|
▲
◄
▲
◄
▲
◄
▲
◄
▲
◄
▲
◄
▲
◄
▲
◄
▲
◄
▲
◄
▲
◄
▲
◄
▲
◄
▲
◄
▲
◄
▲
◄
▲
◄
▲
◄ |
Aan de gemeente Hilversum
Hoofd belastingen c.q. de in
artikel 231, tweede lid,
onderdeel b,
van de Gemeentewet bedoelde ambtenaar
Postbus 9900
1201 GM HILVERSUM

Geachte heer of mevrouw,
Ondergetekende heeft de eer gehad van u te
mogen ontvangen een WOZ-beschikking met aangehangen aanslagbiljet
Woonlastennota, waarbij de waarde van de bij hem in gebruik zijnde
huurwoning op € 240.000 (tweehonderd en veertig duizend euro) is
gesteld.
Alleen al het feit dat u de onderhavige
woning op zo’n mooi rond bedrag heeft getaxeerd is voor hem reden hiertegen
bezwaar aan te tekenen. Het is een demonstratie van het natte vingerwerk
waar een gemeente gauw in vlucht als zij te maken krijgt met
capaciteitsproblemen en er dan maar met de pet naar gooit. De taxatiewaarde
bij de vorige beschikking was € 178.335 en werd door u later bijgesteld tot
€ 163.815. Ik wil niet zeggen dat u toen heel serieus heeft getaxeerd, maar
de uitkomsten van die taxaties laadden op zichzelf geen verdenking op van
broddelwerk.
Dat doet de waardetaxatie van € 240.000
uiteraard wel, want de kans dat ik morgen de staatsloterij win en ook nog
eens in de postcodeloterij succes heb, is vele malen groter dan het ronde
bedrag waar u op uit komt nadat u bij de waardebepaling van de onderhavige
woning rekening heeft gehouden met de weinig ronde verkoopcijfers van
vergelijkbare woningen, depreciërende omgevingsfactoren die zelfs het
ochtendhumeur op een nadelige wijze beïnvloeden, de negatieve uitstraling
vanwege weinig kwaliteitsbevorderende woningkenmerken, en de
waardeverminderende onderhoudskenmerken en technische staat, dat zich
meestal laat uitdrukken in twee cijfers achter de komma. En dan uitkomen op
een rond bedrag?
Met een niet weinig onverholen genoegen wil
ik u deelgenoot maken van mijn bezwaren, die te onderscheiden zijn naar
bezwaren van formele aard en materiële aard.
Bezwaren van formele
aard
Alvorens in te gaan op de materiële bezwaren lijkt me behandeling van
de formele bezwaren het eerst geboden. Deze formele bezwaren behelzen het
volgende
a.
valsheid in geschrifte;
b.
inrichting beschikking
c.
verstrekking taxatieverslag
d.
inrichting taxatieverslag
a. Valsheid in geschrifte
Hoewel u ruimschoots binnen de termijn bent gebleven die de wetgever stelt
voor het nemen van een beschikking,
heeft u naar de gangbare opvattingen niettemin valsheid in geschrifte
gepleegd. Ik licht mijn beschuldiging toe. In de wet is een termijn genoemd
van acht weken na het begin van het tijdvak waarvoor zij geldt, waarbinnen u
een beschikking dient te nemen. Uiterlijk 28 februari 2005 dient u derhalve
de beschikking de deur uit te doen. Ik kreeg uw beschikking op woensdag 16
februari 2005. Wat schetst mijn verbazing als ik zie dat u deze op 28
februari 2005 heeft gedateerd; dus geantidateerd. Puur valsheid in
geschrifte. Nu heeft de wetgever gemeend met betrekking tot de
termijnbepaling waarbinnen u een beschikking dient te nemen, dat het niet
naleven van dit voorschrift annex eerste lid van art. 24 wet woz geen
nietigheid van de beschikking met zich meebrengt, zoals dat trouwens voor
meerdere wetsbepalingen uit de wet woz geldt. Echter valsheid in geschrifte
wordt niet verschoond met art. 24 lid 2. Dat artikellid heeft slechts
betrekking op mogelijke gevolgen bij termijnoverschrijding en niet op een
strafbaar feit als valsheid in geschrifte. Alvorens hiervan aangifte te doen
verneem ik gaarne een deugdelijke reactie van u.
b. Inrichting beschikking
Naast de vereisten waaraan de door u genomen beschikking dient te voldoen,
dient mij uit de beschikking bovenal te blijken een kenmerk omtrent de
oorsprong van de beschikking. Welk bestuursorgaan is bevoegd mij deze
beschikking te doen toekomen en in geval van een verstrekt mandaat wie er
bevoegd is om in naam van dat bestuursorgaan een besluit te nemen. Uit het
vel papier dat mij is toegezonden kan ik uit de samenhang van allerlei
tekstonderdelen begrijpen dat het hier om een beschikking van het college
van burgemeester en wethouders gaat die daarvoor hoogstwaarschijnlijk een
gemeenteambtenaar heeft aangewezen die met de uitvoering belast is. Maar het
staat er nergens. En ik behoor dat wel te weten.
Door de woz-beschikking met het aanslagbiljet Woonlastennota 2005 in één
document te verenigen diende u juist uit een oogpunt van overzichtelijkheid
de gegevens van deze twee onderdelen zoveel mogelijk apart te vermelden,
zonder dat het u nog een extra vel papier kost. Helemaal beneden op het vel
en vlak boven de vermelding van de diverse codes vermeld u de peildatum. In
de door u gebezigde matrix daarboven wordt en passant in dezelfde kolom als
waar de omschrijving wordt gemeld voor o.a. de afvalstoffenheffing en het
rioolrecht, ook de taxatiewaarde van het object vermeld. Uit een oogpunt van
toegankelijkheid heeft u niet erg u best gedaan een en ander op een meer
begrijpelijke manier vorm te geven.
c. Verstrekking taxatieverslag
Bij voorgaande taxatierondes heb ik gehekeld de moeizame wijze waarop ik bij
u gegevens kon verkrijgen van door u gehanteerde vergelijkingswoningen. En
waarschijnlijk ben ik niet de enige geweest die voorgaande keren eerst die
gegevens wilde hebben alvorens een bezwaarschrift te gaan maken. U bent toen
met vele duizenden bezwaarschriften belaagd en ik kan me voorstellen dat u,
om van al die rompslomp af te zijn, met de aanslag en de woonlastennota
gelijktijdig het taxatieverslag mee stuurt. Ten aanzien van de door u aan
mij verstrekte relevante marktgegevens van de drie vergelijkingswoningen
heeft de wetgever gemeend om deze gegevens aan iemand te wiens aanzien een
beschikking is genomen slechts te doen verstrekken, wanneer die persoon
daartoe een verzoek doet.
Met andere woorden, zonder dat u van een belastingplichtige daartoe een
verzoek heeft ontvangen, mag u niet eigener beweging relevante marktgegevens
van vergelijkbare woningen verstrekken, hoezeer ik ook persoonlijk grote
belangstelling voor deze gegevens koester. Doch dat is niet aan de orde.
Moge u dit als een leermoment beschouwen.
d. Inrichting taxatieverslag
Als prealabele opmerking meld ik u dat u uw taxatieverslag aanduidt als:
Taxatieverslag woning ex artikel 40 lid 2 wet woz.
