemming en de
muzikanten hadden dorst na een flinke rondwandeling. Dus had ook mijn vader
veel plezier. En voor dat ze weggingen werden er eerst nog een paar lekkere
nummers gespeeld. Het was ook een café waar je Toon Hermans kon
vinden.
Met muziek
kon je mij overal naar toe lokken. Als peuter was ik daar al verkik-kerd op.
Uren heb ik op de Markt doorgebracht als er tijdens de zomeravonden op de
muziekkiosk gemusiceerd werd. Steevast liep ik, als er een harmonie of
fanfare langs kwam, een flink eind met het gezelschap mee, nooit wetend waar
de volgende stop is en nooit een moe gevoel in die kleine beentjes. Mogelijk
is hiermee een begin gemaakt van mijn goed ontwikkelde ruimtelijke
oriëntatie.
(Naar boven)
|

Tiny en Zef verlaten de kerk in Hoensbroek waar het kerkelijk huwelijk werd
ingezegend.

De Gats te Sittard met
links het café-restaurant van Zef Janssen en rechts de ijssalon van Stemkes.

Hier ben ik dan, nog geen maand oud.

De St. Petruskerk, waar mijn
ouders mij hebben ingelijfd in de Rooms Katholieke kerk. Ik ben daar, zeer
tegen mijn verwachting in, nog lang lid van gebleven. Echter, toen de Paus
in 1985 Nederland bezocht, vond ik het moment aangebroken om die kerk te verlaten. |