|
Bloedverdunners (Anti-coagulantia)
De ingeburgerde naam bloedverdunners is eigenlijk niet juist, want deze
midde-len verdunnen het bloed niet. Wel zorgen de anti-coagulantia ervoor dat
het bloed minder snel stolt. De anti-coagulantia (letterlijk:
anti-klontermiddelen) onder-drukken de diverse stollingsmechanismen in het
bloed, zodat minder gemakkelijk bloedpropjes ontstaan. Deze medicijnen
worden gebruikt na een hartinfarct om te voorkomen dat nieuwe afsluitingen
ontstaan en bij bepaalde vormen van hart-kramp. Ook bij boezemfibrilleren
worden deze middelen voorgeschreven om te voorkomen dat er bloedpropjes
ontstaan die in de hersenen terecht kunnen komen.
Medicijnen (tussen haakjes de handelsnaam):
Acenocoumarol (Acenocoumarol, Sintrom®);
Fenprocoumon (Marcoumar®, Fenprocoumon)
Bijwerkingen: Het duurt even voordat het effect van deze medicijnen
merkbaar wordt. Ook nadat met de medicijnen gestopt is duurt het nog enkele
dagen tot weken voordat ze zijn uitgewerkt. Neem contact op met uw arts als u
last krijgt van onverklaarbare blauwe plekken of ongewone bloedingen.
Bijvoorbeeld een bloedneus, een wond die blijft bloeden, hevige of
onverwachte menstruatie, bloed in de urine of de ontlasting, ophoesten of
uitbraken van bloed of iets dat er uit ziet als koffiedik. Soms komen
verstopping, teerachtige ontlasting, buikpuin, maagpijn, misselijkheid of
huiduitslag voor.
(Naar boven)
|

Medicijnpaspoorten zijn te verkrijgen bij arts of apotheek. Ook de
Nederlandse Hartstichting heeft deze medicijnpaspoorten.
|