Dat moet natuurlijk zijn ex artikel 6 Uitvoeringsregeling instructie
waardebepaling wet woz. Immers het door u gerefereerde artikellid gaat over
de gemeenteambtenaar die met de gegevensverstrekking belast is. Ook dit mag
u als een leermoment beschouwen.
Ik heb mogen constateren dat het door u gebezigde taxatieverslag niet
overeenkomt met het model taxatieverslag van de waarderingskamer,
ex art. 6 lid 1 Uitvoeringsregeling instructie waardebepaling wet waardering
onroerende zaken. Zo heeft u in uw eigen taxatieverslag de inhoud van mijn
huurwoning en die van de vergelijkingswoningen opgenomen, terwijl het
voorgeschreven model daar geen aanleiding toe biedt. U heeft mij ook niet
doen weten waarom u vermelding van deze parameter kennelijk interessant,
c.q. noodzakelijk vond. Vervolgens geeft u in uw taxatieverslag van mijn
woning, alsmede van die van de vergelijkingswoningen slechts de oppervlakte
weer, terwijl in het model taxatieverslag woningen daarnaast een
uitsplitsing is gemaakt naar de oppervlakte van de tuin. U heeft het niet
nodig geoordeeld mij te melden waarom u ook op dit punt heeft afgeweken van
het model taxatieverslag woningen. Mij is ook niet bekend of u de
Waarderingskamer, belast met het toezicht op de uitvoering van de wet
waardering onroerende zaken, hierover heeft geïnformeerd.
Bezwaren van materiële aard
De stijging van de taxatiewaarde van mijn woning sinds de vorige ronde met
46,5% tot € 240.000, vindt geen steun in het door u overlegde
taxatieverslag. Wie de ontwikkelingen van de woningmarkt en met name dit
segment waar mijn woning deel van uitmaakt volgt, weet of dient te weten dat
een stagnerende markt met teruglopende verkopen en een langduriger leegstand
zoals die zich de laatste jaren heeft gemanifesteerd, nimmer een verhoging
rechtvaardigen van
45%
en meer. U zou dat moeten weten, want het college van burgemeester en
wethouders verzamelt, analyseert en registreert voortdurend de
waarderelevante objectgegevens.
Alvorens op de uiteenlopende bezwaren van materiële aard in te gaan, kan
reeds nu al geconstateerd worden dat de taxatiewaarde ad € 240.000 geen hout
snijdt en niet door redelijke argumenten ondersteund wordt. Uit een onlangs
in opdracht van
Stichting de Alliantie
door De Jong Strankinga Ronk Makelaars uitgebracht taxatierapport
blijkt dat een gelijkwaardige drive-in woning aan de Kloosterlaan 173 op €
210.000 is getaxeerd en vervolgens verkocht voor € 189.000 (Zie Bijlage I,
blad 1 van de koopakte). Volgens het oplopende percentage van 46,5% dat
voortkomt uit de gestegen taxatiewaarde van de gemeente in 2001 en 2003 en
met inachtneming van het gegeven dat de stijging van de taxatiewaarde in de
periode vanaf 2003 tot nu toe met een zelfde percentage is gestegen, is de
taxatiewaarde per 1 januari 2003 te stellen op de huidige taxatiewaarde (van
de Jong Strankinga Ronk Makelaars) minus de 46,5%, derhalve € 163.815. Als
er één objectgegeven hard is dan is het wel de verkoopprijs van een woning
die deel uitmaakt van het complex waartoe mijn huurwoning behoort. Ik zelf
heb nooit het uitgangspunt aangehangen dat de portemonnaie van mijn buurman
in feite de taxatiewaarde van mijn woning bepaald. Het schijnt zo te zijn.
Dat dit overeenkomt met de waarde die aan mijn woning moet worden
toegekend, indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden
overgedragen en de verkrijger de zaak in de staat waarin die zich bevind,
onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen,
is niet mijn idee, maar dat van de wetgever. Dat is dus het geval op
huisnummer 173 en ook op huisnummer 238. Alleen al dit enkele gegeven is
voldoende tot herziening van de aanvankelijk door u vastgestelde
taxatiewaarde. Maar mijn ervaringsgeschiedenis met de gemeente Hilversum
leert mij dat ik het daar niet bij moet laten zitten. Ik voel mij genoopt al
mijn grieven op tafel te leggen.
De overige materiële bezwaren laten zich als
volgt omschrijven;
-
omgevingsfactoren;
I. verkeers- en geluidsoverlast;
II. vermindering privacy
-
woningkenmerken;
I. nadelen van deze drive-woning als eindwoning;
II. kwaliteit en uitstraling;
III ééntonig front;
IV. nadelen en depreciërende factoren in vergelijking met
vergelijkingswoningen;
V. lengte maal breedte;
VI. lange looplijnen en weinig sociale kontakten.
-
bouwtechnische en bouwfysische staat;
I. dossier en voorgeschiedenis;
II. weerbarstige dak- en gevellekkage en geringer isolerend vermogen;
III. toepassing van inferieure spaanplaat;
IV. ontbreken van bekleding met brandwerend materiaal;
V. elektrische bedrading en ontbreken aardlekschakelaars
-
onderhoudskenmerken;
I. schilderwerk en onderhoudstoestand gevels;
II. onderhoudstoestand betegeling voor- en achtertuin.
Uit de navolgende bezwaren zal
duidelijk worden dat de gemeente Hilversum ernstig tekort is geschoten te
motiveren waarom deze woning op € 240.000 is getaxeerd.
·
a. Omgevingsfactoren
I Verkeers- en geluidsoverlast
Ofschoon het om een rustige
woonwijk gaat levert de direct naast de woning gelegen Ludgerusweg,
die de nieuwbouwwijk in de meest
noordwestelijk punt moet ontsluiten,
in vergelijking met alle andere drive-in woningen extra verkeersoverlast op.
Bij geen enkele andere drive-in woning is er sprake van een doorgaande weg
naast de woning. Bij deze woning is derhalve verkeers- en geluidsoverlast te
duchten van de ventweg, de Kloosterlaan en de Ludgerusweg.
II Vermindering privacy
Direct achter de woning begint een
fietspad dat op de Vreelandseweg uitkomt. Het fietspad waarop met name ’s
zomers veel gebruik van wordt gemaakt maar ook door veel scholieren als
verbindingsweg wordt gebruikt, veroorzaakt geluidsoverlast als gevolg van
luidruchtige gebruikers (veel brommers behoren daartoe) en inperking van de
privacy. Bij geen enkele andere drive-in woning ligt het fietspad zo
dichtbij de erfgrens als bij deze woning (238).
·
a. Woningkenmerken
I Nadelen van deze drive-in woning als eindwoning
Het voordeel dat een eindwoning
heeft boven een midden- of tussenwoning, te weten minder geluidsoverlast van
buren, wordt teniet gedaan door het feit dat deze eindwoning slechts een
blinde gevel heeft zonder een raampartij, erker of andere uitbouw, zonder
een zij-ingang en zonder een verbinding of zijpad waarmee de achterzijde van
de woning bereikt kan worden. Daarbij komt dat deze woning hogere
stookkosten heeft dan de midden- of tussenwoning. Aan de zijkant bevindt
zich ook geen tuin die tot de woning behoort wat bij hoekwoningen wel het
geval is.
II Kwaliteit en uitstraling
Omdat de woning van een mindere
kwaliteit is heeft deze ook een geringere uitstraling. Zo zijn de gevels
van werzalith plaatmateriaal in
plaats van metselwerk. Daarbij komt dat dit plaatmateriaal zeer
onderhoudsgevoelig is.
III Ééntonig front
Omdat het front
van het blok waarvan deze woning deel
uitmaakt volstrekt vlak is zonder enige uitbouw of inspringing, maakt het de
woning eentonig en minder speels.
IV Nadelen en depreciërende
factoren in vergelijking met vergelijkingswoningen
Ik heb geconstateerd dat u de
percelen Willibrorduslaan 98, Willibrorduslaan 118 en Willibrorduslaan 156
als vergelijkbare woningen hanteert ex art. 4 lid 1.a Uitvoeringsregeling
instructie waardebepaling wet waardering onroerende
zaken. Dat wil zeggen dat de waarde wordt
bepaald door een methode van systematische vergelijking met woningen waarvan
marktgegevens beschikbaar zijn.
Met betrekking tot de door u
gehanteerde vergelijkingswoningen merk ik om te beginnen op dat alle drie
deze woningen, die toch eigenlijk een bruikbare maat zouden moeten zijn,
volgens uw taxatieverslag geruime tijd voor de peildatum verkocht zijn. De
woning aan de Willibrorduslaan 98 is op 18 juli 2001 verkocht, de
waardepeildatum is 1 januari 2003. Dat is ander half jaar later. De woning
aan de Willibrorduslaan 118 is op 16 oktober 2001 verkocht, de
waardepeildatum is 1 januari 2003. Dat is dus 14 maanden later. De woning
aan de Willibrorduslaan 156 is op 25 juli 2002 verkocht, de waardepeildatum
is 1 januari 2003. Dat is dus een half jaar later. Alle drie de verkoopdata
liggen wel erg ver af van de waardepeildatum. Ik constateer dat u er
kennelijk niet in geslaagd bent mij andere en meer ter zake doende
verkoopcijfers te doen toekomen, waarmee reëlere vergelijkingen te maken
zijn.
Direct in het oog springend is dat bij deze ‘vergelijkingswoningen’
de voor- en achtergevel uit een twee-steensmuur met isolatievoorziening
zijn opgetrokken, in tegenstelling tot de woning van appellant. De daklijn
wordt voor een groot deel door een kleine schrotenwand aan het oog
onttrokken hetgeen het front een speels aanzien geeft. De voorzijde bevat
een afgewogen verdeling van glas en steen. Geen raampartij is even groot. De
raampartijen geven met de inspringende balkons een zekere ritmiek die toch
geen eentonigheid kent. Boven de garage bevindt zich een balkon met houten
afrastering. De regenwaterafvoer is buiten de gevel gebracht in
tegenstelling tot de woning van ondergetekende. Voor de woning is er een
ruime parkeergelegenheid en openbaar groen en speelgelegenheden voor kleine
kinderen, alles geïntegreerd in een landelijk woonerf, dat niet de drukte
van de Kloosterlaan kent. Boven de portieken bevindt zich een uitspringend
plafondje, dat mede het font breekt. Voordeel van deze vergelijkingswoningen
  
Willibrorduslaan 98 Willibrorduslaan 118 Willibrorduslaan 156
 
Leef- en speelruimte pal achter woning Willibrorduslaan 118
Kloosterlaan 238
is dat op vrij
gemakkelijke wijze zonneschermen zijn aan te brengen, hetgeen bij de woning
van appellant van problematische aard is. Aan de achterzijde van de
vergelijkingswoningen is ter hoogte van de woonverdieping over de volle
breedte van de woningen een balkon dat met een wenteltrap toegang geeft tot
de achtertuin. Dat biedt de bewoners van deze woningen een vluchtweg bij
brand, derhalve een niet te veronachtzamen extra veiligheidsaspect.
Bovendien wordt hiermee het sociale contact met de omgeving vergroot,
hetgeen bij appellant ontbreekt. Een gemetselde muur zo breed als het balkon
en die tot aan de vloer van de tweede verdieping reikt, zorgt voor de nodige
privacy met de buren.
Vergelijkingswoning Willibrorduslaan 98 heeft daarnaast nog een zijpad ter
breedte van een auto, dat naar de tuin achter de woning leidt.
Deze drie vergelijkingsobjecten bevatten in tegenstelling tot die van de
appellant een achterpad waardoor de woning bovendien aan de achterzijde
ontsloten wordt. Bij de vergelijkingswoningen is veel groen en zijn er
speelgelegenheden voor kinderen in ruime mate gesitueerd. Allemaal
waardevermeerderende factoren die bij de woning van appellant gemist worden
en daarom zijn deze woningen in het geheel geen goed vergelijkingsobject, of
het zou moeten zijn dat al deze waardevermeerderende factoren in mindering
worden gebracht op de taxatiewaarde van de woning van appellant.
In vergelijking met de
split-level-woningen aan de Willibrorduslaan mag als vaststaand worden
aangenomen:
·
dat de woning van appellant smaller is als de
woningen aan de Willibrorduslaan en dat tengevolge hiervan de bruto inhoud
kleiner is;
·
dat de woning van appellant niet beschikt
over een loggia en aan de achtergevel geen balkon met een trap naar de tuin
heeft, in tegenstelling tot de woningen aan de Willibrorduslaan die wel deze
voorziening hebben;
·
dat met betrekking tot het
voorzieningenniveau de woningen aan de Willibrorduslaan op de begane grond
inpandig een aparte berging hebben en de woning van appellant niet;
·
dat met betrekking tot het
voorzieningenniveau de woningen aan de Willibrorduslaan op de eerste
verdieping en slaapverdieping een toilet is in plaats van op de begane grond
en de slaapverdieping, zoals bij de woning van appellant;
·
dat de drie vergelijkingswoningen aan de
Willibrorduslaan 19,3% een grotere inhoud hebben dan de woning van
appellant, namelijk: 475 tegen 398 m³. Als de inhoud van de woningen
bepalend zouden zijn voor de taxatiewaarde, dan zou de taxatiewaarde van de
woning van appellant € 193.680 bedragen;
·
dat de drie vergelijkingswoningen aan de
Willibrorduslaan een groter vloeroppervlak hebben dan de woning van
appellant, namelijk van 20,1% tot 73,7%. Zou de gemiddelde oppervlakte van
deze woningen bepalend zijn voor de taxatiewaarde, dan zou de taxatiewaarde
van de woning van appellant € 161.834 bedragen. Een uitkomst die dicht in de
buurt komt bij de verkoopprijs van het taxatieobject in de Kloosterlaan 173.
II Kwaliteit en uitstraling
De gemeente is ook nu weer een
meester in het goochelen met lengten, breedten en inhoudsmaten. Ik heb
zelden meegemaakt hoe mijn tuin in de loop der jaren gegroeid is, terwijl ik
nimmer kunstmest heb gebruikt.
Met betrekking tot de door de
gemeente Hilversum gestelde oppervlakte van 129 m2 (was
bij de vorige taxatieronde 120 m2),
is appellant van mening dat dit onjuist is. Appellant stelt dat de
oppervlakte van het onderhavige object gebaseerd dient te zijn op de
buitenmaten van de woning en de oppervlakte van de achtertuin. De diepte van
de woning is 10,3 m en de diepte van de tuin is 10 m. De breedte van het
perceel is 4,5 m, zodat de totale oppervlakte (4,5 x 20,3 m.) 91,35 m2 bedraagt.
De smalle groenborders aan de voorkant en de oprit naar de garage worden
volgens een uitspraak van de kantonrechter
niet als voortuin aangemerkt, vanwege het openbare karakter van dit
gedeelte. Reden waarom dit in ook het kader van de woningwaardering (ten
behoeve van de huurprijsbepaling) niet mag worden meegerekend. Ik heb
namelijk niet het unieke recht hiervan gebruik te maken, aangezien ik dit
met de buurman, de krantenjongen, de postbode en eenieder die hier wil
lopen, moet delen.
Ook omtrent de inhoudsmaten komt de
gemeente zelden tot een juist meetresultaat. De gemeente meet niet maar
schat. In het recente taxatieverslag van De Jong Strankinga Ronk Makelaars
o.g. staat 390 m³ voor de inhoud van de woning Kloosterlaan 173 in plaats
van de 398 m³ in mijn geval. Met de hand op mijn hart zweer ik dat tussen
beide woningen geen enkel verschil is dat de 8 m³ grotere inhoud zou doen
rechtvaardigen.
VI Lange looplijnen en weinig
sociale kontakten
De drive-in woningen van het complex aan de Kloosterlaan zijn een
herhalingsplan van een woningcomplex dat eind jaren zestig, waarbij een
nieuw woningtype geïntroduceerd werd, in Enschede werd gerealiseerd.
In 1970 heeft prof. dr. ir. H. Priemus van het toenmalige Research Instituut
voor de Woningbouw te Delft, een onderzoek uitgevoerd naar het woongedrag en
woonsatisfactie van de bewoners van de Enschedese inrijwoningen. Daaruit
bleek al dat het traplopen, de slechte geluidsisolatie, te weinig
bergruimte, de uniformiteit en het uiterlijk en de te kleine garage door de
bewoners als het meest bezwaarlijk werden aangemerkt.
Volgens onderzoeker Priemus
blijkt dat dit woningtype, waartoe ook de woning van ondergetekende behoort,
in het algemeen de tweede verdieping een duidelijke
slaapfunctie heeft. De eerste woonlaag heeft een duidelijke woonfunctie
waarbij vooral de meer passieve woonfuncties (radio, tv, eten) aan bod
komen, terwijl op de begane grond de bergings- en stallingfunctie is
gecombineerd met een aantal meest actieve woonfuncties (hobby, strijken,
wassen, naaien). Ook in de eetkeuken vinden nogal wat actieve woonfuncties
plaats, terwijl de tweede verdieping nog wel bij andere staffuncties is
betrokken. Priemus vindt het merkwaardig dat er een functieverdeling is
ontstaan tussen woonkamer, eetkeuken en tuinkamer. In de woonkamer zijn de
representatieve, 'luie' woonfuncties geconcentreerd (radio, tv, bezoek e.d.),
terwijl in de keuken functies zijn als: eten, naaien, schrijven en in de
tuinkamer: strijken, spelen, hobby, drogen, logeren en ook naaien.
Functionele knelpunten ontstaan
volgens Priemus vooral in de garage waar de combinatie van de functies
berging, autostalling, wassen, hobby, drogen niet bevredigend is. Een
ernstig knelpunt is bij 20 tot 25 procent van de bewoners die de was op de
tweede verdieping drogen. Men kan bij hen de lokalisatie van de functies
wassen, drogen, strijken, ten opzichte van elkaar moeilijk functioneel
noemen.
De functie van de garage is door de architect
onderschat, aldus Priemus. De garage is als garage net aan de maat, maar er
wordt ook gewassen en gedroogd, terwijl fietsen, tuingereedschap,
kinderwagen etc. er ook nog moeten worden opgeborgen. Alles wat in een
conventioneel eengezinswoning in een schuur en op zolder wordt gedeponeerd,
moet hier in de garage een plaats vinden. En die ruimte is er volgens
Priemus in onvoldoende mate.
Een ander probleem dat inherent
is aan dit woningtype, is dat de vertrekken woonkamer, tuinkamer en
eetkeuken, die functioneel in elk geval zeer veel met elkaar hebben te
maken, zo verspreid in de woning liggen dat de dagelijkse looplijnen in de
woning erg lang zijn. Bovendien is er geen directe relatie tussen de
vertrekken mogelijk, een relatie die in de woningplattegronden waar dit wel
mogelijk is (woonkamer en tweede woonkamer aan elkaar grenzend), in het
algemeen zeer door de bewoners wordt gewaardeerd. Door de lange looplijnen
in de woning is het (sociaal) contact met de tuin en de straat gering.
Ook bij het gebruik van een toilet moet er telkens eerst een verdieping
overbrugd worden.
Tenslotte is er de voor de architect van het complex ongetwijfeld
teleurstellende waardering voor het uiterlijk van de woning, waarvoor de
uniformiteit en het ontbreken van metselwerk in belangrijke mate
verantwoordelijk zijn.
Het
behoeft ten deze geen verder betoog dat de woning van appellant die
vergelijkbaar is met het Enschedese complex, een aantal ernstig
depreciërende omstandigheden kent die in het verleden en ook nu onvoldoende
of niet erkend worden en waarvan de belangrijkste grieven zijn het
veelvuldige traplopen, de lange looplijnen die het sociale contact met de
tuin en de straat minimaliseren, de slechte geluidsisolatie, de geringe
bergruimte, de uniformiteit, het weinig aantrekkelijke uiterlijk van de
woning, en de veel te kleine garage waarin een verschillend aantal functies
moeten worden uitgeoefend. Het is evident dat de gemeente rekening dient te
houden met deze factoren, als ze vergelijkingswoningen als die aan de
Willibrorduslaan ten tonele voert; immers dat zijn geen drive-in woningen
maar splitlevel woningen van een hoge kwaliteit.
·
c. Bouwtechnische en
bouwfysische staat
I Dossier en voorgeschiedenis.
In
1990 hebben alle woningen van het drive-in woningcomplex aan de Kloosterlaan,
dus ook de woning op 238, een grote onderhoudsbeurt hebben gekregen. Aan
deze ingreep lag een technisch onderzoeksrapport ten grondslag van
Architectenbureau Van Straalen b.v. te Zeist dd. januari 1989. Daaruit bleek
een dusdanig groot aantal bouwtechnische en woontechnische gebreken dat het
voor Atrium hart voor wonen
niet verantwoord was het achterstallig onderhoud nog langer uit te stellen.
Het gebruik van inferieure materialen en de aanwezigheid van bouwtechnische
gebreken noopte de eigenaar tot een forse investering om de woningen, die
toen amper 18 (achttien) jaar oud waren, weer te laten voldoen aan de eisen
van dat moment. De bestaande dakconstructie is verwijderd tot op de bestaande
betonnen vloer. Er is nieuwe dakbedekking aangebracht op een isolatielaag,
met afschot naar de hemelwaterafvoer. Bij de kopgevels, waaronder die van
ondergetekende, zijn extra ‘spuwers’ gemaakt die bij een verstopte
hemelwaterafvoer in werking treden. Daarmee hoopte de eigenaar eventuele
lekkages zoveel mogelijk te voorkomen.
De
buitengevels zijn geheel vernieuwd en bekleed met schroten van het merk ‘werzalith’,
zijnde een samengeperste houtvezel, bekleed met een kunststof toplaag. De
eigenaar hoopte dat dit bestand is tegen weersinvloeden en onderhoudsvrij
zouden zijn, hetgeen niet het geval bleek te zijn.
II Weerbarstige dak- en
gevellekkage en geringer isolerend vermogen
is.
Appellant heeft sinds deze renovatie
in 1990, jaren lang last gehad van weerbarstige dak- en gevellekkages, die
door de verhuurder maar moeilijk waren op te sporen. De in de loop der jaren
verrichtte vele reparatiewerkzaamheden, leidden eerst in 2003 tot een
bevredigend resultaat. Maar appellant heeft geen garantie gekregen dat deze
lekkages niet meer terug komen. Aan platte daken kleven derhalve meer
risico’s dan aan andere dakconstructies. De nieuwe gevels hebben in
tegenstelling tot de vergelijkbare drive-in woningen aan de Willibrorduslaan,
een geringer isolerend vermogen dan een tweesteens geïsoleerde spouwmuur.
III Toepassing van
inferieure spaanplaat
Zo zijn de binnenwanden op de
begane grond opgetrokken uit niet brandwerende inferieure spaanplaat, in
tegenstelling tot de vergelijkbare drive-in woningen aan de Willibrorduslaan
waar de binnenwanden uit giboblokken bestaan.
IV Ontbreken van bekleding met brandwerend materiaal
De separatiewanden in de garage, zijn in tegenstelling met de
vergelijkbare drive-in woningen aan de Willibrorduslaan, niet met
brandwerend materiaal bekleed, hetgeen uit een oogpunt van brandpreventie
een ernstig depreciërende factor is. Mocht er op de eerste verdieping brand
ontstaan dan is er geen vluchtweg op de eerste en tweede verdieping.
V Elektrische uitrusting en
ontbreken aardlekschakelaars
Schakelaars en stopcontacten zijn
in tegenstelling met de vergelijkbare drive-in woningen aan de
Willibrorduslaan, op de muren verwerkt in plaats van te zijn ingebouwd. De
elektrische installatie is verouderd. Zo zijn alleen in de keuken en garage
geaarde contactdozen aanwezig. Daarnaast ontbreekt er ook een
aardlekschakelaar.
·
d. Onderhoudskenmerken
I Schilderwerk en onderhoudstoestand gevels
De onderhoudstoestand van het
externe schilderwerk is redelijk tot matig en de onderhoudstoestand van de
gevels is matig. De gevelplaten zijn in tegenstelling tot wat de verwachting
was, niet geheel onderhoudsvrij. Regelmatig vindt hier algengroei op plaats.
De afdeklijst aan de voorgevel, vlak onder de dakrand, bolt over de hele
breedte in plaats van vlak en strak tegen de gevel te zitten. Dit euvel komt
bij geen enkele andere woning voor.
II Onderhoudstoestand betegeling voor- en achtertuin
Het betegelde gedeelte in de voor-
en achtertuin is ernstig aan het verzakken.
Conclusie:
Na het voorgaande zal het u niet verbazen dat
de taxatiewaarde van mijn huurwoning in ieder geval gesteld dient te worden
op € 163.815. Ik zou in een lange reeks herhalingen vervallen, zelfs als ik
kortheidshalve, hier de grieven en bezwaren nog eens memoreer. Toch wil ik
een aantal zaken even aanstippen. Met betrekking tot het taxatieverslag kan
het niet zo zijn dat appellant verder met zijn ogen dicht op grond van dit
taxatieverslag zijn woning kan kopen tegen de overeenkomstige taxatiewaarde
indien de eigenaar bereid zou zijn tot verkoop. De verkoop van het
woningobject Kloosterlaan bewijst immers het tegendeel. Van appellant mag
worden verwacht dat hij als een redelijk handelende koper de onderhoudsstaat
van zijn woning en woonomgeving alsmede de depreciërende factoren in
vergelijking met de vergelijkingswoningen in overweging zal nemen bij het
vaststellen van de transactieprijs.
Met deze taxatie maakt de gemeente toepassing
van de wet waardering onroerende zaken tot een farce en werkt met dergelijke
rigide waardestijgingen mee aan woningspeculatie, waardoor het gemeentelijk
belastingbeleid op gespannen voet staat met de kerntaak uit de
volkshuisvesting: behoud van een betaalbare kernvoorraad. Door slechts te
verwijzen naar art. 17 lid 2 Wet waardering onroerende zaken gaat de
gemeente voorbij aan de met redenen omkleedde aangevochten waardetaxatie,
die niet gestoeld is op de redelijkheid die van een potentiële koper en
verkoper zouden mogen worden verwacht.
Derhalve gaat
het taxatieverslag mank aan de meest elementaire elementen die tot een
redelijke taxatiewaarde moeten leiden.
Ik
verwacht één ding van u en de gemeente, namelijk dat u mijn bezwaren en
grieven serieus behandelt en daarbij niet dezelfde luchthartigheid betoont
waarmee u de belastingplichtigen tegemoet bent getreden in de Bijsluiter
woonlastennota 2005 en waar u slechts in één bijzin gewag maakt van het
bestaan van de woz-beschikking. Op bladzijde vier mag de lezer, die op zoek
is geweest naar een beschikking zoals hij die al jarenlang kent, het
volgende lezen: “Een beschikking is een schriftelijke bekendmaking
waartegen bezwaar open staat. Deze WOZ-beschikking is nu voor het eerst
geïntegreerd in de Woonlastennota en als aparte regel opgenomen. U ontvangt
dus geen aparte brief over de WOZ-waarde”.
Dat is ver gezocht; in een aparte regel opgenomen. Waarom niet de
Woonlastennota in de beschikking opgenomen, in plaats van omgekeerd? De
beschikking vormt toch de rechtsgrond op basis waarvan iemand bezwaar kan
aantekenen en niet een brochure of Woonlastennota, hoe goed bedoeld ook.
Mocht u het voornemen hebben mijn bezwaren te negeren, hetgeen ik mij na het
vorenstaande moeilijk kan voorstellen, dan verzoek ik u bij dezen gehoord te
worden ex art. 7.2. lid 1
Algemene
wet bestuursrecht.
J.M.J.F. Janssen
appellant
Bijlage 1

Gemeente Hilversum komt met
eerste reactie
Op een zeker moment ontvang ik een brief van
de Bestuursdienst van de gemeente Hilversum, gedateerd 25 april 2005 waarin
men mij de ontvangst van het bezwaarschrift bevestigd. Toch knap lang
terwijl ik het bezwaarschrift persoonlijk bij de gemeentelijke afdeling
belastingen gebracht heb. De brief wordt afgesloten met:
hoogachtend,
het hoofd van de afdeling belastingen.
wegens geautomatiseerde
aanmaak is deze brief niet ondertekend.
Merkwaardig dat voor ondertekening niet gezorgd kan worden terwijl DigiD nu
juist er voor zorgt dat burgers zich met een digitale handtekening bij
steeds meer overheidsdiensten kunnen legitimeren. En deze lokale overheid
kwakkelt zelf maar verder. Dan bereikt mij op 8 september 2005 weer een
brief van de Bestuursdienst van de gemeente Hilversum met een
vragenformulier. Uit die brief het volgende:
"Uit onze administratie
is gebleken dat op bovenvermeld adres in 2005 een verkooptransactie heeft
plaatsgevonden.
Op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) is de gemeente
verplicht de waardeontwikkeling op de huizenmarkt bij te houden. Dit is
mogelijk door middel van een permanente marktanalyse. Om tot een
zorgvuldige en correcte marktanalyse te komen is het noodzakelijk om
informatie in te winnen over gerealiseerde verkoopcijfers.
De analyse van verkoopcijfers maakt deel uit van de voorbereidingen voor
de aanstaande herwaardering van alle onroerende zaken in Hilversum. De
geanalyseerde verkoopcijfers kunnen worden gebruikt voor de onderbouwing
van de vast te stellen waarden van woningen, waarbij als nieuwe
waardepeildatum 1 januari 2005 geldt. De werkzaamheden hebben dus géén
invloed op de huidige vastgestelde waarden met peildatum 1 januari 2003."
Mij werd verzocht bijgesloten vragenformulier
omtrent de woningaankoop geheel in te vullen. Ik heb hier gaarne aan voldaan
en als koopprijs € 192.600 ingevuld. Dagen, weken en maanden gaan voorbij
zonder dat die gemeente verder iets van zich laat horen.
Op 27 januari 2006
valt er een briefje in de bus van de Dienst Inwoners. Ook weer zoiets
nieuws. In het verleden heette dat Bestuursdienst of Belastingdienst. Klik
op het gemeentewapen om de brief te lezen. Er is op 10 februari 2006 om
10:00 uur een hoorzitting. Ik had daar om gevraagd, alvorens men een
besluit over mijn bezwaarschrift zou nemen. En voorafgaand aan de hoorzitting
kan ik het 'onderwerpelijke' dossier bij de gemeente inzien. Ik bel
voor een afspraak en kan onmiddellijk bij de heer Rademaker terecht.
Intrigerend is de zin waarin de gemeente stelt dat het dossier slechts
bestaat uit mijn bezwaarschrift en een kopie van deze uitnodiging. Ik kan
dat niet geloven. Ik wil het zelf zien. In deze fase van het bezwaar is het
goed om zorgvuldig aan dossieropbouw te doen. Als mijn dossier nu al groter
is dan dat van de gemeente, sta ik straks goed in mijn schoenen bij de
Belastingkamer van het Gerechtshof.
De gemeente was ter ore gekomen (via het
Kadaster) dat ik vorig jaar mei mijn huis heb gekocht. Dat is natuurlijk
relevant voor de reconstructie van de taxatiewaarde. In september 2005 werd
ik daarom door de gemeente schriftelijk verzocht vragenformulier en een
vragenlijst in te vullen die betrekking had op deze aankoop. Zo vermeldde ik o.a. de transactiedatum en de koopprijs (€ 192.600). Goed gemutst ging ik
naar de afspraak om kennis te nemen van het dossier dat de gemeente bij
elkaar had gesprokkeld. Het kennis nemen van het dossier moest wegens
plaatsgebrek geschieden ergens in de hal bij de receptie. Maakt mij allemaal
niet uit. Maar het zegt weer iets over de professionaliteit van de gemeente.
Ik vraag heel nadrukkelijk aan de heer Rademaker of die twee stukken die
hij me laat zien het gehele dossier vormen. Hij bevestigde dat. Ik kijk hem
doordringend aan en vraag nogmaals om een bevestiging. Hij deed dit, maar ik
zag aan zijn gezicht dat hij dit merkwaardig vond. Dus confronteerde ik hem
met mijn gevulde dossier en vroeg hem waarom die ontbrekende stukken (over
de koopprijs) niet in
het dossier zitten, want dan waren we er waarschijnlijk al lang uit gekomen.
Mijnheer Rademaker gaf als reden op dat dit feiten zijn die zich na het
indienen van het bezwaarschrift openbaren. Ik knik goedkeurend en wijs hem
vervolgens op het zinnetje uit de gemeentelijke brief: "Het is dan wel de
bedoeling dat u nieuwe grieven inbrengt anders heeft de hoorzitting geen
zin".
Ik vervolg: "Dit is toch iets nieuws. En als er al één feit is dat
relevant is voor de waardebepaling van mijn woning, dan is het wel de prijs
die ik er voor betaald heb. In mijn bezwaarschrift verwees ik o.a. nog naar
de prijs die mijn overbuurman heeft betaald toen hij het kocht. Nu ben ik
zelf diegene die als eigenaar door het leven mag gaan. Waarom mijnheer
Rademaker, is er nog geen besluit op mijn bezwaarschrift genomen."
Ik heb de man in verlegenheid gebracht en had
een beetje spijt van mijn doortastend optreden. Met een hulpeloos gebaar
verteld hij dat er zoveel bezwaarschriften zijn binnen gekomen. Ik maak
mijnheer Rademaker duidelijk dat ik hém natuurlijk niets verwijt, maar dat
ik zowat een tiental afdelingshoofden heb meegemaakt en in al die jaren geen
enkele versnelling heb gezien en dat juist dit gegeven de afhandeling van
mijn bezwaarschrift had kunnen doen versnellen in tegenstelling tot al die
andere bezwaarschriften, waar niet zo'n concreet gegeven bekend is.
Op weg naar de uitgang vraag ik terloops hoe groot die
bezwaarschriftencommissie is. Mijnheer Rademaker houdt het om te beginnen
op zichzelf, twee inspecteurs en waarschijnlijk nog een makelaar-taxateur.
Hij voegt daar snel aan toe dat ik natuurlijk mij mag doen vergezellen van
een deskundige of gemachtigde. Ternauwernood kan ik een glimlach onderdrukken en vraag hem
tenslotte om zoveel mogelijk ambtenaren naar die hoorzitting te krijgen,
"want hoe meer kennis jullie aan tafel hebben, hoe sneller we er uit zijn".
Ik zag het al aan zijn gezicht; zoveel zelfverzekerdheid was hij op één dag
nog nooit tegengekomen.
Stipt op tijd ben ik op vrijdag 10 februari om 10 uur op de bestemder
plekke. Na even gewacht te hebben wordt ik door mijnheer Rademaker de kamer
binnen geleidt waar de hoorzitting plaats zal hebben. We schudden elkaar de
hand en ik wordt aan een andere ambtenaar voorgesteld. Mijnheer Rademaker
staat op het punt om te beginnen, als ik hem vraag naar de rest van de
commissiesamenstelling, juist gezien zijn mededeling vorige week over de
ambtelijke bezetting vanochtend. Maar ik moet het hiermee doen. Ik heb er
geen problemen mee en beschik daarnaast over een lange adem. Mijnheer
Rademaker opent de hoorzitting en wil mij het woord geven. Ofschoon velen
hiermee erg blij zijn, smaak ik dat genoegen niet. Ik heb immers in mijn
bezwaarschrift mijn zegje gedaan. Ik kan me voorstellen dat de heren zelf
wat vragen hebben en graag omtrent het een of het ander een toelichting
willen hebben. Ik maak van de gelegenheid toch maar gebruik om hen te wijzen
op een groot aantal relevante feiten die ik in mijn bezwaarschrift naar
voren breng, zoal daar onder andere zijn, dat van de door de gemeente
gehanteerde drie verwijzingwoningen de oppervlakten 30 tot 70% groter is dan
mijn woning en dat de oppervlakte in de waardering van de economische waarde
een zeer zwaarwegende factor is. En dat er natuurlijk nog veel meer factoren
zijn die opnieuw bekeken zouden moeten worden en niet in het minst de
recente prijs die ik voor de woning heb betaald. Ik wilde bijna voorstellen
om al het andere maar te vergeten en om uit te gaan van de € 192.600 die ik
ervoor betaal heb. Alsof mijnheer Rademaker dit voorvoelde: "Mijnheer
Janssen, u kunt niet zomaar van deze prijs uitgaan, want u heeft hem toch
met korting gekregen en dat is niet de prijs onbezwaard ....."
"Mijnheer Rademaker, ik begrijp u helemaal. Ik heb ook niet gesuggereerd
dat die prijs iets anders zou zijn dan de prijs die ik ervoor betaald heb. U
mag daar 10% korting bovenop tellen. U komt dan op € 211.860. Vervolgens
gaat u terugrekenen naar de waardepeildatum van 1 januari 2003. En aangezien
de gemeente steeds beweerd heeft dat de koopprijzen fors zijn gestegen de
laatste jaren, is het niet moeilijk vrij nauwkeurig de waarde van mijn
woning op die datum vast te stellen. U komt dan ongetwijfeld in de buurt van
datgene wat ik in mijn bezwaarschrift stel."
Mogelijk dat het dubbeltje bij de heren is
gevallen. Op mijn vraag hoelang een nu toch te voorzien gemakkelijk te nemen besluit
zou duren, kreeg ik als antwoord rekening te houden met toch wel zes weken.
Daarvan is dus afhankelijk of ik naar de Belastingkamer van het Gerechtshof
ga, of niet.
De beroepsprocedure van de belastingplichtige komt helaas
in zicht
Dan komt de gemeente met zijn
uitspraak. Het is niet wat ik gehoopt gehad, maar wel wat te verwachten was.
Mijnheer Rademaker heeft er iets moois van gemaakt, tenminste dat denkt hij
zelf.
Om dit gemeentelijk proza te lezen moet u op het logo van het 75-jarig bestaan
van het raadhuis klikken. Gun u de tijd om deze drie pagina's tot u te
nemen. Toch heb ik lang getwijfeld of ik bij de belastingrechter in beroep
zou gaan. Immers het is bekend dat de rechtspraak gefrustreerd wordt door
immense achterstanden. Er ligt een grote druk op de rechterlijke macht om de
productie op te voeren. Ik heb gekozen om toch een beroepschrift in
te dienen. Ik kan er immers niets aan doen dat de kwaliteit van de beslissingen
van het gemeentelijk bestuursorgaan ver beneden de maat is. En bovendien
klungelachtig. Lees het beroepschrift door op mijn handtekening te klikken.
Dan denk je toch een aardig stuk werk geleverd te hebben waarmee de gemeente
en har vertegenwoordiger mijnheer Rademaker voorlopig de
mond
is gesnoerd. Niet dus! De gemeente komt in november 2006 met een
verweerschrift op de proppen waarmee cabaretiers direct aan de slag kunnen.
Medio februari 2007 komt er schot in de zaak als de rechtbank laat weten dat
het beroep in het tweede kwartaal ter zitting
behandeld
zal worden. Voor de behandeling hiervan heeft men twintig minuten
uitgetrokken. Kijk voor het vervolg hiervan door op het logo van de
rechtbank te klikken. Hierop is zowel mijn aanvullend verzoek te lezen als het verloop
van de zitting straks en de uitspraak van de rechtbank.
Reacties
Mijn
bewondering voor de gedegenheid en volharding waarmee je dit onderwerp
aanpakt. De gemeente dwingt de burger een advocaat te worden. Volgens mij
gaat dit tot groot protest leiden.
Mr. G.J.A.M. Bogaers
---------------------------------------------------------------------
Ben heel erg nieuwsgierig naar het antwoord
van de gemeente H'sum. Ik neem aan dat we dat tzt in deze "rubriek" wel
terugvinden. Trouwens een 'schitterend' bezwaarschrift !
Hart.gr. Cor Vlasblom
---------------------------------------------------------------------
Fantastisch mooi,
duidelijk en humoristisch bezwaarschrift.(enz) Volgens mijn bescheiden
mening zit het juridisch aardig goed in elkaar. Ik ben dan ook zeer benieuwd
hoe die ambtenaren formeel hiermee omgaan en hoe, althans op welke manier ze
verder in gesprek gaan met je.
Chris Ter Huizen
---------------------------------------------------------------------
Als alles naar bedoeling verloopt, wordt uw
WOZ aanslag effectief slechtst met inflatieniveau verhoogd. Doordat wij
rekening gehouden hebben met de extreme stijging van de WOZtaxatiewaardes:
de vermenigvuldigingsfactor voor het bepalen van de feitelijk woz is
recent door de gemeenteraad fors naar beneden bijgesteld. M.a.w: de
WOZtaxatatie waarde is geen indicatie voor een verhoging van de WOZaanslag.
Het is dat u dat maar weet.
O. Meuwissen, gemeenteraadslid CDA
Natuurlijk wel! U heeft mijn verhaal niet
gelezen. Natuurlijk heeft de taxatiewaarde enige relatie met de hoogte van
de aanslag. Het is zo simpel: bij een verhoging van de taxatiewaarde met
50% zul je effectief meer aan belasting moeten betalen dan bij een
verhoging van 25%. Zelfs al ben je 25 jaar politicus of nog langer, daar
kun je er geen ander verhaal van maken. Het gaat er mij om dat mijn eigen
lokale overheid, waarvan ik om de zoveel tijd mijn vertegenwoordigers
kies, kennelijk niet in de gaten heeft dat de gemeente over een en
hetzelfde object met een hogere taxatiewaarde uit de bus komt dan een beedigd makelaar-taxateur. De gemeente doet met zijn extreme taxaties aan
speculatie, pleegt valsheid in geschrifte, voldoet met zijn taxatieverslag
en beschikking niet aan de wettelijke vereisten. Kortom het staat allemaal
in mijn verhaal en daar reageert u niet op. Even lezen dus.
Jacques Janssen
Iedereen die wel eens post van de belastingen
ontvangt zou geheel theoretisch gesproken kunnen weten dat de datering om
juridische redenen niet per se dezelfde is als de
datum van verzending. Dat geldt net zozeer voor de Rijksbelastingen. Ik
hoop dat dit u niet te zeer ontregelt.
De woning prijzen zijn extreem gestegen, ook
dat is u wellicht niet ontgaan. Is dat iets wat u de gemeente verwijt of
heeft u anderen verantwoordelijken hiervoor op het oog. Ter vergelijking:
ook de prijzen van auto's zijn de laatste twee jaar sterk gestegen en dus
om de BTW en de BPRM-toerekening, gewoon om dat deze gebaseerd zijn op een
percentage van de te belasten waarde. Als u daar nu eens tegen zou ageren,
dan wil ik misschien nog wel mee doen.
Opzet van de hele aangepaste WOZ-verordening
zoals de raad die enkele weken geleden heeft vastgesteld, is dat men
gemiddeld genomen dezelfde belasting betaalt als vorig jaar, met een
vermeerdering met het inflatiepercentage. Dat sommige woningen een sprong
in waarde ipv een graduele stijging lijken te hebben gemaakt, interesseert
mij zeer zeker en ik volg samen met mijn fractie de ontwikkelingen op de
voet.
Overigens behoort Hilversum waar het gaat om
de waarde van de woningen tot de top van Nederland. Dat heeft te maken
met de zeer aantrekkelijke woonomgeving en als bekend leidt dit via de
principes van marktmechanismen tot een relatief en absoluut hogere waarde
van de woningen in het Gooi. Dat geldt overigens niet voor alle woningen
gelijkelijk, omdat niet alle woningen als even aantrekkelijk worden
ervaren. In makelaars termen wordt de waarde van vastgoed bepaald door
locatie, locatie en nogmaals locatie.
Otger Meuwissen, gemeenteraadslid CDA
Geachte heer Meuwissen, Dank
voor uw bezorgdheid, maar deze jongen is niet gauw ontregeld. Wat ik de
gemeente verwijt is dat deze taxaties pleegt die nog hoger uitvallen dan
die van de makelaars. Dat is toch verdacht. En ik heb het hier over een
woning die een veelvoud van het door u gememoreerde inflatiepercentage
is gestegen. Want dat was toch geen 46,5%? En in makelaars termen zijn
depreciërende factoren, waardeverminderende omstandigheden. Ze staan
allen in mijn bezwaarschrift. Ik hoop iets te merken van de bij u
opgewekte interesse. Met vriendelijke groeten,
Jacques Janssen
De belastingaanslag stijgt met het
inflatieniveau, omdat wij als gemeenteraad, rekening houdend met de
waarde stijging van het vastgoed, de belastingvoet (zeg maar
de vermenigvuldigingsfactor) voor de WOZ aanslag zo ongeveer hebben
gehalveerd. Dus: inderdaad stijgt de getaxeerde waarde. Maar als het
gaat zoals het is bedoeld, stijgt de hoogte van de WOZ-aanslag zelf
slechts marginaal. Met dat inflatiepercentage. En dat is waar de
burger het verschil zou moeten voelen, toch?
Overigens ligt de gemiddelde waardestijging van woningen in Hilversum
op boven de 50%. Niet alleen voor de WOZ maar ook voor het kadaster.
Onderhandse betalingen daarbij niet meegenomen.
Otger Meuwissen, gemeenteraadslid CDA
---------------------------------------------------------------------
Hartelijk dank voor het
sturen van uw bezwaarschrift. Ik hoop dat u mij op de hoogte wilt houden van
de reactie van de gemeente Hilversum. Met vriendelijke groet,
Ingrid Dekker, SP Tweede Kamerfractie, Medewerker Volkshuisvesting
---------------------------------------------------------------------
Geachte heer Janssen. Dank
voor het afschrift van uw brief, c.q. bezwaarschrift aan de gemeente
Hilversum. De behandeling van een bezwaarschrift is in handen van de
gemeente en niet in handen van de Kamer. Ik heb er vertrouwen in dat de
gemeente uw bezwaren en kanttekeningen zorgvuldig zal behandelen en dat u
aldus genoegdoening kunt krijgen. Ik wens u daarmee veel succes.
Thea Fierens, Kamerlid PvdA
Ach mevrouw, heb medelijden
met de Hilversummers. Vorige keer bezorgden zij de gemeente 17.000 (let
wel: zeventienduizend) bezwaarschriften. Dat is heel wat anders dan het
blinde vertrouwen dat u in onze lokale overheid heeft. De eerste woorden
onder de adressering van mijn bezwaarschrift zijn: Daar gaan we weer.
Dat staat er niet zonder enige
betekenis. U kunt bij mij terecht voor een potje ervaring. Reeds eerder
ben ik meerdere malen door de belastingkamer van het gerechtshof in het
gelijk gesteld. Ook de weg naar de Raad van State heb ik bewandeld. Maar
het klopt, u staat met uw collega's erg ver weg van gewone burgers die
enige verdiepingen lager met het kwalijke rijks- en gemeentebeleid
geconfronteerd worden. Ik wacht uw reactie voor een afspraak af waarbij ik
u gaarne door mijn woz-archief zal leiden.
Jacques Janssen
Dank
voor uw reactie. Mijn vertrouwen in de overheid is niet blind, maar
Hilversum is nu eerst aan zet, ondanks uw ervaringen. Ik sta ook niet
ver weg van de gewone burger want ik ben er zelf een, en zit nog maar
recent in de kamer. En dat als volksvertegenwoordiger. Maar ik begrijp u
boosheid, c.q. cynisme wel, anders had u uw bezwaarschrift nooit zo
breed van een onderbouwing voorzien. Maar toch. Hilversum is aan zet,
dat zijn de regels en daar hou ik me gewoon even aan. Nogmaal succes.
Thea Fierens, Tweede Kamerlid PvdA
---------------------------------------------------------------------
Ik heb je
bezwaarschrift gelezen: een gedegen stuk. Ik ben nu zeer benieuwd wat de
gemeente Hilversum gaat doen. Uiteraard hoop ik zelf niet in eenzelfde
situatie te komen als jij, maar gebeurt dit toch dan zal ik dankbaar van
jouw model gebruik maken. Het is opgeslagen!
mr. Maurice Smeets
---------------------------------------------------------------------Geachte heer
Janssen, Uw woning stijgt in waarde met 46,5% dat is beneden het
landelijk gemiddelde. Het landelijk gemiddelde is 50%. Kunt u mij
informeren wat de gemiddelde stijging is van de waarde van het totaal
onroerend goed in uw gemeente? Kunt u mij laten weten met welk
percentage de OZB tarieven dalen? Op basis van bovenstaande gegevens wil
ik mij gaarne een mening vormen over het beleid in uw gemeente. Met
vriendelijke groeten,
W.I.I. van Beek, VVD Tweede Kamer
Geachte heer van Beek, Ben
met u eens dat landelijk gemiddelde 50% is. In dat geval was de
taxatiewaarde van mijn woning € 245.722,50 geweest en dat is niet zo'n
mooi rond bedrag als de € 240.000 waar de gemeente Hilversum kennelijk
liever mee werkt. Wat uw twee vragen betreft, wellicht kunt u deze
gegevens beter zelf bij de gemeente opvragen. Dan heeft u ze
geautoriseerd, in plaats van dat u ze van burger Janssen krijgt.
Alvast dank voor uw hoopgevende reactie.
Jacques Janssen
---------------------------------------------------------------------
Hartelijk dank voor uw mail.
Met klachten over uw gemeente kunt u terecht bij de Nationale
Ombudsman.
De CDA-Tweede-Kamerfractie kan in deze helaas niets voor betekenen,
aangezien het gemeentelijk beleid betreft.
Wel kan ik u melden dat staatssecretaris Joop Wijn onlangs heeft
gesteld dat de gemeentelijke lasten te snel stijgen en dat de
gemeenten hier iets aan moeten doen. Zo niet, dan wil hij in het
uiterste geval de gemeenten de bevoegdheid om belasting te heffen
afnemen. Met vriendelijke groet,
Annelies van Vark, CDA Publieksvoorlichting
Geachte mevrouw Van Vark, Hoeveel stemmen heeft
u nodig om te zorgen dat de gemeenten de bevoegdheid
ontnomen wordt om belastingen te heffen. Ik kan er zo al voor
een paar duizend zorgen. Laat me iets weten want ik wil gauw aan de
slag.
Met vriendelijke groeten, Jacques Janssen
|
|